De tijd en je dagindeling noemen
Ik kan vragen hoe laat het is, de tijd noemen en zeggen wanneer ik iets doe.
Opgegeven kerntijd. Twee van de kernblokken hebben geen tijdsaanduiding, dus de echte les duurt langer dan deze som.
Grammatica
4 minHoe laat is het.
| What time is it? | Hoe laat is het? |
| It's seven o'clock. | Het is zeven uur. |
| It's half past seven. | Het is half acht. |
| It's a quarter past seven. | Het is kwart over zeven. |
| It's a quarter to eight. | Het is kwart voor acht. |
Let op: half past seven is 7:30, niet 6:30. Het Engels telt vanaf het uur dat voorbij is: ‘een half uur NA zeven’. Het Nederlandse ‘half acht’ telt naar het volgende uur toe — en precies daar raak je een uur kwijt.
Drie voorzetsels van tijd.
| voorzetsel | waarbij | voorbeeld |
|---|---|---|
| at | bij een precies tijdstip | at seven, at half past six |
| on | bij dagen | on Monday, on Sunday |
| in | bij delen van de dag en maanden | in the morning, in May |
De uitzondering leer je als geheel: at night, niet in the night.
Dagen van de week schrijf je met een hoofdletter, en je gebruikt ze met on: Monday, Tuesday, Wednesday, Thursday, Friday, Saturday, Sunday.
in the morning, in the evening, to the cinema — leer je als geheel, samen met the. Het lidwoord the zelf behandelen we in les 14; nu is het gewoon een deel van de uitdrukking, zoals een deel van een woord.
have breakfast, have lunch, have dinner — ‘ontbijten’, ‘lunchen’, ‘dineren, avondeten’. Hier is have een handeling, geen bezit, en daarom zonder got: I have breakfast at seven, niet I've got breakfast.
Fouten van Nederlandstaligen
geschreven voor jouw taalEen uur te vroeg of te laat bij ‘half’
✗ half past eight in de betekenis ‘half acht’ → ✓ half past seven (7:30). Het Nederlandse ‘half acht’ noemt het volgende uur, het Engels het vorige. Pas ook op met het Britse spreektaal-half eight: dat is 8:30, niet 7:30. Die fout is duur: je komt een uur te laat of een uur te vroeg.
over uit ‘kwart over zeven’
✗ a quarter over seven
✓ a quarter past seven
In het Nederlands zeg je ‘over’, en dat woord neem je makkelijk letterlijk mee. In het Engels is het bij de tijd altijd past.
Dagen met een kleine letter
✗ on monday
✓ on Monday
In het Nederlands schrijf je ‘maandag’ en ‘mei’ met een kleine letter. In het Engels krijgen dagen van de week en maanden altijd een hoofdletter: Monday, Sunday, May.
Uitspraak
3 minVoorzetsels zijn in vloeiende spraak onbeklemtoond. at heeft een zwakke vorm /ət/, to — /tə/; in en on veranderen hun klinker niet, maar klinken kort. Vergelijk: I get up at seven — de klemtoon ligt op het getal, niet op het voorzetsel.
o'clock spreek je uit als /əˈklɒk/ — de eerste lettergreep wordt bijna ingeslikt.
Tekst
3 minI get up at seven o'clock. I have breakfast at half past seven. I go to work at eight. I work from nine to six. On Saturday I get up late — at ten or eleven. In the evening I read or watch a film.
Oefeningen
8–10 min1. Invuloefening.
- seven o'clock
- Monday
- the morning
- May
- night
Toon de antwoorden
2. Koppeloefening.
- 7:30
- 8:15
- 9:45
- 10:00
Toon de antwoorden
3. Foutopsporing.
- I get up in seven.
- I work on the morning.
- Half past six is 5:30.
Toon de antwoorden
4. Woordvolgorde.
Tik de woorden in de juiste volgorde.Toon de antwoorden
Samenvatting
Behandeld
- de vraag naar de tijd
- o'clock
- half past
- quarter past/to
- de voorzetsels at / on / in
Volgende: les 11 — hoe vaak je dat doet.
Einde van de kern
De les telt als voltooid zodra de oefeningen zijn gedaan. Alles daarna is optioneel.
optioneel
Woordenschat voor de kaartenset
18 woorden- time /taɪm/ tijd
- o'clock /əˈklɒk/ uur (precies)
- half /hɑːf/ half, helft
- quarter /ˈkwɔːtə/ kwart
- past /pɑːst/ over (bij het noemen van de tijd)
- get up /ɡet ˈʌp/ opstaan
- breakfast /ˈbrekfəst/ ontbijt
- lunch /lʌntʃ/ lunch
- dinner /ˈdɪnə/ avondeten
- Monday /ˈmʌndeɪ/ maandag
- Tuesday /ˈtjuːzdeɪ/ dinsdag
- Wednesday /ˈwenzdeɪ/ woensdag
- Thursday /ˈθɜːzdeɪ/ donderdag
- Friday /ˈfraɪdeɪ/ vrijdag
- Saturday /ˈsætədeɪ/ zaterdag
- Sunday /ˈsʌndeɪ/ zondag
- night /naɪt/ nacht
- read /riːd/ lezen
Schrijven
Vijf zinnen over je dag, met tijden erbij.
Voorbeeld
I get up at seven. I have breakfast at half past seven. I go to work at nine. I have lunch at two. In the evening I read.
Checklist
Oefen deze les in de andere secties
Heb je een idee voor een functie?
Vertel ons wat je hierna wilt zien — we lezen elk bericht.
⚑ optioneel