Grammatica ~21 min van de kern over

Over de toekomst praten

Na deze les kun je

Ik kan op drie manieren over de toekomst praten en daartussen kiezen.

Start de les Kern 19–21 min · stappen: 6 · optioneel: +2

Opgegeven kerntijd. Twee van de kernblokken hebben geen tijdsaanduiding, dus de echte les duurt langer dan deze som.

Grammatica

5 min

Het Engels heeft drie manieren om over de toekomst te praten, en ze zijn niet uitwisselbaar.

vorm wanneer voorbeeld
will een beslissing op het moment van spreken, een voorspelling, een belofte It's cold — I'll close the window.
be going to een voornemen, al eerder besloten; een duidelijke voorspelling I'm going to visit my sister next week.
Present Continuous een afspraak met anderen, vastgelegd I'm meeting Tom at five.

will in alle vormen:

I will help you. → I'll help you.
I won't be late. won't = will not
Will you help me? — Yes, I will.

will is voor alle personen hetzelfde, daarna komt het werkwoord in de grondvorm, zonder to.

Hoe kies je? Eén vraag: wanneer heb je het besloten?

net besloten The phone is ringing. I'll answer it.
eerder besloten I'm going to answer all my letters today.
met iemand afgesproken I'm answering questions at the meeting tomorrow.
Advertentie

Fouten van Nederlandstaligen

geschreven voor jouw taal
1

‘Ik wil’ is geen I will

✗ I will go home (bedoeld: ‘ik wil naar huis’) → ✓ I want to go home. De valkuil uit A1 #19 komt terug nu will er echt bij is: ‘willen’ is want to. will zegt iets over de toekomst — een beslissing op dit moment, een voorspelling, een belofte.

2

De tegenwoordige tijd voor een afspraak

✗ Tomorrow I go to the cinema (de kaartjes zijn gekocht) → ✓ I'm going to the cinema tomorrow. ‘Morgen ga ik naar de bioscoop’ is gewoon Nederlands. In het Engels staat voor een afspraak de Present Continuous, voor alleen een voornemen I'm going to go.

3

De tegenwoordige tijd voor een besluit van nu

✗ The phone is ringing. I answer it.

✓ I'll answer it.

‘Ik neem wel op’, ‘ik help je’: in het Nederlands volstaat de tegenwoordige tijd als je iets net besluit of aanbiedt. In het Engels staat dan will: I'll help you.

Uitspraak

3 min

'll hoor je bijna niet — het is één medeklinker /l/, vastgeplakt aan het voornaamwoord: I'll /aɪl/, he'll /hiːl/, they'll /ðeɪl/.

won't — /wəʊnt/, met de tweeklank /əʊ/, niet met de Nederlandse ‘oo’. Verwar het niet met want /wɒnt/: I won't go — ‘ik ga niet’, I want to go — ‘ik wil gaan’. Het verschil zit alleen in de klinker, en het verandert de betekenis.

Advertentie

Tekst

3 min

Are you free on Saturday?

No, I'm meeting my sister at twelve. We're going to the theatre.

And on Sunday?

I'm going to stay at home. I have a lot of work.

It's raining. Take my umbrella.

Thanks, I'll bring it back on Monday. I won't forget.

Hardop lezen

Oefeningen

8–10 min

1. Meerkeuze.

  1. The phone is ringing. I answer it
  2. I visit my sister next week — I decided last month
  3. I Tom at five — we agreed on Monday
Toon de antwoorden
will, am going to, am meeting.

2. Invuloefening.

  1. I help you. (je biedt hulp aan)
  2. I be late, I promise
  3. you open the window?
Toon de antwoorden
'll / will; won't; Will.

3. Foutopsporing.

  1. I will to help you.
  2. I'm going visit my sister next week.
  3. Tomorrow I go to the cinema. (de kaartjes zijn gekocht)
Toon de antwoorden
I will help you.; I'm going to visit my sister next week.; I'm going to the cinema tomorrow. / Tomorrow I'm going to the cinema.

4. Koppeloefening.

  1. will
  2. going to
  3. Present Continuous
Toon de antwoorden
beslissing nu — `will`; plan van lang geleden — `going to`; afspraak — Present Continuous.
Advertentie

Samenvatting

Behandeld

  • will en won't
  • drie manieren om over de toekomst te praten en de regel om ertussen te kiezen

Volgende: les 10 — regels en plichten.

Einde van de kern

De les telt als voltooid zodra de oefeningen zijn gedaan. Alles daarna is optioneel.

Les 46

optioneel

Woordenschat voor de kaartenset

12 woorden
  • won't /wəʊnt/ zal niet (will not)
  • promise /ˈprɒmɪs/ beloven
  • agree /əˈɡriː/ het eens zijn, afspreken
  • free /friː/ vrij
  • busy /ˈbɪzi/ druk, bezig
  • theatre /ˈθɪətə/ theater
  • umbrella /ʌmˈbrelə/ paraplu
  • bring back /brɪŋ ˈbæk/ terugbrengen
  • answer /ˈɑːnsə/ antwoorden
  • meeting /ˈmiːtɪŋ/ ontmoeting, vergadering
  • decide /dɪˈsaɪd/ besluiten, beslissen
  • sure /ʃʊə/ zeker

Schrijven

Vier zinnen over het komende weekend: één afspraak, één voornemen, één belofte.

Voorbeeld

I'm meeting my sister on Saturday. We're going to the theatre. On Sunday I'm going to stay at home. I won't work at all.

Checklist

Het concept is opgeslagen op dit apparaat
Advertentie

Heb je een idee voor een functie?

Idee versturen
Advertentie
Advertentie