Iets kopen en naar de prijs vragen
Ik kan naar een prijs vragen, het antwoord begrijpen en een getal tot duizend noemen.
Opgegeven kerntijd. Twee van de kernblokken hebben geen tijdsaanduiding, dus de echte les duurt langer dan deze som.
Grammatica
4 minHow much en How many zijn twee verschillende vragen, en wat je telt bepaalt de keuze.
| waarbij | voorbeeld | |
|---|---|---|
| How many | we tellen per stuk | How many apples? |
| How much | we tellen niet | How much bread? |
| How much | bij een prijs — altijd | How much is it? |
Dit is een directe voortzetting van les 15: telbaar — many, niet telbaar — much.
Naar de prijs vragen:
| How much is it? | Hoeveel kost het? |
| How much are they? | Hoeveel kosten ze? |
| It's five pounds. | Vijf pond. |
| That's twelve euros fifty. | Twaalf euro vijftig. |
Getallen tot duizend. Honderdtallen maak je met hundred, en dat woord krijgt geen -s: two hundred, niet two hundreds. Tussen de honderden en de tientallen staat and: two hundred and fifty.
Fouten van Nederlandstaligen
geschreven voor jouw taalHow much bij dingen die je telt
✗ How much apples?
✓ How many apples?
In het Nederlands is er één ‘hoeveel’ voor allebei: ‘hoeveel appels’, ‘hoeveel brood’. Het onderscheid moet je in het Engels dus bewust maken.
Pond en euro zonder -s
✗ It's five pound.
✓ It's five pounds.
In het Nederlands blijft een munt of maat na een getal in het enkelvoud: ‘vijf pond’, ‘twaalf euro’. In het Engels krijgt pound na een getal een -s: five pounds, twenty-five pounds. Alleen hundred blijft na een getal zonder -s: two hundred, niet two hundreds — net als ‘tweehonderd’.
and vergeten
✗ two hundred fifty
✓ two hundred and fifty
‘Tweehonderdvijftig’ heeft geen ‘en’ tussen honderden en tientallen; de ‘en’ van ‘vijfentwintig’ staat tussen eenheden en tientallen. In het Brits-Engels hoort and juist na hundred.
Uitspraak
3 minHoe je getallen uitspreekt — een vervolg op les 3 en de leeslijn. Twee plekken waar het vaak misgaat:
- -teen tegenover -ty: de klemtoon en de n aan het eind — thirteen /ˌθɜːˈtiːn/ tegenover thirty /ˈθɜːti/;
- hundred /ˈhʌndrəd/ — de tweede lettergreep is onbeklemtoond en wordt bijna ingeslikt.
Een prijs spreek je in één keer uit: five pounds fifty — zonder pauze in het midden.
Tekst
3 minHow much is this bag?
It's twenty-five pounds.
And how much are these books?
Three pounds fifty each. How many books do you want?
Two, please.
That's thirty-two pounds.
Oefeningen
8–10 min1. Invuloefening.
- is this bag?
- apples do you want?
- bread do you eat?
- are these books?
Toon de antwoorden
2. Schrijf in woorden.
15, 50, 130, 250, 900
Toon de antwoorden
3. Foutopsporing.
- How much apples?
- It's two hundreds pounds.
- How much money is this bag?
Toon de antwoorden
4. Koppeloefening.
- How much is it?
- How many books?
- Anything else?
Toon de antwoorden
Samenvatting
Behandeld
- How much tegenover How many
- vragen naar de prijs
- getallen tot duizend
Volgende: les 18 — herhaling van de lessen 13–17.
Einde van de kern
De les telt als voltooid zodra de oefeningen zijn gedaan. Alles daarna is optioneel.
optioneel
Woordenschat voor de kaartenset
12 woorden- price /praɪs/ prijs
- money /ˈmʌni/ geld
- pound /paʊnd/ pond
- euro /ˈjʊərəʊ/ euro
- cheap /tʃiːp/ goedkoop
- receipt /rɪˈsiːt/ bonnetje, kassabon
- shoes /ʃuːz/ schoenen
- size /saɪz/ maat
- each /iːtʃ/ elk; per stuk
- want /wɒnt/ willen
- buy /baɪ/ kopen
- change /tʃeɪndʒ/ wisselgeld
Schrijven
Een dialoog van vier beurten in een winkel: jij vraagt naar de prijs van twee dingen.
Voorbeeld
— How much is this bag? — It's twenty pounds. — And how much are these shoes? — Fifty-five pounds.
Checklist
Oefen deze les in de andere secties
Heb je een idee voor een functie?
Vertel ons wat je hierna wilt zien — we lezen elk bericht.
⚑ optioneel