Een vraag stellen en ‘nee’ zeggen
Ik kan iemand vragen wat hij doet, kort ‘ja’ of ‘nee’ antwoorden en zeggen wat ik niet doe.
Opgegeven kerntijd. Twee van de kernblokken hebben geen tijdsaanduiding, dus de echte les duurt langer dan deze som.
Grammatica
4 minVragen en ontkenningen maak je in het Engels met het hulpwerkwoord do. Het hoofdwerkwoord verandert daarbij niet — al het werk neemt do op zich.
| bevestigende zin | I work in Amsterdam. |
| vraag | Do you work in Amsterdam? |
| ontkenning | I don't work in Amsterdam. |
| kort antwoord | Yes, I do. / No, I don't. |
don't is de korte vorm van do not; in gesproken taal gebruik je bijna altijd de korte vorm.
Een kort antwoord herhaalt het hulpwerkwoord, niet het hoofdwerkwoord. Op Do you work? antwoord je Yes, I do, niet Yes, I work. Dat is ook de gewoonste manier om in het Engels ‘ja’ te zeggen.
Beroepen noem je met a of an: I'm a teacher, I'm an engineer.
Fouten van Nederlandstaligen
geschreven voor jouw taalEen vraag door omkering, zonder do
✗ Work you in Amsterdam?
✓ Do you work in Amsterdam?
In het Nederlands maak je een vraag door het werkwoord vooraan te zetten: ‘Werk jij in Amsterdam?’. In het Engels kan dat met een gewoon werkwoord niet: de vraag begint met do.
not achter het werkwoord
✗ I work not on Sunday
✓ I don't work on Sunday
In het Nederlands komt ‘niet’ na het werkwoord: ‘Ik werk niet op zondag’. In het Engels staat don't vóór het werkwoord.
Beroep zonder lidwoord
✗ I'm teacher
✓ I'm a teacher
In het Nederlands zeg je ‘Ik ben leraar’, zonder ‘een’; het Engels heeft hier altijd a of an nodig.
Uitspraak
3 minDe klank /ɜː/ — lang en neutraal, de lippen worden niet gerond: work, nurse, first, learn. Dus niet de Nederlandse ‘eu’ of ‘u’, en in work zit ook geen ‘o’ of ‘oo’.
De klemtoon in namen van beroepen valt niet waar je hem verwacht: en·gi·neer, jour·na·list → journalist, teacher, doctor.
Tekst
3 minDo you work in Amsterdam?
Yes, I do. I work in a school. I'm a teacher.
Do you like your work?
Yes, I do. I don't work on Sunday.
Do you speak English?
No, I don't. I speak Dutch and German.
Oefeningen
8–10 min1. Invuloefening.
- you speak English?
- I work on Sunday
- you like your work?
- No, I
Toon de antwoorden
2. Omzetoefening.
Maak van I work in a school een vraag en een ontkenning.
Toon de antwoorden
3. Meerkeuze.
Toon de antwoorden
4. Woordvolgorde.
Tik de woorden in de juiste volgorde.Toon de antwoorden
Samenvatting
Behandeld
- de vraag met do
- de ontkenning don't
- het korte antwoord
- beroepen met een lidwoord
Volgende: les 9 — hetzelfde voor de derde persoon, en daar verschijnt de enige uitgang van het Engelse werkwoord.
Einde van de kern
De les telt als voltooid zodra de oefeningen zijn gedaan. Alles daarna is optioneel.
optioneel
Woordenschat voor de kaartenset
13 woorden- teacher /ˈtiːtʃə/ leraar, lerares
- doctor /ˈdɒktə/ arts, dokter
- nurse /nɜːs/ verpleegkundige
- driver /ˈdraɪvə/ chauffeur, bestuurder
- engineer /ˌendʒɪˈnɪə/ ingenieur
- manager /ˈmænɪdʒə/ manager
- shop /ʃɒp/ winkel
- school /skuːl/ school
- hospital /ˈhɒspɪtl/ ziekenhuis
- company /ˈkʌmpəni/ bedrijf
- job /dʒɒb/ baan
- first /fɜːst/ eerste
- learn /lɜːn/ leren
Schrijven
Vier zinnen: wat je beroep is, waar je werkt, wat je niet doet, wat je je gesprekspartner zou vragen.
Voorbeeld
I'm a teacher. I work in a school. I don't work on Sunday. Do you like your job?
Checklist
Oefen deze les in de andere secties
Heb je een idee voor een functie?
Vertel ons wat je hierna wilt zien — we lezen elk bericht.
⚑ optioneel