Zeggen hoe vaak
Ik kan zeggen hoe vaak ik iets doe, en twee zinnen tot één zin verbinden.
Opgegeven kerntijd. Twee van de kernblokken hebben geen tijdsaanduiding, dus de echte les duurt langer dan deze som.
Grammatica
4 minBijwoorden van frequentie — en het belangrijkste daaraan is niet de betekenis, maar de plaats.
| always | usually | often | sometimes | never |
|---|---|---|---|---|
| altijd | meestal | vaak | soms | nooit |
Er is één regel voor de plaats, maar hij heeft twee helften:
- vóór het hoofdwerkwoord: I always get up at seven.
- na het werkwoord be: I am always late.
never is op zichzelf al een ontkenning — er komt geen tweede don't naast: I never work on Sunday, en niet I don't never work.
Hoe vaak? — How often do you…?
Drie voegwoorden die zinnen aan elkaar plakken:
| voegwoord | wat het doet | voorbeeld |
|---|---|---|
| and | verbindt | I work and I study. |
| but | stelt tegenover elkaar | I like coffee, but I don't like tea. |
| because | geeft de reden | I get up late because I don't work. |
Fouten van Nederlandstaligen
geschreven voor jouw taalHet bijwoord direct na het werkwoord
✗ I go sometimes to the cinema
✓ I sometimes go to the cinema
In het Nederlands staat ‘soms’, ‘altijd’, ‘vaak’ achter de persoonsvorm: ‘ik ga soms naar de bioscoop’, ‘ik sta altijd om zeven uur op’. In het Engels staat het bijwoord vóór het hoofdwerkwoord. Bij be gaat het daarentegen vanzelf goed: ‘hij is altijd laat’ = he is always late.
much in plaats van a lot
✗ I work much
✓ I work a lot
Het Nederlandse ‘veel’ vertaal je makkelijk met much, maar in een gewone bevestigende zin zegt het Engels a lot.
Uitspraak
3 minVoegwoorden zijn in vloeiende spraak zwak en kort:
| geschreven | klinkt als |
|---|---|
| and | /ən/, vaak /n/ |
| but | /bət/ |
| because | /bɪˈkəz/, vaak /kəz/ |
fish and chips klinkt als ‘fisjn tsjips’ — dat is geen slordigheid, maar de norm.
Tekst
3 minI usually get up at seven, but on Sunday I get up at ten. I always have breakfast because I work until six. I sometimes go to the cinema in the evening. I never work at night.
Oefeningen
8–10 min1. Woordvolgorde.
- [ always / I / get up / at seven ]
- [ is / he / late / never ]
- [ sometimes / we / work / on Saturday ]
Toon de antwoorden
2. Invuloefening.
- I like tea I don't like coffee
- I work I study
- I'm tired I work a lot
Toon de antwoorden
3. Foutopsporing.
- I don't never work.
- I get up always early.
- He always is late.
Toon de antwoorden
4. Koppeloefening.
Bijwoord → hoe vaak. always, usually, sometimes, never → 0%, 100%, 50%, 80%
Toon de antwoorden
Samenvatting
Behandeld
- vijf bijwoorden van frequentie en hun plaats
- het verbod op de dubbele ontkenning
- de voegwoorden and
- but
- because
Volgende: les 12 — herhaling van de lessen 7–11.
Einde van de kern
De les telt als voltooid zodra de oefeningen zijn gedaan. Alles daarna is optioneel.
optioneel
Woordenschat voor de kaartenset
12 woorden- always /ˈɔːlweɪz/ altijd
- usually /ˈjuːʒuəli/ meestal
- often /ˈɒfn/ vaak
- sometimes /ˈsʌmtaɪmz/ soms
- never /ˈnevə/ nooit
- because /bɪˈkɒz/ omdat, want
- but /bʌt/ maar
- until /ənˈtɪl/ tot (in de tijd)
- cinema /ˈsɪnəmə/ bioscoop
- tired /ˈtaɪəd/ moe
- a lot /ə ˈlɒt/ veel
- tea /tiː/ thee
Schrijven
Vijf zinnen over je gewoonten, waarvan minstens één met but en één met because.
Voorbeeld
I usually get up at seven. I always have breakfast because I work until six. I sometimes go to the cinema, but I never work at night.
Checklist
Oefen deze les in de andere secties
Heb je een idee voor een functie?
Vertel ons wat je hierna wilt zien — we lezen elk bericht.
⚑ optioneel