Grammatica ~20 min van de kern over

Een vraag stellen en ‘nee’ zeggen

Na deze les kun je

Ik kan iemand vragen wat hij doet, kort ‘ja’ of ‘nee’ antwoorden en zeggen wat ik niet doe.

Start de les Kern 18–20 min · stappen: 6 · optioneel: +2

Opgegeven kerntijd. Twee van de kernblokken hebben geen tijdsaanduiding, dus de echte les duurt langer dan deze som.

Grammatica

4 min

Vragen en ontkenningen maak je in het Engels met het hulpwerkwoord do. Het hoofdwerkwoord verandert daarbij niet — al het werk neemt do op zich.

bevestigende zin I work in Amsterdam.
vraag Do you work in Amsterdam?
ontkenning I don't work in Amsterdam.
kort antwoord Yes, I do. / No, I don't.

don't is de korte vorm van do not; in gesproken taal gebruik je bijna altijd de korte vorm.

Een kort antwoord herhaalt het hulpwerkwoord, niet het hoofdwerkwoord. Op Do you work? antwoord je Yes, I do, niet Yes, I work. Dat is ook de gewoonste manier om in het Engels ‘ja’ te zeggen.

Beroepen noem je met a of an: I'm a teacher, I'm an engineer.

Advertentie

Fouten van Nederlandstaligen

geschreven voor jouw taal
1

Een vraag door omkering, zonder do

✗ Work you in Amsterdam?

✓ Do you work in Amsterdam?

In het Nederlands maak je een vraag door het werkwoord vooraan te zetten: ‘Werk jij in Amsterdam?’. In het Engels kan dat met een gewoon werkwoord niet: de vraag begint met do.

2

not achter het werkwoord

✗ I work not on Sunday

✓ I don't work on Sunday

In het Nederlands komt ‘niet’ na het werkwoord: ‘Ik werk niet op zondag’. In het Engels staat don't vóór het werkwoord.

3

Beroep zonder lidwoord

✗ I'm teacher

✓ I'm a teacher

In het Nederlands zeg je ‘Ik ben leraar’, zonder ‘een’; het Engels heeft hier altijd a of an nodig.

Uitspraak

3 min

De klank /ɜː/ — lang en neutraal, de lippen worden niet gerond: work, nurse, first, learn. Dus niet de Nederlandse ‘eu’ of ‘u’, en in work zit ook geen ‘o’ of ‘oo’.

De klemtoon in namen van beroepen valt niet waar je hem verwacht: en·gi·neer, jour·na·list → journalist, teacher, doctor.

Advertentie

Tekst

3 min

Do you work in Amsterdam?

Yes, I do. I work in a school. I'm a teacher.

Do you like your work?

Yes, I do. I don't work on Sunday.

Do you speak English?

No, I don't. I speak Dutch and German.

Hardop lezen

Oefeningen

8–10 min

1. Invuloefening.

  1. you speak English?
  2. I work on Sunday
  3. you like your work?
  4. No, I
Toon de antwoorden
Do, don't, Do, don't.

2. Omzetoefening.

Maak van I work in a school een vraag en een ontkenning.

Toon de antwoorden
Do you work in a school? / I don't work in a school.

3. Meerkeuze.

Toon de antwoorden
Do you work here? / I don't speak English. / I'm a teacher.

4. Woordvolgorde.

Tik de woorden in de juiste volgorde.
Beschikbaar zodra de hele zin is opgebouwd
Toon de antwoorden
Do you speak English?
Advertentie

Samenvatting

Behandeld

  • de vraag met do
  • de ontkenning don't
  • het korte antwoord
  • beroepen met een lidwoord

Volgende: les 9 — hetzelfde voor de derde persoon, en daar verschijnt de enige uitgang van het Engelse werkwoord.

Einde van de kern

De les telt als voltooid zodra de oefeningen zijn gedaan. Alles daarna is optioneel.

Les 9

optioneel

Woordenschat voor de kaartenset

13 woorden
  • teacher /ˈtiːtʃə/ leraar, lerares
  • doctor /ˈdɒktə/ arts, dokter
  • nurse /nɜːs/ verpleegkundige
  • driver /ˈdraɪvə/ chauffeur, bestuurder
  • engineer /ˌendʒɪˈnɪə/ ingenieur
  • manager /ˈmænɪdʒə/ manager
  • shop /ʃɒp/ winkel
  • school /skuːl/ school
  • hospital /ˈhɒspɪtl/ ziekenhuis
  • company /ˈkʌmpəni/ bedrijf
  • job /dʒɒb/ baan
  • first /fɜːst/ eerste
  • learn /lɜːn/ leren

Schrijven

Vier zinnen: wat je beroep is, waar je werkt, wat je niet doet, wat je je gesprekspartner zou vragen.

Voorbeeld

I'm a teacher. I work in a school. I don't work on Sunday. Do you like your job?

Checklist

Het concept is opgeslagen op dit apparaat
Advertentie

Heb je een idee voor een functie?

Vertel ons wat je hierna wilt zien — we lezen elk bericht.

Idee versturen →
Advertentie
Advertentie