A1 #14 · Het lidwoord the en de aanwijzende woorden gebruiken

A1

49 woorden · ⁦~1⁩ min lezen · Beginner

There is a shop near my house. The shop is small. There is a café next to the shop. The café is new. I know the man in the café. He is a friend of my brother. This café is my favourite. Those shops on my street are expensive.

Heb je de tekst begrepen?

Kies één antwoord per vraag.

Heb je een idee voor een functie?

Vertel ons wat je hierna wilt zien — we lezen elk bericht.

Idee versturen →