Grammatica ~21 min van de kern over

Andermans woorden doorgeven

Na deze les kun je

Ik kan begrijpen en doorgeven wat iemand anders heeft gezegd.

Start de les Kern 19–21 min · stappen: 6 · optioneel: +2

Opgegeven kerntijd. Twee van de kernblokken hebben geen tijdsaanduiding, dus de echte les duurt langer dan deze som.

Grammatica

5 min

Andermans woorden geef je door met twee werkwoorden, en die zijn niet uitwisselbaar.

say — zeggen WAT He said that he was tired.
tell — zeggen TEGEN WIE He told me that he was tired.

say neemt geen persoon zonder voorzetsel: ✗ He said me → ✓ He said to me of He told me.

Het woord that mag weg: He said (that) he was tired — beide varianten zijn goed.

Bij het doorgeven schuift de tijd één stap terug:

directe rede indirecte rede
"I am tired." He said he was tired.
"I work here." She said she worked here.
"I will call you." He said he would call me.

Op dit niveau moet je die verschuiving HERKENNEN, niet zelf maken. Ze wordt volledig behandeld in B1, samen met het doorgeven van vragen en verzoeken. Nu is het belangrijk te begrijpen dat was in de indirecte rede geen verleden betekent: de persoon had het over nu. Het Nederlands doet dat vaak net zo: ‘hij zei dat hij moe was’.

Ook de voornaamwoorden veranderen: "I am tired" → He said he was tired.

Citaat en indirecte rede meng je niet: óf He said, "I am tired.", óf He said (that) he was tired.

Advertentie

Fouten van Nederlandstaligen

geschreven voor jouw taal
1

said me

✗ He said me that…

✓ He told me that…

of He said to me that…. ‘Hij zei me dat …’: in het Nederlands neemt ‘zeggen’ de persoon gewoon mee. say kan dat niet zonder to; wie de persoon noemt, neemt meestal tell.

2

told zonder persoon

✗ She told that she was busy

✓ She said that she was busy

of She told me that she was busy. ‘Ze vertelde dat ze het druk had’ heeft geen persoon nodig, tell wel: told me, told Tom. Zo ook ‘ze vertelde over het probleem’ — She told me about the problem.

3

Een /t/ aan het eind van said en told

In het Nederlands wordt een d aan het eind een t (‘hond’), en dan klinkt said als /set/. In het Engels blijft de /d/ stemhebbend: /sed/, /təʊld/.

Uitspraak

3 min

Bij het doorgeven valt de klemtoon op de inhoud, niet op het werkwoord van zeggen:

He said he was tired. She told me she worked there.

said /sed/ — kort, met de klinker /e/, niet /eɪ/: niet als say met een d erachter. told /təʊld/ — met een lange tweeklank.

Advertentie

Tekst

3 min

I called the office this morning. The manager said that he was busy and that he would call me back at two. My colleague said she had a problem with the new system. She told me that it didn't work on her computer. I said I would help her after lunch.

Hardop lezen

Oefeningen

8–10 min

1. Invuloefening.

  1. He that he was tired
  2. He me that he was tired
  3. She me about the problem
  4. She that the system didn't work
Toon de antwoorden
said, told, told, said.

2. Foutopsporing.

  1. He said me that he was busy.
  2. He said that "I am tired".
  3. She told that she was busy.
Toon de antwoorden
He told me that he was busy. / He said that he was busy.; He said that he was tired. / He said, "I am tired."; She said that she was busy. / She told me that she was busy.

3. Koppeloefening.

  1. "I am tired."
  2. "I work here."
  3. "I will call you."
Toon de antwoorden
`"I am tired."` — He said he was tired.; `"I work here."` — He said he worked here.; `"I will call you."` — He said he would call me.

4. Geef het door.

  1. Tom: "I am busy."
  2. Anna: "I work here."
Toon de antwoorden
Tom said that he was busy. / Tom said he was busy.; Anna said that she worked here. / Anna said she worked here.
Advertentie

Samenvatting

Behandeld

  • say tegenover tell
  • doorgeven met that
  • de verschuiving van de tijd herkennen
  • de verschuiving van de voornaamwoorden

Volgende: les 30 — herhaling van de lessen 25–29.

Einde van de kern

De les telt als voltooid zodra de oefeningen zijn gedaan. Alles daarna is optioneel.

Les 66

optioneel

Woordenschat voor de kaartenset

12 woorden
  • say /seɪ/ zeggen
  • said /sed/ zei
  • tell /tel/ vertellen (aan iemand)
  • told /təʊld/ vertelde
  • ask /ɑːsk/ vragen
  • refuse /rɪˈfjuːz/ weigeren
  • explain /ɪkˈspleɪn/ uitleggen
  • call back /kɔːl ˈbæk/ terugbellen
  • busy /ˈbɪzi/ druk, bezig
  • system /ˈsɪstəm/ systeem
  • mention /ˈmenʃn/ noemen, vermelden
  • later /ˈleɪtə/ later

Schrijven

Vier zinnen — vertel een gesprek na dat je vandaag hebt gehad.

Voorbeeld

I called the office this morning. The manager said that he was busy. He said he would call me back at two. My colleague said she had a problem with the system.

Checklist

Het concept is opgeslagen op dit apparaat
Advertentie

Heb je een idee voor een functie?

Idee versturen
Advertentie
Advertentie