Over een reis vertellen in de juiste volgorde
Ik kan een verhaal van een paar gebeurtenissen vertellen en ze in de juiste volgorde noemen.
Opgegeven kerntijd. Twee van de kernblokken hebben geen tijdsaanduiding, dus de echte les duurt langer dan deze som.
Grammatica
5 minDe twintig meest gebruikte werkwoorden krijgen geen -ed — ze hebben een eigen vorm voor de verleden tijd. Die leid je niet af, die leer je uit je hoofd.
| be → was/were | go → went | have → had | do → did | say → said |
| get → got | make → made | come → came | see → saw | know → knew |
| take → took | give → gave | find → found | think → thought | tell → told |
| leave → left | feel → felt | put → put | bring → brought | buy → bought |
said spreek je uit als /sed/, bought en thought met een lange /ɔː/ en een stomme gh.
De volgorde van de gebeurtenissen in een verhaal rust op vier woorden:
| First, … | Eerst |
| Then, … | Toen |
| After that, … | Vervolgens |
| Finally, … | Ten slotte |
Ze staan aan het begin van de zin en worden met een komma afgescheiden.
Fouten van Nederlandstaligen
geschreven voor jouw taal-ed bij een onregelmatig werkwoord
✗ goed
✗ taked
✗ buyed
✓ went
took, bought. Het Nederlands heeft zelf sterke werkwoorden (‘gaan – ging’, ‘nemen – nam’, ‘kopen – kocht’), maar wie de Engelse vorm niet zeker weet, valt terug op de regel -ed uit les 28. Soms helpt het Nederlands juist: come – came lijkt op ‘komen – kwam’, give – gave op ‘geven – gaf’. De fout is onvermijdelijk en verdwijnt alleen door herhaling.
Het werkwoord vóór de persoon, of then achter het werkwoord
✗ Then went I home
✗ I went then home
✓ Then I went home
In het Nederlands staat het werkwoord op de tweede plaats: ‘Toen ging ik naar huis’, ‘Daarna nam ik een taxi’; en midden in de zin komt ‘toen’ na het werkwoord: ‘Ik ging toen naar huis’. Het Engels doet geen van beide: na Then, After that en Finally komt eerst de persoon en dan het werkwoord. Dat is dezelfde regel als in les 7 (Every day I speak English), en ook daar mocht het bijwoord niet tussen het werkwoord en de rest van de zin staan (I speak well English). (I then went home is ook goed, maar zo schrijf je, zo praat je niet.)
said en told door elkaar
say is iets zeggen, tell is iets tegen iemand zeggen: He said that, He told me. ✗ He said me → ✓ He told me. In het Nederlands mag de persoon direct na ‘zeggen’ staan: ‘Dat heeft hij me gezegd’, ‘Zeg me eens…’. In het Engels kan dat niet: wie de persoon noemt, gebruikt tell.
Uitspraak
3 minBij onregelmatige werkwoorden verandert de klinker, en dat is het belangrijkste wat je moet horen:
| see /siː/ → saw /sɔː/ | know /nəʊ/ → knew /njuː/ |
| take /teɪk/ → took /tʊk/ | give /ɡɪv/ → gave /ɡeɪv/ |
| buy /baɪ/ → bought /bɔːt/ | think /θɪŋk/ → thought /θɔːt/ |
In bought en thought spreek je de letters gh helemaal niet uit — ze zijn een overblijfsel van een oude klank.
Tekst
3 minLast summer I went to Italy. First, I took a plane to Rome. Then I found a small hotel next to the station. The hotel was old but clean. After that, I walked in the city every day. I saw a lot of old streets and I bought a book about Rome. Finally, I came home in August.
Oefeningen
8–10 min1. Invuloefening.
- I (go) to Italy
- She (take) a taxi
- We (see) a film
- He (buy) a new car
- They (come) home late
Toon de antwoorden
2. Foutopsporing.
- I goed to the park.
- He said me the answer.
- I went then home.
Toon de antwoorden
3. Volgorde van de gebeurtenissen.
Zet in de juiste volgorde: Finally, First, Then, After that.
Toon de antwoorden
4. Koppeloefening.
- go
- see
- buy
- think
- take
Toon de antwoorden
Samenvatting
Behandeld
- twintig onregelmatige werkwoorden
- vier woorden voor de volgorde van gebeurtenissen
- say tegenover tell
Volgende: les 30 — herhaling van de lessen 25–29.
Einde van de kern
De les telt als voltooid zodra de oefeningen zijn gedaan. Alles daarna is optioneel.
optioneel
Woordenschat voor de kaartenset
12 woorden- went /went/ ging
- saw /sɔː/ zag
- took /tʊk/ nam, pakte
- bought /bɔːt/ kocht
- thought /θɔːt/ dacht
- told /təʊld/ vertelde
- first /fɜːst/ eerst, eerste
- then /ðen/ daarna, dan
- after that /ˈɑːftə ðæt/ vervolgens
- finally /ˈfaɪnəli/ ten slotte
- about /əˈbaʊt/ over
- late /leɪt/ laat
Schrijven
Vijf zinnen over een reis, met de woorden voor de volgorde.
Voorbeeld
Last summer I went to Italy. First, I took a plane to Rome. Then I found a small hotel. After that, I walked in the city every day. Finally, I came home.
Checklist
Oefen deze les in de andere secties
Heb je een idee voor een functie?
Vertel ons wat je hierna wilt zien — we lezen elk bericht.
⚑ optioneel