Grammatica ~20 min van de kern over

Zeggen hoe je iets doet

Na deze les kun je

Ik kan zeggen hoe iemand precies iets doet, en dat niet verwarren met een beschrijving van de persoon zelf.

Start de les Kern 18–20 min · stappen: 6 · optioneel: +2

Opgegeven kerntijd. Twee van de kernblokken hebben geen tijdsaanduiding, dus de echte les duurt langer dan deze som.

Grammatica

4 min

Een bijwoord van wijze maak je van een bijvoeglijk naamwoord met de uitgang -ly.

bijvoeglijk naamwoord bijwoord
slow slowly
quick quickly
careful carefully
quiet quietly
happy happily (y → ily)

Het bijvoeglijk naamwoord beschrijft een persoon of ding, het bijwoord een handeling. In het Nederlands is het vaak hetzelfde woord (‘langzaam’), in het Engels zijn het twee woorden:

He is a slow driver. Hoe hij is.
He drives slowly. Hoe hij het doet.

Vier woorden volgen de regel niet:

good → well He speaks English well.
fast → fast She works fast.
hard → hard They work hard.
late → late I came late.

Plaats van het bijwoord: na het werkwoord, en als er een lijdend voorwerp is — na het lijdend voorwerp. ✓ He speaks English well, niet He speaks well English — het verbod uit A1 #7.

Advertentie

Fouten van Nederlandstaligen

geschreven voor jouw taal
1

good in plaats van well

✗ He speaks English good

✓ He speaks English well

‘Goed’ is in het Nederlands allebei: ‘een goed boek’ en ‘hij spreekt goed’. In het Engels staat good bij een zelfstandig naamwoord; bij een werkwoord hoort well.

2

Het bijwoord tussen werkwoord en lijdend voorwerp

✗ He speaks well English

✓ He speaks English well

‘Hij spreekt goed Engels’ wordt woord voor woord overgezet — dezelfde valkuil als in A1 #7. Wel goed is He speaks good English: dan hoort good bij English.

3

Bijvoeglijk naamwoord in plaats van bijwoord

✗ He drives slow (in geschreven Engels) → ✓ He drives slowly. Het Nederlandse bijwoord heeft geen eigen uitgang (‘hij rijdt langzaam’, ‘zij werkt zorgvuldig’), en daarom valt -ly makkelijk weg. In de spreektaal en op verkeersborden (Drive slow) kom je slow wel tegen, maar houd het in je eigen Engels bij -ly.

Uitspraak

3 min

De uitgang -ly is onbeklemtoond en verschuift de klemtoon niet: carefully, quickly, happily. De klemtoon blijft waar hij in het bijvoeglijk naamwoord lag.

hard /hɑːd/ en well /wel/ — bijwoorden zonder -ly, van één lettergreep; aan het eind van de zin krijgen ze de hoofdklemtoon: He works hard, She speaks English well.

Advertentie

Tekst

3 min

My colleague works very fast, but he doesn't always work carefully. He speaks English well and he speaks it quickly — sometimes too quickly for me. Yesterday he came late and left early. I work slowly, but I check everything twice.

Hardop lezen

Oefeningen

8–10 min

1. Vorm het bijwoord.

  1. slow →
  2. careful →
  3. quick →
  4. happy →
  5. good →
  6. fast →
Toon de antwoorden
slowly, carefully, quickly, happily, well, fast.

2. Meerkeuze.

  1. He is a driver. (slow / slowly)
  2. He drives . (slow / slowly)
  3. She speaks English . (good / well)
  4. It was a film. (good / well)
Toon de antwoorden
slow, slowly, well, good.

3. Foutopsporing.

  1. He speaks English good.
  2. He speaks well English.
  3. She works very hardly. (hardly betekent ‘nauwelijks’)
Toon de antwoorden
He speaks English well. / He speaks good English.; He speaks English well. / He speaks good English.; She works very hard.

4. Woordvolgorde.

Tik de woorden in de juiste volgorde.
Beschikbaar zodra de hele zin is opgebouwd
Toon de antwoorden
He speaks English well. She works carefully.
Advertentie

Samenvatting

Behandeld

  • bijwoorden op -ly
  • vier uitzonderingen
  • het verschil tussen bijvoeglijk naamwoord en bijwoord
  • de plaats van het bijwoord

Volgende: les 16 — op reis.

Einde van de kern

De les telt als voltooid zodra de oefeningen zijn gedaan. Alles daarna is optioneel.

Les 52

optioneel

Woordenschat voor de kaartenset

12 woorden
  • slowly /ˈsləʊli/ langzaam
  • quickly /ˈkwɪkli/ snel, vlug
  • carefully /ˈkeəfəli/ zorgvuldig, voorzichtig
  • quietly /ˈkwaɪətli/ stil, zachtjes
  • well /wel/ goed
  • fast /fɑːst/ snel (bijwoord en bijvoeglijk naamwoord)
  • hard /hɑːd/ hard, ijverig; moeilijk
  • loudly /ˈlaʊdli/ luid, hard
  • check /tʃek/ controleren, nakijken
  • badly /ˈbædli/ slecht
  • politely /pəˈlaɪtli/ beleefd
  • drive /draɪv/ autorijden

Schrijven

Vier zinnen over hoe iemand die je kent werkt of praat.

Voorbeeld

My colleague works very fast, but not always carefully. He speaks English well. Yesterday he came late. I work slowly, but I check everything twice.

Checklist

Het concept is opgeslagen op dit apparaat
Advertentie

Heb je een idee voor een functie?

Idee versturen
Advertentie
Advertentie