Grammatica ~21 min van de kern over

‘Toen’ en ‘nu’ vergelijken

Na deze les kun je

Ik kan vertellen wat vroeger gewoon was en wat er niet meer is.

Start de les Kern 19–21 min · stappen: 6 · optioneel: +2

Opgegeven kerntijd. Twee van de kernblokken hebben geen tijdsaanduiding, dus de echte les duurt langer dan deze som.

Grammatica

5 min

used to + werkwoord — wat in het verleden REGELMATIG of lang zo was en nu is opgehouden.

I used to live in Amsterdam. Vroeger woonde ik in Amsterdam (nu niet meer).
She used to smoke. Ze rookte vroeger (ze is gestopt).
We used to go there every summer. Vroeger gingen we er elke zomer heen.

Het Nederlands heeft hiervoor geen aparte vorm: het zegt ‘vroeger’ en zet het werkwoord in de verleden tijd. In het Engels draagt used to die betekenis zelf.

In de vraag en de ontkenning valt de -d weg, omdat did hem overneemt:

Did you use to live here?
I didn't use to like coffee.

used to tegenover de Past Simple:

used to — gewoonte, herhaald Past Simple — één keer
I used to go to Italy every year. I went to Italy in 2019.
✗ I used to go to Italy in 2019. — een eenmalige gebeurtenis, used to past niet

De toets: gebeurde het ÉÉN keer, wordt er een precieze datum genoemd of gezegd hoe lang het duurde (for ten years) — dan kan used to niet.

Let op: be used to is iets heel anders. I'm used to getting up early betekent ‘ik ben gewend vroeg op te staan’ — een gewoonte nu. Dat komt in B1; onthoud voorlopig: used to zonder be gaat alleen over het verleden.

Advertentie

Fouten van Nederlandstaligen

geschreven voor jouw taal
1

was erbij

✗ I was used to play football

✓ I used to play football

‘Ik was gewend’ of ‘ik was gewoon om …’ lokt een was uit, maar dan wordt het be used to (‘gewend zijn’, B1). Over een vroegere gewoonte staat used to zonder be.

2

De voltooide tijd voor een vroegere gewoonte

✗ At school I have played football every day

✓ At school I used to play football every day

‘Op school heb ik elke dag gevoetbald’ is gewoon Nederlands, maar die tijd is voorbij: geen Present Perfect (les 20), maar used to of I played.

3

Het werkwoord vóór het onderwerp

✗ Every summer went we to the beach

✓ Every summer we went to the beach / We used to go to the beach every summer

‘Elke zomer gingen we’ — in het Engels blijft het onderwerp ook na een tijdsbepaling vóór het werkwoord.

Uitspraak

3 min

used to klinkt als /ˈjuːstə/ — als één woord, met een stemloze /s/ en zonder /d/. I used to live — /aɪ ˈjuːstə lɪv/.

Dat is hetzelfde soort samensmelting als want to → /ˈwɒnə/ en have to → /ˈhæftə/. Op het gehoor zijn used to en use to helemaal niet te onderscheiden — het verschil bestaat alleen op papier, en daarom houdt de fout met de overbodige -d zo hardnekkig stand.

Advertentie

Tekst

3 min

I used to live in a small town near the sea. We used to go to the beach every evening. I didn't use to like big cities, but now I live in Amsterdam and I like it. My father used to work in a factory. It closed in 2010 and he found a new job. Did you use to play any sport at school?

Hardop lezen

Oefeningen

8–10 min

1. Invuloefening.

  1. I (live) in a small town — vroeger, nu niet meer
  2. I (visit) Rome in 2019
  3. We (go) to the beach every evening
Toon de antwoorden
used to live, visited, used to go.

2. Omzetoefening.

  1. You used to smoke. → Did…?
  2. You used to smoke. → You didn't…
Toon de antwoorden
Did you use to smoke?; You didn't use to smoke.

3. Foutopsporing.

  1. Did you used to live here?
  2. I used to visit Rome in 2019.
  3. I used to live in Amsterdam now.
Toon de antwoorden
Did you use to live here?; I visited Rome in 2019.; I live in Amsterdam now. / I used to live in Amsterdam.

4. Vertel over je jeugd.

Drie zinnen met used to. Voorbeeldantwoord: I used to play football. I used to live near my school. I didn't use to like fish.

Advertentie

Samenvatting

Behandeld

  • used to in alle vormen
  • het verschil met de Past Simple
  • de waarschuwing voor be used to

Volgende: les 29 — andermans woorden doorgeven.

Einde van de kern

De les telt als voltooid zodra de oefeningen zijn gedaan. Alles daarna is optioneel.

Les 65

optioneel

Woordenschat voor de kaartenset

12 woorden
  • used to /ˈjuːstə/ vroeger (gewoonlijk)
  • town /taʊn/ stadje
  • factory /ˈfæktri/ fabriek
  • childhood /ˈtʃaɪldhʊd/ jeugd, kindertijd
  • change /tʃeɪndʒ/ veranderen
  • grow up /ɡrəʊ ˈʌp/ opgroeien
  • move /muːv/ verhuizen
  • any more /ˌeniˈmɔː/ niet meer
  • sport /spɔːt/ sport
  • beach /biːtʃ/ strand
  • sea /siː/ zee
  • closed /kləʊzd/ ging dicht, werd gesloten

Schrijven

Vijf zinnen over wat er vroeger was en wat er niet meer is.

Voorbeeld

I used to live in a small town near the sea. We used to go to the beach every evening. I didn't use to like big cities. Now I live in Amsterdam and I like it. I used to read a lot, but now I don't have time.

Checklist

Het concept is opgeslagen op dit apparaat
Advertentie

Heb je een idee voor een functie?

Idee versturen
Advertentie
Advertentie