Samenhangend over jezelf vertellen
Ik kan samenhangend over mezelf vertellen: wie ik ben, waar ik woon en werk, wat ik leuk vind, wat ik gisteren heb gedaan en wat ik van plan ben.
Opgegeven kerntijd. Twee van de kernblokken hebben geen tijdsaanduiding, dus de echte les duurt langer dan deze som.
Hoe je een verhaal opbouwt
4 minLosse zinnen maken kun je al sinds de eerste les. Een samenhangend verhaal verschilt daarvan in twee dingen: de volgorde en de verbindingswoorden.
De volgorde — van algemeen naar bijzonder: wie je bent → waar je woont en werkt → je dagindeling → wat je leuk vindt → wat er was → wat er komt.
Verbindingswoorden die je al kent:
| and | verbindt (les 11) |
| but | stelt tegenover elkaar (les 11) |
| because | geeft de reden (les 11) |
| so | dus, daarom (les 28) |
| First, Then, After that, Finally | volgorde van gebeurtenissen (les 29) |
De tijden in een verhaal over jezelf: de gewone tegenwoordige tijd voor feiten en gewoonten, de duurvorm voor ‘nu’, de verleden tijd voor ‘gisteren’ en ‘vorige zomer’, going to voor plannen.
Tekst
3 minMy name is Pieter and I'm from Amsterdam. I'm thirty-two years old. I'm a manager and I work in a big office in the centre. I usually get up at seven and go to work by bus. The journey takes forty minutes. I like reading and cooking, but I don't like getting up early. I can cook well, but I can't drive. Now I'm learning English. Yesterday I stayed at home. Last summer I went to Italy. First, I took a plane to Rome. Then I found a small hotel next to the station. Finally, I came home in August. Next year I'm going to visit my sister in Spain.
Loop de tekst na met de checklist hieronder — alle tijden van A1 komen erin voor.
Fouten van Nederlandstaligen
geschreven voor jouw taalHet werkwoord vóór het onderwerp
✗ Last summer went I to Italy. ✗ Then found I a small hotel. → ✓ Last summer I went to Italy. ✓ Then I found a small hotel. In een verhaal begint bijna elke zin met een tijdwoord, en na ‘vorige zomer’ of ‘toen’ schuift het Nederlandse werkwoord naar voren. In het Engels komt eerst het onderwerp (les 28 en 29).
usually na het werkwoord
✗ I get usually up at seven.
✓ I usually get up at seven.
‘Meestal’ staat in het Nederlands achter de persoonsvorm, usually in het Engels vóór het hoofdwerkwoord (les 11).
Nederlandse tijden
✗ Yesterday I have worked at home. ✗ Next year I visit my sister. → ✓ Yesterday I worked at home. ✓ Next year I'm going to visit my sister. Het Nederlands vertelt over gisteren in de voltooide tijd en over een plan in de tegenwoordige tijd. In het Engels: de verleden tijd (les 28) en going to (les 32).
Uitspraak
3 minEen verhaal valt uiteen in betekenisgroepen, en je stem laat horen waar een groep eindigt en waar de gedachte doorloopt.
| waar | stem | voorbeeld |
|---|---|---|
| einde van de zin | daalt ↘ | Next year I'm going to visit my sister in Spain ↘. |
| na First, Then, Finally | vlak of iets omhoog ↗, korte pauze | First ↗, I took a plane to Rome ↘. |
| opsomming | omhoog ↗ bij elk deel behalve het laatste, bij het laatste omlaag ↘ | I like reading ↗ and cooking ↘. |
De pauze valt tussen de groepen, niet tussen de woorden: Last summer / I went to Italy, niet Last / summer / I / went / to / Italy. Lees de tekst hardop: je stem omlaag bij elke punt, een korte pauze bij elke komma.
Oefeningen
8–10 min1. Invuloefening.
- I like tea I don't like coffee
- It was cold, I stayed at home
- I work in an office I study English
- My job is interesting, the journey is boring
- I'm learning English I want to travel
Toon de antwoorden
2. Volgorde van de delen.
Zet in de juiste volgorde: plannen, naam en stad, gisteren, werk, wat ik leuk vind.
Toon de antwoorden
3. Invuloefening met tijden.
- I (work) in an office every day
- Yesterday I (stay) at home
- Now I (write) a letter
- Next year I (be) going to visit Spain
Toon de antwoorden
4. Foutopsporing.
- Yesterday I go to the park.
- I am working every day.
- Next year I go to Spain. (over een plan)
Toon de antwoorden
Samenvatting
Behandeld
- een samenhangend verhaal over jezelf
- vijf verbindingswoorden
- de vier tijden van A1 in één tekst
- pauzes en intonatie in een verhaal
Volgende: les 36 — de eindtoets.
Einde van de kern
De les telt als voltooid zodra de oefeningen zijn gedaan. Alles daarna is optioneel.
optioneel
Woordenschat voor de kaartenset
12 woorden- interesting /ˈɪntrəstɪŋ/ interessant
- boring /ˈbɔːrɪŋ/ saai
- alone /əˈləʊn/ alleen (zonder anderen)
- quiet /ˈkwaɪət/ stil, rustig
- town /taʊn/ stadje
- village /ˈvɪlɪdʒ/ dorp
- married /ˈmærid/ getrouwd
- single /ˈsɪŋɡl/ ongetrouwd, vrijgezel
- language /ˈlæŋɡwɪdʒ/ taal
- hobby /ˈhɒbi/ hobby
- really /ˈrɪəli/ echt, heel erg (`I really like it`)
- too /tuː/ ook (aan het eind van de zin)
Schrijven
Schrijf een verhaal over jezelf van acht tot tien zinnen, in de volgorde uit het blok hierboven.
Voorbeeld van het begin
My name is Anna. I live alone in a small, quiet town near Amsterdam. My parents live in a village. My sister is married, but I'm single. I speak two languages: Dutch and English. My hobby is cooking, and I really like it. My sister likes cooking too.
Checklist:
- staat er in elke zin een werkwoord?
- past de tijd bij waar je het over hebt: gewone tegenwoordige tijd, duurvorm, verleden tijd, going to?
- staan er minstens twee verbindingswoorden in (and, but, because, so)?
- hebben namen, nationaliteiten en maanden een hoofdletter?
- staat er bij de eerste vermelding a en bij een volgende the?
Oefen deze les in de andere secties
Heb je een idee voor een functie?
Vertel ons wat je hierna wilt zien — we lezen elk bericht.
- Hoe je een verhaal opbouwt 4
- Tekst 3
- Fouten van Nederlandstaligen
- Uitspraak 3
- Oefeningen 10
- Samenvatting
⚑ optioneel