Grammatica ~20 min van de kern over

De tijd en je dagindeling noemen

Na deze les kun je

Ik kan vragen hoe laat het is, de tijd noemen en zeggen wanneer ik iets doe.

Start de les Kern 18–20 min · stappen: 6 · optioneel: +2

Opgegeven kerntijd. Twee van de kernblokken hebben geen tijdsaanduiding, dus de echte les duurt langer dan deze som.

Grammatica

4 min

Hoe laat is het.

What time is it? Hoe laat is het?
It's seven o'clock. Het is zeven uur.
It's half past seven. Het is half acht.
It's a quarter past seven. Het is kwart over zeven.
It's a quarter to eight. Het is kwart voor acht.

Let op: half past seven is 7:30, niet 6:30. Het Engels telt vanaf het uur dat voorbij is: ‘een half uur NA zeven’. Het Nederlandse ‘half acht’ telt naar het volgende uur toe — en precies daar raak je een uur kwijt.

Drie voorzetsels van tijd.

voorzetsel waarbij voorbeeld
at bij een precies tijdstip at seven, at half past six
on bij dagen on Monday, on Sunday
in bij delen van de dag en maanden in the morning, in May

De uitzondering leer je als geheel: at night, niet in the night.

Dagen van de week schrijf je met een hoofdletter, en je gebruikt ze met on: Monday, Tuesday, Wednesday, Thursday, Friday, Saturday, Sunday.

in the morning, in the evening, to the cinema — leer je als geheel, samen met the. Het lidwoord the zelf behandelen we in les 14; nu is het gewoon een deel van de uitdrukking, zoals een deel van een woord.

have breakfast, have lunch, have dinner — ‘ontbijten’, ‘lunchen’, ‘dineren, avondeten’. Hier is have een handeling, geen bezit, en daarom zonder got: I have breakfast at seven, niet I've got breakfast.

Advertentie

Fouten van Nederlandstaligen

geschreven voor jouw taal
1

Een uur te vroeg of te laat bij ‘half’

✗ half past eight in de betekenis ‘half acht’ → ✓ half past seven (7:30). Het Nederlandse ‘half acht’ noemt het volgende uur, het Engels het vorige. Pas ook op met het Britse spreektaal-half eight: dat is 8:30, niet 7:30. Die fout is duur: je komt een uur te laat of een uur te vroeg.

2

over uit ‘kwart over zeven’

✗ a quarter over seven

✓ a quarter past seven

In het Nederlands zeg je ‘over’, en dat woord neem je makkelijk letterlijk mee. In het Engels is het bij de tijd altijd past.

3

Dagen met een kleine letter

✗ on monday

✓ on Monday

In het Nederlands schrijf je ‘maandag’ en ‘mei’ met een kleine letter. In het Engels krijgen dagen van de week en maanden altijd een hoofdletter: Monday, Sunday, May.

Uitspraak

3 min

Voorzetsels zijn in vloeiende spraak onbeklemtoond. at heeft een zwakke vorm /ət/, to — /tə/; in en on veranderen hun klinker niet, maar klinken kort. Vergelijk: I get up at seven — de klemtoon ligt op het getal, niet op het voorzetsel.

o'clock spreek je uit als /əˈklɒk/ — de eerste lettergreep wordt bijna ingeslikt.

Advertentie

Tekst

3 min

I get up at seven o'clock. I have breakfast at half past seven. I go to work at eight. I work from nine to six. On Saturday I get up late — at ten or eleven. In the evening I read or watch a film.

Hardop lezen

Oefeningen

8–10 min

1. Invuloefening.

  1. seven o'clock
  2. Monday
  3. the morning
  4. May
  5. night
Toon de antwoorden
at, on, in, in, at.

2. Koppeloefening.

  1. 7:30
  2. 8:15
  3. 9:45
  4. 10:00
Toon de antwoorden
7:30 → half past seven; 8:15 → a quarter past eight; 9:45 → a quarter to ten; 10:00 → ten o'clock.

3. Foutopsporing.

  1. I get up in seven.
  2. I work on the morning.
  3. Half past six is 5:30.
Toon de antwoorden
I get up at seven. / I work in the morning. / Half past six is 6:30.

4. Woordvolgorde.

Tik de woorden in de juiste volgorde.
Beschikbaar zodra de hele zin is opgebouwd
Toon de antwoorden
I get up at seven.
Advertentie

Samenvatting

Behandeld

  • de vraag naar de tijd
  • o'clock
  • half past
  • quarter past/to
  • de voorzetsels at / on / in

Volgende: les 11 — hoe vaak je dat doet.

Einde van de kern

De les telt als voltooid zodra de oefeningen zijn gedaan. Alles daarna is optioneel.

Les 11

optioneel

Woordenschat voor de kaartenset

18 woorden
  • time /taɪm/ tijd
  • o'clock /əˈklɒk/ uur (precies)
  • half /hɑːf/ half, helft
  • quarter /ˈkwɔːtə/ kwart
  • past /pɑːst/ over (bij het noemen van de tijd)
  • get up /ɡet ˈʌp/ opstaan
  • breakfast /ˈbrekfəst/ ontbijt
  • lunch /lʌntʃ/ lunch
  • dinner /ˈdɪnə/ avondeten
  • Monday /ˈmʌndeɪ/ maandag
  • Tuesday /ˈtjuːzdeɪ/ dinsdag
  • Wednesday /ˈwenzdeɪ/ woensdag
  • Thursday /ˈθɜːzdeɪ/ donderdag
  • Friday /ˈfraɪdeɪ/ vrijdag
  • Saturday /ˈsætədeɪ/ zaterdag
  • Sunday /ˈsʌndeɪ/ zondag
  • night /naɪt/ nacht
  • read /riːd/ lezen

Schrijven

Vijf zinnen over je dag, met tijden erbij.

Voorbeeld

I get up at seven. I have breakfast at half past seven. I go to work at nine. I have lunch at two. In the evening I read.

Checklist

Het concept is opgeslagen op dit apparaat
Advertentie

Heb je een idee voor een functie?

Vertel ons wat je hierna wilt zien — we lezen elk bericht.

Idee versturen →
Advertentie
Advertentie