Afscheid in de boomgaard

B2

486 words · ⁦~3⁩ min read · Upper-intermediate

Tegen de tijd dat de laatste kratten op de vrachtwagen waren gestapeld, zakte de augustuszon al weg achter de heuvels rond Boomgaard De Wilgen. Lena werkte er elke zomer sinds ze zestien was geworden, maar dit zou haar laatste dienst zijn. Ze had een plek gekregen aan de universiteit in Groningen en wist dat ze volgend jaar niet zou terugkomen. De eigenaar, meneer De Vries, had haar die ochtend de hand geschud en gezegd dat ze gemist zou worden; zijn vrouw had zelfs een citroentaart gebakken voor de gelegenheid. Toch voelde de sfeer vreemd gedempt, alsof iedereen begreep dat afscheid makkelijker is als je het niet hardop zegt.

Lena had de hele middag de laatste late appels geplukt, haar armen deden pijn van de herhaalde bewegingen waaraan ze de voorgaande acht weken gewend was geraakt. Om half vijf had ze even gepauzeerd om een paar zwaluwen laag over de rijen te zien scheren, een beeld dat haar deed denken aan de eerste dag toen ze nerveus en onzeker aankwam. Destijds had ze twee volle manden laten vallen, het fruit beschadigd en een milde berisping van de voorman gekregen. Nu kon ze een krat in minder dan tien minuten vullen zonder ook maar één fout.

Vlak voor vijven kwamen de andere seizoenarbeiders bij de oude stenen schuur bijeen. Thomas, die de hele zomer de tractor had bestuurd, haalde een fles zelfgemaakte cider tevoorschijn die hij had bewaard. Ze gaven plastic bekers door terwijl het licht goudkleurig werd. Lena luisterde terwijl haar collega's verhalen uitwisselden over de zomer: de dag dat de sproeileiding knapte, de middag dat een toerist de hoogste boom probeerde te beklimmen, en de ochtend dat hagel het hele gewas dreigde te vernielen. Ze besefte dat ze de meesten van hen waarschijnlijk nooit meer zou zien.

Toen de bekers leeg waren, verscheen meneer De Vries met de citroentaart. Hij bedankte hen allemaal voor hun harde werk en zei dat de boomgaard geluk had gehad met zo'n toegewijd team. Lena voelde plotseling een brok in haar keel; ze had niet verwacht zo gehecht te raken aan een tijdelijke baan. Terwijl ze om kwart over zes hielp de laatste dozen op de vrachtwagen te laden, vroeg ze zich af of de nieuwe studenten in Groningen ooit zouden begrijpen wat het betekende om tussen de bomen te staan bij schemering met de geur van rijp fruit in de lucht.

Later, toen ze naar huis fietste over het vertrouwde pad, keek Lena één keer om. De lichten van de boomgaard waren aangegaan en gloeiden zacht tegen de steeds donkerder wordende schemering. Ze had er meer geleerd dan ze had beseft: geduld, de voldoening van lichamelijk werk en het stille verdriet dat komt wanneer iets goeds zijn natuurlijke einde bereikt. Morgen zou ze beginnen met inpakken voor de universiteit, maar vanavond bleven de smaak van die citroentaart en de herinnering aan de gedeelde cider haar bij tot ze thuis was.

Did you understand the text?

Choose one answer for each question.

1Hoe lang had Lena in de boomgaard gewerkt voor haar laatste dag?
2Hoe laat pauzeerde Lena om naar de zwaluwen te kijken?
3Wie haalde de fles zelfgemaakte cider tevoorschijn?
4Hoe laat hielp Lena de laatste dozen op de vrachtwagen laden?
5Wat had de vrouw van meneer De Vries gebakken voor Lena's laatste dag?

Got a feature idea?

Tell us what you'd like to see next — we read every message and ship suggestions weekly.

Send idea →