Vertellen hoe je je weekend hebt doorgebracht
Ik kan vertellen wat ik gisteren en in het weekend heb gedaan.
Opgegeven kerntijd. Twee van de kernblokken hebben geen tijdsaanduiding, dus de echte les duurt langer dan deze som.
Grammatica
4 minBij regelmatige werkwoorden maak je de verleden tijd met de uitgang -ed, en die is voor alle personen DEZELFDE.
| I / you / he / she / we / they | worked, lived, watched |
| I worked at home yesterday. | Gisteren werkte ik thuis. |
| She watched a film. | Ze keek een film. |
| We walked in the park. | We wandelden in het park. |
Geen -s en geen veranderingen per persoon: één vorm voor iedereen — dit is de eenvoudigste tijd van het Engels.
Spelling: work → worked, live → lived (alleen -d), study → studied (de y na een medeklinker verandert), stop → stopped (de medeklinker wordt verdubbeld).
In deze les alleen de bevestigende zin. Vragen en ontkenningen in de verleden tijd maak je met het hulpwerkwoord did, en dat is stof voor A2: Did you work?, I didn't work. Vertel voorlopig alleen bevestigend over wat er gebeurd is.
Fouten van Nederlandstaligen
geschreven voor jouw taalEen persoonsuitgang
✗ He workeds
✗ She workeds
✓ He worked
In het Nederlands verandert de verleden tijd met het aantal (‘hij werkte’, ‘wij werkten’), en uit de tegenwoordige tijd ken je he works; daarom plakken veel leerders er nog een -s aan. In het Engels blijft worked voor iedereen gelijk.
De voltooide tijd in plaats van de verleden tijd
✗ Yesterday I have worked at home
✓ Yesterday I worked at home
In het Nederlands vertel je over het verleden meestal in de voltooide tijd: ‘Gisteren heb ik thuis gewerkt’. In het Engels staat bij yesterday, last week en last weekend de verleden tijd: worked, niet have worked.
Het werkwoord vóór het onderwerp
✗ On Saturday cleaned I my flat
✓ On Saturday I cleaned my flat
In het Nederlands staat het werkwoord op de tweede plaats: ‘Op zaterdag maakte ik mijn appartement schoon’. In het Engels blijft het onderwerp vóór het werkwoord staan, ook als On Saturday of Yesterday vooraan staat.
-ed bij onregelmatige werkwoorden
✗ goed, ✗ haved → de juiste vormen komen in les 29. Het Nederlands kent dit ook (‘gaan – ging’, ‘lopen – liep’), dus het idee is bekend; alleen zijn de Engelse vormen anders.
Uitspraak
4 minDe uitgang -ed spreek je op drie manieren uit, en de letter e erin hoor je meestal helemaal niet.
| Klank | Waarna | Voorbeelden |
|---|---|---|
| /t/ | na stemloze klanken | worked, watched, stopped |
| /d/ | na stemhebbende klanken en klinkers | lived, played, opened |
| /ɪd/ | alleen na t en d | wanted, needed, started |
De grootste fout is -ed overal als aparte lettergreep uitspreken: worked is één lettergreep, ✓ /wɜːkt/, en niet ✗ /ˈwɜːkɪd/. Een extra lettergreep verraadt een buitenlander sterker dan een accent.
Tekst
3 minLast weekend I stayed at home. On Saturday I cleaned my flat and cooked dinner. In the evening I watched a film and listened to music. On Sunday the weather was warm, so I walked in the park. I talked to my sister on the phone. We laughed a lot.
Oefeningen
8–10 min1. Invuloefening.
- I (work) at home
- She (watch) a film
- We (walk) in the park
- He (study) English
Toon de antwoorden
2. Koppeloefening.
- worked
- watched
- lived
- played
- wanted
- started
Toon de antwoorden
3. Foutopsporing.
- Yesterday I have worked at home.
- She workeds in a shop.
- Last week we play football.
Toon de antwoorden
4. Schrijf de vorm van de verleden tijd op.
stop, study, live, open, listen
Toon de antwoorden
Samenvatting
Behandeld
- -ed bij regelmatige werkwoorden
- de spelling
- drie uitspraken van de uitgang
- woorden voor de verleden tijd
Volgende: les 29 — onregelmatige werkwoorden en over een reis vertellen in de juiste volgorde.
Einde van de kern
De les telt als voltooid zodra de oefeningen zijn gedaan. Alles daarna is optioneel.
optioneel
Woordenschat voor de kaartenset
13 woorden- stay /steɪ/ blijven
- clean /kliːn/ schoonmaken; schoon
- garden /ˈɡɑːdn/ tuin
- relax /rɪˈlæks/ ontspannen
- listen to /ˈlɪsn tuː/ luisteren naar
- talk to /ˈtɔːk tuː/ praten met
- laugh /lɑːf/ lachen
- start /stɑːt/ beginnen
- finish /ˈfɪnɪʃ/ afmaken
- need /niːd/ nodig hebben
- weekend /ˌwiːkˈend/ weekend
- picnic /ˈpɪknɪk/ picknick
- so /səʊ/ dus
Schrijven
Vijf zinnen over je afgelopen weekend, allemaal in de verleden tijd.
Voorbeeld
Last weekend I stayed at home. I cleaned my flat and cooked dinner. In the evening I watched a film. On Sunday I walked in the park.
Checklist
Oefen deze les in de andere secties
Heb je een idee voor een functie?
Vertel ons wat je hierna wilt zien — we lezen elk bericht.
⚑ optioneel