Over je familie vertellen
Ik kan familieleden noemen, zeggen van wie een persoon of een voorwerp is, en een naam niet twee keer herhalen.
Opgegeven kerntijd. Twee van de kernblokken hebben geen tijdsaanduiding, dus de echte les duurt langer dan deze som.
Grammatica
4 min1. Bezittelijke voornaamwoorden: van wie.
| my | your | his | her | its | our | their |
|---|---|---|---|---|---|---|
| mijn | jouw, uw | zijn | haar | zijn, haar (van een ding, een dier) | ons, onze | hun |
his of her kies je naar de bezitter, niet naar het bezit: her brother — haar broer, ook al is de broer een man.
2. De bezits-'s: van wie precies. Anna's brother — de broer van Anna. my father's car — de auto van mijn vader. De volgorde ligt vast: eerst de bezitter, dan het bezit.
3. Persoonlijke voornaamwoorden als voorwerp — de vorm na een voorzetsel.
| I → me | you → you | he → him | she → her | it → it | we → us | they → them |
|---|
This photo is for you. It's from her. This is for me.
Drie voorbeelden:
- This is my sister. Her name is Maria.
- Tom's wife is Italian.
- This letter is for him.
Fouten van Nederlandstaligen
geschreven voor jouw taal‘De broer van Anna’ en ‘mijn vader z'n auto’ gaan in het Engels anders
✗ the brother of Anna ✗ my father his car → ✓ Anna's brother, ✓ my father's car. De constructie met of klinkt bij personen onnatuurlijk, en het Nederlandse ‘z'n’ heeft geen Engelse tegenhanger; in het Engels staat de bezitter vooraan, met 's.
De apostrof in 's valt niet weg
✗ Toms wife
✓ Tom's wife
In het Nederlands schrijf je ‘Toms vrouw’ zonder apostrof (die komt alleen na sommige klinkers, zoals in ‘Anna's’); in het Engels krijgt elke bezitter 's.
Uitspraak
4 min/θ/ en /ð/ — in woorden over familie zitten deze twee klanken in bijna elk woord.
Het puntje van de tong tussen de tanden, de lucht stroomt langs de tong.
| Stemloos /θ/ | Stemhebbend /ð/ |
|---|---|
| three, thanks, Thursday | this, that, they |
| mother, father, brother |
Controle: zie je bij het uitspreken het puntje van je tong niet in de spiegel, dan is de klank niet goed.
Het Nederlands heeft deze klanken niet, en het oor vervangt ze door ‘t/d’ of ‘s/z’: three → ‘trie’ of ‘srie’, this → ‘dis’, mother → ‘modder’.
Tekst
3 minThis is my family. My mother is Sanne. My father is Pieter. This is my brother Tom. His wife is Anna. Anna's sister is Maria. She is a student in Italy. This photo is for you. It is from them.
Oefeningen
8–10 min1. Invuloefening.
- This is Anna. brother is Tom
- This is Tom. wife is Anna
- My parents are here. house is small
- I'm Anna. father is Pieter
Toon de antwoorden
2. Omzetoefening.
- Anna + brother
- my father + car
- Tom + wife
Toon de antwoorden
3. Invuloefening.
- This is for (ik)
- It's from (zij, enkelvoud)
- This photo is for (zij, meervoud)
Toon de antwoorden
4. Koppeloefening.
- sister
- daughter
- husband
- parents
Toon de antwoorden
Samenvatting
Behandeld
- bezittelijke voornaamwoorden
- 's
- voorwerpsvormen na een voorzetsel
- woorden over familie
- /θ/ en /ð/
Volgende: les 5 — wat ik heb.
Einde van de kern
De les telt als voltooid zodra de oefeningen zijn gedaan. Alles daarna is optioneel.
optioneel
Woordenschat voor de kaartenset
14 woorden- family /ˈfæməli/ familie, gezin
- mother /ˈmʌðə/ moeder
- father /ˈfɑːðə/ vader
- parents /ˈpeərənts/ ouders
- brother /ˈbrʌðə/ broer
- sister /ˈsɪstə/ zus
- son /sʌn/ zoon
- daughter /ˈdɔːtə/ dochter
- wife /waɪf/ vrouw, echtgenote
- husband /ˈhʌzbənd/ man, echtgenoot
- grandmother /ˈɡrænmʌðə/ oma, grootmoeder
- child /tʃaɪld/ kind
- children /ˈtʃɪldrən/ kinderen
- photo /ˈfəʊtəʊ/ foto
Schrijven
Vier zinnen over je familie.
Voorbeeld
This is my family. My mother is Sanne. My brother is Tom. His wife is Anna.
Checklist
Oefen deze les in de andere secties
Heb je een idee voor een functie?
Vertel ons wat je hierna wilt zien — we lezen elk bericht.
⚑ optioneel