Herhaling 5 (lessen 25–29)
Opgegeven kerntijd. Twee van de kernblokken hebben geen tijdsaanduiding, dus de echte les duurt langer dan deze som.
Onregelmatige werkwoorden
4 minNog tien vormen bij de twintig uit les 29:
| eat → ate | drink → drank | write → wrote | read → read /red/ | run → ran |
| stand → stood | sit → sat | sleep → slept | speak → spoke | meet → met |
read schrijf je in de verleden tijd hetzelfde als in de tegenwoordige tijd, maar je spreekt het anders uit: /riːd/ → /red/.
Lastig punt
3 minone en ones vervangen een zelfstandig naamwoord dat al genoemd is, zodat je het niet twee keer hoeft te zeggen.
| — Which bag? — The red one. | Welke tas? — De rode. |
| — Which books? — The new ones. | Welke boeken? — De nieuwe. |
| I don't like this shirt. I want a blue one. | …ik wil een blauw. |
In het Nederlands laat je het zelfstandig naamwoord gewoon weg (‘de rode’), maar in het Engels moet op die plek one of ones staan.
Oefeningen bij de lessen 25–29
10–12 min1. Gemengde invuloefening.
- I (work) at home today
- I (work) in an office every day
- Yesterday I (walk) in the park
- Last summer we (go) to Italy
- It (rain) now
Toon de antwoorden
2. Foutopsporing.
- I reading now.
- Today is it cold.
- You was at home.
- Yesterday I have worked at home.
- I goed to Italy.
- I went then home.
Toon de antwoorden
3. Vormen van de verleden tijd.
Schrijf op: go, see, buy, eat, write, sleep
Toon de antwoorden
4. Koppeloefening.
- watched
- stopped
- lived
- opened
- wanted
- started
Toon de antwoorden
Samenvatting
Behandeld
- de lessen 25–29 in hun geheel
- dertig onregelmatige werkwoorden
Volgende: les 31 — data en verjaardagen.
Einde van de kern
De les telt als voltooid zodra de oefeningen zijn gedaan. Alles daarna is optioneel.
optioneel
Miniproductie
Vertel hardop en schrijf daarna acht zinnen op: wat je nu doet, wat voor weer het is, waar je gisteren was, wat je in het weekend hebt gedaan en waar je vorige zomer naartoe bent gegaan.
Checklist voor les 31:
- staat er in de duurvorm am, is of are?
- heeft het weer het onderwerp it?
- staat er bij you, we, they in de verleden tijd were?
- is -ed bij regelmatige werkwoorden voor alle personen hetzelfde?
- hebben onregelmatige werkwoorden helemaal geen -ed?
Oefen deze les in de andere secties
Heb je een idee voor een functie?
Vertel ons wat je hierna wilt zien — we lezen elk bericht.
⚑ optioneel