Grammatica ~20 min van de kern over

Over je plannen vertellen

Na deze les kun je

Ik kan zeggen wat ik van plan ben, en een ander naar zijn plannen vragen.

Start de les Kern 18–20 min · stappen: 6 · optioneel: +2

Opgegeven kerntijd. Twee van de kernblokken hebben geen tijdsaanduiding, dus de echte les duurt langer dan deze som.

Grammatica

4 min

Een voornemen geef je met de constructie be going to + werkwoord.

I am going to visit my sister. Ik ga mijn zus bezoeken.
She is going to study English. Ze gaat Engels leren.
Are you going to work tomorrow? Ga je morgen werken?
I am not going to work. Ik ga niet werken.

Alles erin ken je al: be uit les 2 en de vorm going uit les 25. Nieuw is alleen dat na to het werkwoord in de grondvorm staat.

Wanneer het gebeurt — woorden voor de toekomst:

tomorrow morgen
next week / next year volgende week / volgend jaar
in May / in two days in mei / over twee dagen
tonight vanavond

Pas op met going to go: I'm going to go to Italy kan, maar Britten zeggen vaker gewoon I'm going to Italy — de duurvorm uit les 25 in de betekenis van een plan.

Advertentie

Fouten van Nederlandstaligen

geschreven voor jouw taal
1

‘Ik ga’ als I go

✗ I go visit my sister.

✓ I'm going to visit my sister.

In het Nederlands maak je een plan met ‘gaan’ + werkwoord: ‘Ik ga mijn zus bezoeken’. Het Engelse I go zegt dat niet; je hebt alle drie de delen nodig: am + going + to.

2

De gewone tegenwoordige tijd voor een plan

✗ Tomorrow I work at home. (bedoeld: zo heb ik het besloten) → ✓ Tomorrow I'm going to work at home. ‘Morgen werk ik thuis’ is goed Nederlands, maar in het Engels past de gewone tijd zo alleen bij een dienstregeling (les 23). Op A1 zeg je een plan met going to; als will erbij komt, wordt het verschil op A2 behandeld.

3

Het werkwoord vóór het onderwerp

✗ Tomorrow am I going to work.

✓ Tomorrow I am going to work.

Na ‘morgen’ schuift het Nederlandse werkwoord naar voren: ‘Morgen ga ik werken’. In het Engels blijft het onderwerp ook na tomorrow of next week vóór het werkwoord (les 7); am I staat alleen in een vraag.

Uitspraak

3 min

In vloeiende spraak smelt going to voor een werkwoord samen tot /ɡənə/ — wat je soms geschreven ziet als gonna. Dat is gewone spreektaal, en je moet het op het gehoor herkennen; zo schrijven doe je niet, en zelf nadoen hoeft niet.

Vergelijk: I'm going to study klinkt als /aɪm ɡənə ˈstʌdi/. De klemtoon valt op het hoofdwerkwoord. In I'm going to Italy smelt niets samen: daar is to een voorzetsel en geen deel van de constructie.

Advertentie

Tekst

3 min

Next summer I am going to visit my sister in Italy. I'm going to take a plane on the fifteenth of July. I'm going to book a small hotel. We are going to walk in Rome and see the old streets. I'm not going to work in August, because I'm going to rest.

Hardop lezen

Oefeningen

8–10 min

1. Invuloefening.

  1. I visit my sister
  2. She study English
  3. They travel in May
Toon de antwoorden
am going to, is going to, are going to.

2. Omzetoefening.

Maak van He is going to work tomorrow een vraag en een ontkenning.

Toon de antwoorden
Is he going to work tomorrow?; He isn't going to work tomorrow. / He's not going to work tomorrow.

3. Foutopsporing.

  1. I going to work.
  2. I'm going to working.
  3. She going to study.
Toon de antwoorden
I am going to work. / I'm going to work. / She is going to study.

4. Koppeloefening.

  1. tomorrow
  2. next week
  3. tonight
  4. yesterday
Toon de antwoorden
`tomorrow`, `next week`, `tonight` — in de toekomst; `yesterday` — in het verleden.
Advertentie

Samenvatting

Behandeld

  • be going to in alle vormen
  • woorden voor de toekomst

Volgende: les 33 — gezondheid.

Einde van de kern

De les telt als voltooid zodra de oefeningen zijn gedaan. Alles daarna is optioneel.

Les 33

optioneel

Woordenschat voor de kaartenset

12 woorden
  • tomorrow /təˈmɒrəʊ/ morgen
  • tonight /təˈnaɪt/ vanavond
  • next /nekst/ volgend, volgende
  • visit /ˈvɪzɪt/ bezoeken
  • plan /plæn/ plan
  • meet /miːt/ ontmoeten, kennismaken
  • stay /steɪ/ blijven
  • book /bʊk/ boek; boeken, reserveren
  • soon /suːn/ gauw, binnenkort
  • maybe /ˈmeɪbi/ misschien
  • together /təˈɡeðə/ samen
  • free /friː/ vrij

Schrijven

Vier zinnen over je plannen voor je volgende vakantie.

Voorbeeld

Next summer I'm going to visit my sister in Italy. I'm going to take a plane in July. We are going to walk in Rome. I'm not going to work in August.

Checklist

Het concept is opgeslagen op dit apparaat
Advertentie

Heb je een idee voor een functie?

Vertel ons wat je hierna wilt zien — we lezen elk bericht.

Idee versturen →
Advertentie
Advertentie