Op reis: vliegveld en station
Ik kan een omroepbericht op het vliegveld verstaan, een land of een stad goed noemen en zeggen waar ik naartoe ga.
Opgegeven kerntijd. Twee van de kernblokken hebben geen tijdsaanduiding, dus de echte les duurt langer dan deze som.
Grammatica
5 minHet lidwoord bij aardrijkskundige namen volgt een lijst, geen regel.
| zonder the | met the |
|---|---|
| landen: Germany, Italy, France | namen in het meervoud of met het woord States, Kingdom: the Netherlands, the USA, the UK |
| steden: Amsterdam, London | rivieren: the Thames, the Rhine |
| straten: Oxford Street | zeeën en oceanen: the Black Sea |
| bergketens: the Alps |
Het Nederlands helpt hier vaak: ‘de Theems’, ‘de Rijn’, ‘de Alpen’, ‘de Verenigde Staten’, ‘het Verenigd Koninkrijk’ hebben ook een lidwoord. Let op je eigen land: ‘Nederland’ heeft geen lidwoord, the Netherlands wel — het is een meervoud.
Instellingen: the of niets — en dat verandert de betekenis.
| go to school | naar school gaan (als leerling) |
| go to the school | naar het schoolgebouw gaan (bijvoorbeeld voor een vergadering) |
| be in hospital | in het ziekenhuis liggen (als patiënt) |
| be in the hospital | in het ziekenhuisgebouw zijn |
Drie plaatsen gaan zonder lidwoord: go home, go to work, go to bed. home heeft ook geen voorzetsel: go to home kan niet — home is hier een bijwoord, geen zelfstandig naamwoord.
Fouten van Nederlandstaligen
geschreven voor jouw taal‘Naar huis’ als to home
✗ I go to home
✓ I go home
De meest gemaakte fout van deze les: ‘naar huis’ heeft een voorzetsel, en dat wordt to. Na go krijgt home er geen.
the Netherlands zonder the
✗ I'm from Netherlands
✓ I'm from the Netherlands
‘Uit Nederland’ heeft geen lidwoord, maar Netherlands is een meervoud — zie A1 #14.
Het lidwoord uit ‘in het ziekenhuis’ en ‘naar het werk’
✗ He is in the hospital (hij is ziek), ✗ I go to the work at eight → ✓ He is in hospital, I go to work at eight. the staat alleen als het gebouw bedoeld is. Bij ‘naar school’ en ‘naar bed’ zegt het Nederlands het al zonder lidwoord, net als het Engels.
Uitspraak
3 minOmroepberichten op het vliegveld en het station zijn snelle spraak met sterke reductie. Herkennen moet je de kernwoorden:
| geschreven | klinkt als |
|---|---|
| flight to London | /flaɪt tə ˈlʌndən/ |
| gate number seven | /ɡeɪt ˈnʌmbə ˈsevn/ |
| the train to Amsterdam | /ðə treɪn tə ˈæmstədæm/ |
to vóór een medeklinker — /tə/, vóór een klinker — /tu/. Vluchtnummers spreek je cijfer voor cijfer uit.
Tekst
3 minI'm going to the UK next week. My flight leaves at seven forty from gate twelve. I have to be at the airport two hours before my flight. My sister lives in the Netherlands, so I'm going to visit her too. After that I'm going home — I go to work on Monday.
Oefeningen
8–10 min1. Invuloefening.
- I'm from Netherlands
- She lives in Germany
- We're going to USA
- He works in London
Toon de antwoorden
2. Meerkeuze.
- My son goes to school every day. (hij is leerling)
- I have to go to school tomorrow — there's a meeting
Toon de antwoorden
3. Foutopsporing.
- I go to home at six.
- I'm from Netherlands.
- He is in the hospital. (hij is ziek)
Toon de antwoorden
4. Koppeloefening.
- Thames
- Alps
- UK
- Italy
- Amsterdam
Toon de antwoorden
Samenvatting
Behandeld
- het lidwoord bij aardrijkskundige namen
- the bij instellingen tegenover geen lidwoord
- go home zonder voorzetsel
- omroepberichten verstaan
Volgende: les 17 — het hotel en een beleefd verzoek.
Einde van de kern
De les telt als voltooid zodra de oefeningen zijn gedaan. Alles daarna is optioneel.
optioneel
Woordenschat voor de kaartenset
13 woorden- flight /flaɪt/ vlucht
- gate /ɡeɪt/ gate (op het vliegveld)
- platform /ˈplætfɔːm/ perron
- luggage /ˈlʌɡɪdʒ/ bagage
- passport /ˈpɑːspɔːt/ paspoort
- boarding /ˈbɔːdɪŋ/ instappen, boarding
- delay /dɪˈleɪ/ vertraging
- arrival /əˈraɪvl/ aankomst
- departure /dɪˈpɑːtʃə/ vertrek
- abroad /əˈbrɔːd/ naar het buitenland; in het buitenland
- border /ˈbɔːdə/ grens
- before /bɪˈfɔː/ voor, vóór
- after /ˈɑːftə/ na
Schrijven
Vier zinnen over je volgende reis: waarheen, met welke vlucht, wanneer naar het vliegveld, waarheen daarna.
Voorbeeld
I'm going to the UK next week. My flight leaves at seven forty. I have to be at the airport two hours before my flight. After that I'm going home.
Checklist
Oefen deze les in de andere secties
Heb je een idee voor een functie?
⚑ optioneel