Een zin bouwen die begrepen wordt
Ik kan een eenvoudige zin uit drie delen zeggen — wie, wat hij doet, wat — zonder de woorden zo om te gooien dat de betekenis verandert.
Opgegeven kerntijd. Twee van de kernblokken hebben geen tijdsaanduiding, dus de echte les duurt langer dan deze som.
Grammatica
4 minIn het Engels is de woordvolgorde niet vrij: zij is de grammatica. Wie iets doet, komt eerst, de handeling als tweede, al het andere daarna.
| wie | wat doet | wat |
|---|---|---|
| I | speak | English |
| You | know | my brother |
| We | live | in Amsterdam |
Verwissel de delen — en de zin krijgt een andere betekenis of valt uit elkaar.
De eerste vijf werkwoorden. Voorlopig nemen we de vormen voor I en you — die zijn gelijk aan de grondvorm:
| werkwoord | |
|---|---|
| work | werken |
| live | wonen, leven |
| speak | spreken (een taal) |
| know | weten, kennen |
| like | leuk vinden, houden van |
Drie regels voor de plaats van woorden, en alle drie worden op dezelfde manier overtreden:
- Het bijvoeglijk naamwoord staat vóór het zelfstandig naamwoord: a big city, niet a city big.
- Tussen het werkwoord en het lijdend voorwerp staat niets: I speak English well, niet I speak well English.
- Waar en wanneer staan aan het eind van de zin, niet tussen de handelende persoon en het werkwoord: I work in Amsterdam, niet I in Amsterdam work. De tijd kan ook vooraan: Every day I speak English. (Korte woorden van frequentie — always, often — volgen hun eigen regel, dat is les 11.)
Fouten van Nederlandstaligen
geschreven voor jouw taalNa een tijdsbepaling vooraan wordt het werkwoord naar voren gehaald
✗ Every day speak I English
✓ Every day I speak English
In het Nederlands staat het werkwoord altijd op de tweede plaats: ‘Elke dag spreek ik Engels’. Het Engels kent die omkering niet: ook na Every day komt eerst de handelende persoon, dan het werkwoord.
Het bijwoord tussen werkwoord en lijdend voorwerp
✗ I speak well English
✓ I speak English well
In het Nederlands is ‘Ik spreek goed Engels’ de gewone volgorde, en die wordt woord voor woord naar het Engels overgezet.
Uitspraak
3 minNiet alle woorden in een zin krijgen klemtoon. De klemtoon valt op de inhoudswoorden — de woorden die de betekenis dragen; functiewoorden worden zwak en kort uitgesproken.
I work in Amsterdam. I speak English and Dutch.
in, and, a zijn in de stroom van de zin bijna niet te horen — dat is normaal, geen slordigheid. Wie elk woord even sterk uitspreekt, klinkt alsof hij een lijstje opleest.
Tekst
3 minI live in Amsterdam. I work in a big office. I speak Dutch and English. I like my work. You know my brother Tom. You like Italian food.
Oefeningen
8–10 min1. Woordvolgorde.
- [ English / speak / I ]
- [ my brother / know / you ]
- [ a big office / in / work / I ]
Toon de antwoorden
2. Foutopsporing.
- I speak well English.
- Coffee I like.
- I in Amsterdam live.
Toon de antwoorden
3. Invuloefening.
- I in Amsterdam
- I English and Dutch
- You my sister
Toon de antwoorden
4. Koppeloefening.
- bijvoeglijk naamwoord
- bijwoord well
- bijwoordelijke bepaling van plaats
Toon de antwoorden
Samenvatting
Behandeld
- de volgorde ‘wie — wat doet — wat’
- de plaats van het bijvoeglijk naamwoord
- het bijwoord en de bepaling
- vijf werkwoorden
Volgende: les 8 — hoe je een vraag stelt en ‘nee’ zegt.
Einde van de kern
De les telt als voltooid zodra de oefeningen zijn gedaan. Alles daarna is optioneel.
optioneel
Woordenschat voor de kaartenset
12 woorden- work /wɜːk/ werken; werk
- live /lɪv/ wonen
- speak /spiːk/ spreken (een taal)
- know /nəʊ/ weten, kennen
- like /laɪk/ leuk vinden
- office /ˈɒfɪs/ kantoor
- food /fuːd/ eten
- well /wel/ goed
- every day /ˈevri deɪ/ elke dag
- English /ˈɪŋɡlɪʃ/ het Engels (de taal); Engels
- now /naʊ/ nu
- also /ˈɔːlsəʊ/ ook
Schrijven
Vier zinnen: waar je woont, waar je werkt, welke talen je spreekt, wat je leuk vindt.
Voorbeeld
I live in Amsterdam. I work in a big office. I speak Dutch and English. I like Italian food.
Checklist
Oefen deze les in de andere secties
Heb je een idee voor een functie?
Vertel ons wat je hierna wilt zien — we lezen elk bericht.
⚑ optioneel