Lastig punt ~15 min van de kern over

Herhaling 4 (lessen 19–23)

Start de les Kern 13–15 min · stappen: 3 · optioneel: +1

Opgegeven kerntijd. Twee van de kernblokken hebben geen tijdsaanduiding, dus de echte les duurt langer dan deze som.

Het blok onregelmatige werkwoorden geldt hier niet.

Lastig punt

3 min

Nog een keer het lidwoord — aan de hand van de dingen uit de lessen 19–23. Het Nederlands heeft zelf lidwoorden (een, de, het), en meestal staan ze op dezelfde plek als in het Engels. Het verschil zit in de details — denk aan ‘met de bus’ tegenover by bus — en daarom komt het lidwoord niet in één les aan bod, maar steeds opnieuw.

Drie gevallen die bijna alles dekken:

je noemt iets voor het eerst There is a bank near here.
je hebt het al genoemd The bank is opposite the park.
er is er hier maar één van Where is the station?

En twee waar GEEN lidwoord staat: voor een niet-telbaar woord (I like bread) en na by bij vervoer (by bus).

Ontleed aan de hand van deze vijf regels: I go to work by bus. There is a café near the station. The café opens at eight. I like coffee.

Advertentie

Oefeningen bij de lessen 19–23

10–12 min

1. Gemengde invuloefening.

  1. I like (read)
  2. I want go home
  3. She (+) drive, but she (−) cook
  4. I go to work bus
  5. He goes foot
Toon de antwoorden
reading, to, can / can't, by, on.

2. Foutopsporing.

  1. I want go home.
  2. I can to swim.
  3. Turn to left at the corner.
  4. I go to work by foot.
  5. Where the station is?
  6. The train leave at seven.
Toon de antwoorden
I want to go home. / I can swim. / Turn left at the corner. / I go to work on foot. / Where is the station? / The train leaves at seven.

3. Woordvolgorde.

  1. [ swim / can / I ]
  2. [ is / where / the post office / ? ]
  3. [ at the bank / turn / left ]
Toon de antwoorden
I can swim. Where is the post office? Turn left at the bank.

4. Koppeloefening.

  1. Can you drive?
  2. Where is the station?
  3. How do I get to the park?
  4. What time does the train leave?
Toon de antwoorden
`Can you drive?` — `No, I can't.`; `Where is the station?` — `Next to the bank.`; `How do I get to the park?` — `Go straight on.`; `What time does the train leave?` — `At nine forty.`
Advertentie

Samenvatting

Behandeld: de lessen 19–23 in hun geheel. Volgende: les 25 — wat er op dit moment gebeurt.

Einde van de kern

De les telt als voltooid zodra de oefeningen zijn gedaan. Alles daarna is optioneel.

Les 25

optioneel

Miniproductie

Vertel hardop en schrijf daarna zeven à acht zinnen op: wat je leuk vindt, wat je wilt, wat je wel en niet kunt, hoe je naar je werk gaat en hoe je iemand de weg wijst naar de dichtstbijzijnde winkel.

Checklist voor les 25:

  • staat er na like een -ing, na want een to en na can niets?
  • staat er in een aanwijzing geen onderwerp, en maak je de ontkenning met don't?
  • staat in een vraag naar een plaats het werkwoord direct na where?
  • staat er na by geen lidwoord, en is lopend on foot?
Het concept is opgeslagen op dit apparaat
Advertentie

Heb je een idee voor een functie?

Vertel ons wat je hierna wilt zien — we lezen elk bericht.

Idee versturen →
Advertentie
Advertentie