Grammatica ~21 min van de kern over

Over een reis vertellen in de juiste volgorde

Na deze les kun je

Ik kan een verhaal van een paar gebeurtenissen vertellen en ze in de juiste volgorde noemen.

Start de les Kern 19–21 min · stappen: 6 · optioneel: +2

Opgegeven kerntijd. Twee van de kernblokken hebben geen tijdsaanduiding, dus de echte les duurt langer dan deze som.

Grammatica

5 min

De twintig meest gebruikte werkwoorden krijgen geen -ed — ze hebben een eigen vorm voor de verleden tijd. Die leid je niet af, die leer je uit je hoofd.

be → was/were go → went have → had do → did say → said
get → got make → made come → came see → saw know → knew
take → took give → gave find → found think → thought tell → told
leave → left feel → felt put → put bring → brought buy → bought

said spreek je uit als /sed/, bought en thought met een lange /ɔː/ en een stomme gh.

De volgorde van de gebeurtenissen in een verhaal rust op vier woorden:

First, … Eerst
Then, … Toen
After that, … Vervolgens
Finally, … Ten slotte

Ze staan aan het begin van de zin en worden met een komma afgescheiden.

Advertentie

Fouten van Nederlandstaligen

geschreven voor jouw taal
1

-ed bij een onregelmatig werkwoord

✗ goed

✗ taked

✗ buyed

✓ went

took, bought. Het Nederlands heeft zelf sterke werkwoorden (‘gaan – ging’, ‘nemen – nam’, ‘kopen – kocht’), maar wie de Engelse vorm niet zeker weet, valt terug op de regel -ed uit les 28. Soms helpt het Nederlands juist: come – came lijkt op ‘komen – kwam’, give – gave op ‘geven – gaf’. De fout is onvermijdelijk en verdwijnt alleen door herhaling.

2

Het werkwoord vóór de persoon, of then achter het werkwoord

✗ Then went I home

✗ I went then home

✓ Then I went home

In het Nederlands staat het werkwoord op de tweede plaats: ‘Toen ging ik naar huis’, ‘Daarna nam ik een taxi’; en midden in de zin komt ‘toen’ na het werkwoord: ‘Ik ging toen naar huis’. Het Engels doet geen van beide: na Then, After that en Finally komt eerst de persoon en dan het werkwoord. Dat is dezelfde regel als in les 7 (Every day I speak English), en ook daar mocht het bijwoord niet tussen het werkwoord en de rest van de zin staan (I speak well English). (I then went home is ook goed, maar zo schrijf je, zo praat je niet.)

3

said en told door elkaar

say is iets zeggen, tell is iets tegen iemand zeggen: He said that, He told me. ✗ He said me → ✓ He told me. In het Nederlands mag de persoon direct na ‘zeggen’ staan: ‘Dat heeft hij me gezegd’, ‘Zeg me eens…’. In het Engels kan dat niet: wie de persoon noemt, gebruikt tell.

Uitspraak

3 min

Bij onregelmatige werkwoorden verandert de klinker, en dat is het belangrijkste wat je moet horen:

see /siː/ → saw /sɔː/ know /nəʊ/ → knew /njuː/
take /teɪk/ → took /tʊk/ give /ɡɪv/ → gave /ɡeɪv/
buy /baɪ/ → bought /bɔːt/ think /θɪŋk/ → thought /θɔːt/

In bought en thought spreek je de letters gh helemaal niet uit — ze zijn een overblijfsel van een oude klank.

Advertentie

Tekst

3 min

Last summer I went to Italy. First, I took a plane to Rome. Then I found a small hotel next to the station. The hotel was old but clean. After that, I walked in the city every day. I saw a lot of old streets and I bought a book about Rome. Finally, I came home in August.

Hardop lezen

Oefeningen

8–10 min

1. Invuloefening.

  1. I (go) to Italy
  2. She (take) a taxi
  3. We (see) a film
  4. He (buy) a new car
  5. They (come) home late
Toon de antwoorden
went, took, saw, bought, came.

2. Foutopsporing.

  1. I goed to the park.
  2. He said me the answer.
  3. I went then home.
Toon de antwoorden
I went to the park; He told me the answer; Then I went home. / I then went home. / I went home then.

3. Volgorde van de gebeurtenissen.

Zet in de juiste volgorde: Finally, First, Then, After that.

Toon de antwoorden
First → Then → After that → Finally.

4. Koppeloefening.

  1. go
  2. see
  3. buy
  4. think
  5. take
Toon de antwoorden
go — went; see — saw; buy — bought; think — thought; take — took.
Advertentie

Samenvatting

Behandeld

  • twintig onregelmatige werkwoorden
  • vier woorden voor de volgorde van gebeurtenissen
  • say tegenover tell

Volgende: les 30 — herhaling van de lessen 25–29.

Einde van de kern

De les telt als voltooid zodra de oefeningen zijn gedaan. Alles daarna is optioneel.

Les 30

optioneel

Woordenschat voor de kaartenset

12 woorden
  • went /went/ ging
  • saw /sɔː/ zag
  • took /tʊk/ nam, pakte
  • bought /bɔːt/ kocht
  • thought /θɔːt/ dacht
  • told /təʊld/ vertelde
  • first /fɜːst/ eerst, eerste
  • then /ðen/ daarna, dan
  • after that /ˈɑːftə ðæt/ vervolgens
  • finally /ˈfaɪnəli/ ten slotte
  • about /əˈbaʊt/ over
  • late /leɪt/ laat

Schrijven

Vijf zinnen over een reis, met de woorden voor de volgorde.

Voorbeeld

Last summer I went to Italy. First, I took a plane to Rome. Then I found a small hotel. After that, I walked in the city every day. Finally, I came home.

Checklist

Het concept is opgeslagen op dit apparaat
Advertentie

Heb je een idee voor een functie?

Vertel ons wat je hierna wilt zien — we lezen elk bericht.

Idee versturen →
Advertentie
Advertentie