Grammatica ~20 min van de kern over

Zeggen wat er pijn doet

Na deze les kun je

Ik kan zeggen waar ik pijn heb, een eenvoudig advies begrijpen en lichaamsdelen noemen.

Start de les Kern 18–20 min · stappen: 6 · optioneel: +2

Opgegeven kerntijd. Twee van de kernblokken hebben geen tijdsaanduiding, dus de echte les duurt langer dan deze som.

Grammatica

4 min

Een klacht over je gezondheid kun je op drie manieren zeggen, en alle drie ken je al:

I've got a headache. Ik heb hoofdpijn. (have got, les 5)
My back hurts. Mijn rug doet pijn. (gewone tegenwoordige tijd, les 9)
I am ill. Ik ben ziek. (be, les 1)

Woorden op -ache noemen pijn op een bepaalde plek: headache, toothache, stomach ache, backache. headache in de betekenis ‘ik heb nu hoofdpijn’ krijgt a: I've got a headache. Bij de andere laten Britten het lidwoord meestal weg: I've got toothache, I've got backache.

Wat je vraagt en wat je aanraadt:

What's the matter? / What's wrong? Wat is er aan de hand?
I don't feel well. Ik voel me niet lekker.
You should rest. / You should see a doctor. Je moet even rusten. / Je moet naar de dokter.

You should… is een vaste formule die je in zijn geheel leert. Het werkwoord should zelf en andere manieren om advies te geven komen op A2; hier is het genoeg dat je de zin herkent en erop kunt reageren.

Advertentie

Fouten van Nederlandstaligen

geschreven voor jouw taal
1

‘Hoofdpijn’ zonder lidwoord

✗ I've got headache.

✓ I've got a headache.

‘Ik heb hoofdpijn’ heeft geen lidwoord, en dat neem je makkelijk mee. In het Engels is headache telbaar: voor de hoofdpijn die je nu hebt, zeg je a headache. (Bij toothache en backache laat je het lidwoord juist meestal weg.)

2

‘Pijn in de rug’ letterlijk vertaald

✗ It hurts in the back. ✗ The head hurts. → ✓ My back hurts. ✓ My head hurts. In het Nederlands zeg je ‘ik heb pijn in de rug’ of ‘het doet pijn in mijn rug’. In het Engels is het lichaamsdeel zelf het onderwerp van hurts, en je zegt erbij van wie het is: my, his, her — ook waar het Nederlands ‘de’ gebruikt.

3

‘Ik voel me’ als I feel me

✗ I feel me not well.

✓ I don't feel well.

‘Zich voelen’ is in het Nederlands wederkerend, feel in het Engels niet. En de ontkenning gaat met don't (les 8).

Uitspraak

3 min

ache spreek je uit als /eɪk/ — de letters ch staan hier voor /k/ (meestal is dat /tʃ/, zoals in children), net als in stomach /ˈstʌmək/ en school /skuːl/. school begint dus met /sk/, niet met de ‘sch’ van het Nederlandse ‘school’.

headache /ˈhedeɪk/ — twee lettergrepen, klemtoon op de eerste. Niet ‘he-a-dache’ met de ‘ch’ van ‘acht’: de e aan het eind spreek je niet uit.

Advertentie

Tekst

3 min

What's the matter?

I don't feel well. I've got a headache and my back hurts.

Are you ill?

Maybe. I was in the park yesterday and it was very cold.

You should rest. Don't go to work tomorrow.

Hardop lezen

Oefeningen

8–10 min

1. Invuloefening.

  1. a headache
  2. My back
  3. I ill
Toon de antwoorden
I've got, hurts, am.

2. Koppeloefening.

  1. head
  2. back
  3. tooth
  4. stomach
  5. leg
Toon de antwoorden
head — hoofd; back — rug; tooth — tand; stomach — buik; leg — been.

3. Foutopsporing.

  1. I've got headache.
  2. The head hurts.
  3. It hurts in the back.
Toon de antwoorden
I've got a headache. / My head hurts. / My back hurts.

4. Woordvolgorde.

[ the matter / what's / ? ] · [ should / you / rest ]

Toon de antwoorden
What's the matter? You should rest.
Advertentie

Samenvatting

Behandeld

  • drie manieren om over pijn te praten
  • woorden op -ache
  • lichaamsdelen
  • de zinnen What's the matter? en You should…

Volgende: les 34 — leesregels.

Einde van de kern

De les telt als voltooid zodra de oefeningen zijn gedaan. Alles daarna is optioneel.

Les 34

optioneel

Woordenschat voor de kaartenset

14 woorden
  • head /hed/ hoofd
  • back /bæk/ rug
  • tooth /tuːθ/ tand
  • stomach /ˈstʌmək/ buik, maag
  • leg /leɡ/ been
  • arm /ɑːm/ arm
  • eye /aɪ/ oog
  • hurt /hɜːt/ pijn doen
  • ill /ɪl/ ziek
  • headache /ˈhedeɪk/ hoofdpijn
  • matter /ˈmætə/ zaak, kwestie
  • wrong /rɒŋ/ verkeerd, mis
  • feel /fiːl/ voelen
  • medicine /ˈmedsn/ medicijn

Schrijven

Een dialoog van vier beurten: jij klaagt over je gezondheid, de ander geeft je advies.

Voorbeeld

— What's the matter? — I don't feel well. I've got a headache. — You should rest. — Thank you.

Checklist

Het concept is opgeslagen op dit apparaat
Advertentie

Heb je een idee voor een functie?

Vertel ons wat je hierna wilt zien — we lezen elk bericht.

Idee versturen →
Advertentie
Advertentie