Zeggen waar ik ben geweest
Ik kan zeggen waar ik gisteren was en wat er daar was.
Opgegeven kerntijd. Twee van de kernblokken hebben geen tijdsaanduiding, dus de echte les duurt langer dan deze som.
Grammatica
4 minHet werkwoord be heeft in de verleden tijd maar twee vormen:
| I / he / she / it | was |
| you / we / they | were |
| I was at home yesterday. | Gisteren was ik thuis. |
| They were in Italy last summer. | Vorige zomer waren ze in Italië. |
| Were you at work? | Was je op je werk? |
| I wasn't at home. | Ik was niet thuis. |
There was en there were — hetzelfde als there is / there are uit les 13, alleen in de verleden tijd: There was a café here, There were two shops on this street.
Woorden voor de verleden tijd: yesterday, last week, last year, two days ago, in 2020.
Fouten van Nederlandstaligen
geschreven voor jouw taalwas in plaats van were
✗ You was at home
✓ You were at home
In het Nederlands hangt de vorm af van het aantal: ‘jij was’, maar ‘jullie waren’. In het Engels hoort bij you altijd were, ook als je het tegen één persoon hebt.
Het werkwoord vóór het onderwerp
✗ Yesterday was I at home
✓ Yesterday I was at home
of I was at home yesterday. In het Nederlands staat het werkwoord op de tweede plaats, dus na een tijdwoord vooraan schuift het onderwerp naar achteren: ‘Gisteren was ik thuis’. In het Engels blijft het onderwerp vóór was staan: Last summer we were in Italy.
De voltooide tijd bij een moment in het verleden
✗ I have been in Italy last summer
✓ I was in Italy last summer
In het Nederlands is ‘Ik ben vorige zomer in Italië geweest’ heel gewoon, ook met een tijdwoord erbij. In het Engels gebruik je bij yesterday, last … en … ago alleen was of were.
Uitspraak
3 minwas en were zijn in vloeiende spraak zwak: /wəz/ en /wə/. Beklemtoond worden ze alleen in een kort antwoord en bij een ontkenning: Yes, I was, I wasn't.
Daarom klinkt I was at home in vlotte spraak ongeveer als /aɪ wəz ət ˈhəʊm/ — dat is normaal.
Tekst
3 minYesterday I was at home. The weather was cold and it was raining. My sister was at work. She wasn't at home in the evening. Last summer we were in Italy. The weather was hot and sunny. There was a small café next to our hotel. There were a lot of people on the beach.
Oefeningen
8–10 min1. Invuloefening.
- I at home yesterday
- They in Italy last summer
- You at work
- The weather cold
Toon de antwoorden
2. Invuloefening.
- a café on this street
- two shops here
- a lot of people in the park
Toon de antwoorden
3. Foutopsporing.
- You was at home.
- Yesterday was I at work.
- I have been there two days ago.
Toon de antwoorden
4. Koppeloefening.
- yesterday
- last year
- two days ago
- now
Toon de antwoorden
Samenvatting
Behandeld
- was en were
- there was / there were
- woorden voor de verleden tijd
Volgende: les 28 — vertellen hoe je je weekend hebt doorgebracht.
Einde van de kern
De les telt als voltooid zodra de oefeningen zijn gedaan. Alles daarna is optioneel.
optioneel
Woordenschat voor de kaartenset
12 woorden- yesterday /ˈjestədeɪ/ gisteren
- last /lɑːst/ vorig
- ago /əˈɡəʊ/ geleden
- week /wiːk/ week
- month /mʌnθ/ maand
- year /jɪə/ jaar
- holiday /ˈhɒlədeɪ/ vakantie
- people /ˈpiːpl/ mensen
- a lot of /ə ˈlɒt əv/ een heleboel
- beach /biːtʃ/ strand
- sea /siː/ zee
- mountain /ˈmaʊntɪn/ berg
Schrijven
Vier zinnen: waar je gisteren was, waar je vorige zomer was en hoe het weer was.
Voorbeeld
Yesterday I was at home. The weather was cold. Last summer I was in Italy. It was hot and sunny.
Checklist
Oefen deze les in de andere secties
Heb je een idee voor een functie?
Vertel ons wat je hierna wilt zien — we lezen elk bericht.
⚑ optioneel