Regels noemen
Ik kan zeggen wat verplicht is, wat verboden is en wat niet hoeft.
Opgegeven kerntijd. Twee van de kernblokken hebben geen tijdsaanduiding, dus de echte les duurt langer dan deze som.
Grammatica
5 minmust en have to gaan allebei over noodzaak, maar die noodzaak komt van een andere kant.
| waar het vandaan komt | voorbeeld | |
|---|---|---|
| must | van de spreker: ik heb het zo besloten, ik vind het belangrijk | I must call my mother today. |
| have to | van buitenaf: een regel, een wet, de omstandigheden | I have to wear a uniform at work. |
In gesprekken vervaagt dit verschil vaak, en dan wint have to: dat past altijd. Maar één verschil mag nooit vervagen:
mustn't en don't have to zijn NIET hetzelfde. Ze zijn elkaars tegendeel.
| You mustn't smoke here. | Hier mag je niet roken. Een verbod. |
| You don't have to come tomorrow. | Morgen hoef je niet te komen. Je mag het laten. |
Vormen. must is een hulpwerkwoord, net als can: geen -s, geen do, daarna de grondvorm. have to is een gewoon werkwoord: he has to, Do you have to…?, I don't have to.
| He must go. / He has to go. | |
| Do you have to work on Sunday? | |
| I don't have to work. |
must heeft geen verleden tijd — daarvoor gebruik je had to: I had to work yesterday.
Fouten van Nederlandstaligen
geschreven voor jouw taalmustn't is niet ‘hoeft niet’
✗ You mustn't come tomorrow (bedoeld: ‘je hoeft morgen niet te komen’) → ✓ You don't have to come tomorrow. must lijkt op ‘moeten’, en het tegendeel van ‘moeten’ is ‘niet hoeven’. Maar mustn't is ‘niet mogen’: You mustn't smoke here — ‘hier mag je niet roken’. De fout draait de betekenis om, en daarom is ze de duurste.
must in de verleden tijd
✗ Yesterday I must work late
✓ Yesterday I had to work late
‘Ik moest’ klinkt bijna als must, maar must heeft geen verleden tijd: daar staat altijd had to.
Uitspraak
3 minIn mustn't spreek je de t in het midden niet uit: /ˈmʌsnt/. Je hoort /mʌs/ en meteen /nt/.
have to klinkt in lopende spraak als /ˈhæftə/, met een /f/ in plaats van /v/. En has to — /ˈhæstə/. Dat is geen slordigheid, maar de norm: hoor je /aɪ ˈhæftə ɡəʊ/, dan hoor je I have to go.
Tekst
3 minAt my work we have to wear a uniform, and we have to be there at nine. You mustn't use your phone in the office — it's a rule. On Friday we don't have to stay until six. We can go home at four. Yesterday I had to work late because my colleague was ill.
Oefeningen
8–10 min1. Invuloefening.
- You smoke here — it's forbidden
- You come tomorrow — it's Sunday
- Children play with matches
Toon de antwoorden
2. Invuloefening.
- I call my mother today — I really want to
- She wear a uniform at work
- Yesterday I work late
Toon de antwoorden
3. Foutopsporing.
- I must to go.
- I must work yesterday.
- You mustn't come tomorrow. (het hoeft niet)
Toon de antwoorden
4. Koppeloefening.
- You mustn't go.
- You don't have to go.
Toon de antwoorden
Samenvatting
Behandeld
- must en have to
- een verbod tegenover iets wat niet hoeft
- had to in de verleden tijd
Volgende: les 11 — advies en mening.
Einde van de kern
De les telt als voltooid zodra de oefeningen zijn gedaan. Alles daarna is optioneel.
optioneel
Woordenschat voor de kaartenset
12 woorden- rule /ruːl/ regel
- uniform /ˈjuːnɪfɔːm/ uniform
- forbidden /fəˈbɪdn/ verboden
- allowed /əˈlaʊd/ toegestaan
- smoke /sməʊk/ roken
- colleague /ˈkɒliːɡ/ collega
- office /ˈɒfɪs/ kantoor
- late /leɪt/ laat
- early /ˈɜːli/ vroeg
- careful /ˈkeəfl/ voorzichtig
- important /ɪmˈpɔːtnt/ belangrijk
- necessary /ˈnesəsəri/ nodig, noodzakelijk
Schrijven
Vier zinnen over de regels op je werk of je opleiding: wat verplicht is, wat verboden is en wat niet hoeft.
Voorbeeld
At my work we have to wear a uniform. We have to be there at nine. You mustn't use your phone in the office. On Friday we don't have to stay until six.
Checklist
Oefen deze les in de andere secties
Heb je een idee voor een functie?
⚑ optioneel