Grammatica ~21 min van de kern over

Op reis: vliegveld en station

Na deze les kun je

Ik kan een omroepbericht op het vliegveld verstaan, een land of een stad goed noemen en zeggen waar ik naartoe ga.

Start de les Kern 19–21 min · stappen: 6 · optioneel: +2

Opgegeven kerntijd. Twee van de kernblokken hebben geen tijdsaanduiding, dus de echte les duurt langer dan deze som.

Grammatica

5 min

Het lidwoord bij aardrijkskundige namen volgt een lijst, geen regel.

zonder the met the
landen: Germany, Italy, France namen in het meervoud of met het woord States, Kingdom: the Netherlands, the USA, the UK
steden: Amsterdam, London rivieren: the Thames, the Rhine
straten: Oxford Street zeeën en oceanen: the Black Sea
bergketens: the Alps

Het Nederlands helpt hier vaak: ‘de Theems’, ‘de Rijn’, ‘de Alpen’, ‘de Verenigde Staten’, ‘het Verenigd Koninkrijk’ hebben ook een lidwoord. Let op je eigen land: ‘Nederland’ heeft geen lidwoord, the Netherlands wel — het is een meervoud.

Instellingen: the of niets — en dat verandert de betekenis.

go to school naar school gaan (als leerling)
go to the school naar het schoolgebouw gaan (bijvoorbeeld voor een vergadering)
be in hospital in het ziekenhuis liggen (als patiënt)
be in the hospital in het ziekenhuisgebouw zijn

Drie plaatsen gaan zonder lidwoord: go home, go to work, go to bed. home heeft ook geen voorzetsel: go to home kan niet — home is hier een bijwoord, geen zelfstandig naamwoord.

Advertentie

Fouten van Nederlandstaligen

geschreven voor jouw taal
1

‘Naar huis’ als to home

✗ I go to home

✓ I go home

De meest gemaakte fout van deze les: ‘naar huis’ heeft een voorzetsel, en dat wordt to. Na go krijgt home er geen.

2

the Netherlands zonder the

✗ I'm from Netherlands

✓ I'm from the Netherlands

‘Uit Nederland’ heeft geen lidwoord, maar Netherlands is een meervoud — zie A1 #14.

3

Het lidwoord uit ‘in het ziekenhuis’ en ‘naar het werk’

✗ He is in the hospital (hij is ziek), ✗ I go to the work at eight → ✓ He is in hospital, I go to work at eight. the staat alleen als het gebouw bedoeld is. Bij ‘naar school’ en ‘naar bed’ zegt het Nederlands het al zonder lidwoord, net als het Engels.

Uitspraak

3 min

Omroepberichten op het vliegveld en het station zijn snelle spraak met sterke reductie. Herkennen moet je de kernwoorden:

geschreven klinkt als
flight to London /flaɪt tə ˈlʌndən/
gate number seven /ɡeɪt ˈnʌmbə ˈsevn/
the train to Amsterdam /ðə treɪn tə ˈæmstədæm/

to vóór een medeklinker — /tə/, vóór een klinker — /tu/. Vluchtnummers spreek je cijfer voor cijfer uit.

Advertentie

Tekst

3 min

I'm going to the UK next week. My flight leaves at seven forty from gate twelve. I have to be at the airport two hours before my flight. My sister lives in the Netherlands, so I'm going to visit her too. After that I'm going home — I go to work on Monday.

Hardop lezen

Oefeningen

8–10 min

1. Invuloefening.

  1. I'm from Netherlands
  2. She lives in Germany
  3. We're going to USA
  4. He works in London
Toon de antwoorden
the; —; the; —.

2. Meerkeuze.

  1. My son goes to school every day. (hij is leerling)
  2. I have to go to school tomorrow — there's a meeting
Toon de antwoorden
—; the.

3. Foutopsporing.

  1. I go to home at six.
  2. I'm from Netherlands.
  3. He is in the hospital. (hij is ziek)
Toon de antwoorden
I go home at six. / I'm from the Netherlands. / He is in hospital.

4. Koppeloefening.

  1. Thames
  2. Alps
  3. UK
  4. Italy
  5. Amsterdam
Toon de antwoorden
`Thames`, `Alps`, `UK` — met `the`; `Italy`, `Amsterdam` — zonder `the`
Advertentie

Samenvatting

Behandeld

  • het lidwoord bij aardrijkskundige namen
  • the bij instellingen tegenover geen lidwoord
  • go home zonder voorzetsel
  • omroepberichten verstaan

Volgende: les 17 — het hotel en een beleefd verzoek.

Einde van de kern

De les telt als voltooid zodra de oefeningen zijn gedaan. Alles daarna is optioneel.

Les 53

optioneel

Woordenschat voor de kaartenset

13 woorden
  • flight /flaɪt/ vlucht
  • gate /ɡeɪt/ gate (op het vliegveld)
  • platform /ˈplætfɔːm/ perron
  • luggage /ˈlʌɡɪdʒ/ bagage
  • passport /ˈpɑːspɔːt/ paspoort
  • boarding /ˈbɔːdɪŋ/ instappen, boarding
  • delay /dɪˈleɪ/ vertraging
  • arrival /əˈraɪvl/ aankomst
  • departure /dɪˈpɑːtʃə/ vertrek
  • abroad /əˈbrɔːd/ naar het buitenland; in het buitenland
  • border /ˈbɔːdə/ grens
  • before /bɪˈfɔː/ voor, vóór
  • after /ˈɑːftə/ na

Schrijven

Vier zinnen over je volgende reis: waarheen, met welke vlucht, wanneer naar het vliegveld, waarheen daarna.

Voorbeeld

I'm going to the UK next week. My flight leaves at seven forty. I have to be at the airport two hours before my flight. After that I'm going home.

Checklist

Het concept is opgeslagen op dit apparaat
Advertentie

Heb je een idee voor een functie?

Idee versturen
Advertentie
Advertentie