Grammatica ~20 min van de kern over

Zeggen wat er op dat moment aan de gang was

Na deze les kun je

Ik kan zeggen wat er op een bepaald moment in het verleden aan de gang was en wat dat onderbrak.

Start de les Kern 18–20 min · stappen: 6 · optioneel: +2

Opgegeven kerntijd. Twee van de kernblokken hebben geen tijdsaanduiding, dus de echte les duurt langer dan deze som.

Grammatica

4 min

was / were + werkwoord met -ing — een handeling die op een bepaald moment in het verleden BEZIG was.

At seven o'clock I was working. Om zeven uur was ik aan het werken.
They were walking in the park. Ze waren in het park aan het wandelen.
Were you sleeping? Was je aan het slapen?
I wasn't listening. Ik luisterde niet.

Binnenin zit iets bekends: was/were uit A1 #27 en de vorm op -ing uit A1 #25.

De twee verleden tijden werken als een paar, en dat is de kern van deze les:

lange handeling — achtergrond (Past Continuous) korte handeling — gebeurtenis (Past Simple)
I was walking in the park when it started to rain.
She was cooking dinner when I came home.
  • when (‘toen’) staat vóór de korte handeling: when it started;
  • while (‘terwijl’) vóór de lange: while I was walking (hier kan ook when).

Je kunt beide zinsdelen omdraaien; er komt een komma als de bijzin vooraan staat: When I came home, she was cooking dinner.

Advertentie

Fouten van Nederlandstaligen

geschreven voor jouw taal
1

Eén tijd in plaats van twee

✗ When I came home, she cooked dinner — dat betekent dat ze PAS na jouw thuiskomst begon te koken. Voor ‘ze was aan het koken toen ik thuiskwam’ heb je de duurvorm nodig: she was cooking. In het Nederlands kan ‘ze kookte’ allebei betekenen, en ‘was aan het koken’ is een keuze. In het Engels is was + -ing voor de achtergrond verplicht.

2

Het werkwoord direct na de komma

✗ When I came home, was she cooking dinner. → ✓ When I came home, she was cooking dinner. In het Nederlands volgt na een bijzin vooraan meteen het werkwoord: ‘Toen ik thuiskwam, was ze aan het koken.’ In het Engels komt ook na de komma eerst het onderwerp, net als na Yesterday (A1 #27): ✓ While she was talking, I was cooking dinner.

Uitspraak

3 min

was en were blijven vóór -ing zwak: /wəz/ en /wə/. De klemtoon valt op het hoofdwerkwoord: I was working.

In de ontkenning zijn ze juist beklemtoond: I wasn't working. Het verschil tussen I was working en I wasn't working hoor je dus aan de klemtoon en de lengte, niet alleen aan n't.

Advertentie

Tekst

3 min

Yesterday evening I was reading a book when the phone rang. It was my sister. She was waiting for a taxi and it was raining. While she was talking, I was cooking dinner. At nine o'clock we were eating and watching an old film.

Hardop lezen

Oefeningen

8–10 min

1. Invuloefening.

  1. I (read) a book when the phone (ring)
  2. While she (talk), I (cook) dinner
  3. At seven o'clock we (eat) dinner
Toon de antwoorden
was reading / rang; was talking / was cooking; were eating.

2. Invuloefening.

  1. I was walking in the park, it started to rain
  2. She was cooking I came home
Toon de antwoorden
While / When; when.

3. Foutopsporing.

  1. When I came home, she cooked dinner. (ze was al aan het koken)
  2. While I came home, the phone rang.
  3. I reading a book when the phone rang.
Toon de antwoorden
When I came home, she was cooking dinner. / She was cooking dinner when I came home; When I came home, the phone rang. / While I was coming home, the phone rang; I was reading a book when the phone rang.

4. Koppeloefening.

  1. lange handeling (achtergrond)
  2. korte handeling (gebeurtenis)
Toon de antwoorden
lange handeling (achtergrond) — Past Continuous; korte handeling (gebeurtenis) — Past Simple.
Advertentie

Samenvatting

Behandeld

  • de Past Continuous in alle vormen
  • het paar ‘achtergrond en gebeurtenis’
  • when tegenover while

Volgende: les 3 — wat al gedaan is.

Einde van de kern

De les telt als voltooid zodra de oefeningen zijn gedaan. Alles daarna is optioneel.

Les 39

optioneel

Woordenschat voor de kaartenset

12 woorden
  • ring /rɪŋ/ bellen; overgaan (van de telefoon)
  • rang /ræŋ/ belde; ging over
  • wait for /ˈweɪt fɔː/ wachten op
  • while /waɪl/ terwijl
  • happen /ˈhæpən/ gebeuren
  • suddenly /ˈsʌdnli/ plotseling, opeens
  • noise /nɔɪz/ lawaai, geluid
  • fall /fɔːl/ vallen
  • fell /fel/ viel
  • break /breɪk/ breken
  • broke /brəʊk/ brak
  • lose /luːz/ verliezen, kwijtraken

Schrijven

Vier zinnen over gisteravond: wat er als achtergrond bezig was en wat dat onderbrak.

Voorbeeld

Yesterday evening I was reading a book when the phone rang. It was my sister. While she was talking, I was cooking dinner. At nine we were watching a film.

Checklist

Het concept is opgeslagen op dit apparaat
Advertentie

Heb je een idee voor een functie?

Idee versturen
Advertentie
Advertentie