Herhaling 5 (lessen 25–29)
Opgegeven kerntijd. Twee van de kernblokken hebben geen tijdsaanduiding, dus de echte les duurt langer dan deze som.
Onregelmatige werkwoorden
4 minTien nieuwe, met drie vormen:
| beat — beat — beaten (slaan, verslaan) | bite — bit — bitten (bijten) | blow — blew — blown (blazen, waaien) |
| draw — drew — drawn (tekenen) | drive — drove — driven (autorijden) | forgive — forgave — forgiven (vergeven) |
| freeze — froze — frozen (bevriezen) | ride — rode — ridden (rijden op een paard, op de fiets) | shake — shook — shaken (schudden) |
| wake — woke — woken (wakker worden, wekken) |
Lastig punt
3 minNog een keer het lidwoord — aan de hand van de teksten uit de lessen 25–29. Het Nederlands heeft zelf lidwoorden (een, de, het), en meestal staan ze op dezelfde plek als in het Engels. Het verschil zit in de details — ‘ze is student’ tegenover She is a student (A1 #14), ‘naar het werk’ tegenover to work (les 16) — en daarom komt het lidwoord steeds opnieuw terug.
Ontleed elk zelfstandig naamwoord met vier vragen:
| vraag | antwoord |
|---|---|
| voor het eerst genoemd? | a / an |
| al genoemd of duidelijk welk? | the |
| niet-telbaar of meervoud in het algemeen? | geen lidwoord |
| land, stad, naam? | geen lidwoord (behalve the USA, the UK, the Netherlands) |
There's a problem with the heating in my room. The manager said the plumber would come at two. I don't like hotels without heating.
Hier: a problem — voor het eerst; the heating, the manager — duidelijk welke; hotels, heating in de laatste zin — in het algemeen, zonder lidwoord. In deze tekst doet het Nederlands precies hetzelfde: ‘een probleem met de verwarming’, ‘de manager’, ‘hotels zonder verwarming’.
Oefeningen bij de lessen 25–29
10–12 min1. Gemengde invuloefening.
- I'm afraid there's something wrong the heating
- The man works here is my brother
- If it (rain), I (stay) at home
- I (live) in a small town — vroeger, nu niet meer
- He me that he was busy
Toon de antwoorden
2. Foutopsporing.
- The man which works here.
- The man who he works here.
- If it will rain, I'll stay at home.
- Did you used to live here?
- He said me that he was busy.
- I used to visit Rome in 2019.
Toon de antwoorden
3. Maak er één zin van.
- I know a woman. She speaks four languages.
- We booked a hotel. It was near the station.
Toon de antwoorden
4. Koppeloefening.
- I'm afraid…
- Actually…
- used to
- He told me…
Toon de antwoorden
Samenvatting
Behandeld
- de lessen 25–29 in hun geheel
- negentig onregelmatige werkwoorden in de cursus
Volgende: les 31 — uitleggen waarom je te laat bent.
Einde van de kern
De les telt als voltooid zodra de oefeningen zijn gedaan. Alles daarna is optioneel.
optioneel
Miniproductie
Vertel hardop en schrijf daarna acht zinnen op: klaag over een hotel, beschrijf iemand die daar werkt, zeg wat je doet als het weer slecht is, hoe het vroeger bij jou was en wat iemand je vandaag heeft gezegd.
Checklist voor les 31:
- begint de klacht met een verzachter?
- who bij mensen, which bij dingen, geen tweede onderwerp?
- na if de tegenwoordige tijd?
- used to alleen voor iets regelmatigs, in de vraag use zonder -d?
- told met een persoon, said zonder?
Oefen deze les in de andere secties
Heb je een idee voor een functie?
⚑ optioneel