Grammatica ~20 min van de kern over

Vragen waar iets is

Na deze les kun je

Ik kan vragen waar een plek is die ik zoek, en het antwoord begrijpen.

Start de les Kern 18–20 min · stappen: 6 · optioneel: +2

Opgegeven kerntijd. Twee van de kernblokken hebben geen tijdsaanduiding, dus de echte les duurt langer dan deze som.

Grammatica

4 min

Een vraag naar een plaats bouw je met het werkwoord be, en de volgorde ligt daarin vast:

Where is the station? Waar is het station?
Where are the shops? Waar zijn de winkels?
Is there a bank near here? Is er hier in de buurt een bank?
Yes, there is. It's next to the post office. Ja. Naast het postkantoor.

Excuse me — daarmee begin je een vraag aan iemand die je niet kent. Zonder klinkt de vraag bot. Sorry uit les 1 is voor ‘niet goed verstaan’; Excuse me — voor ‘ik spreek je aan’.

the bij plekken waarvan er in deze stad maar één is: the station, the post office, the airport, the centre. Dit is dezelfde regel als in les 14 — er is in de situatie maar één van, en beide gesprekspartners weten welke.

Advertentie

Fouten van Nederlandstaligen

geschreven voor jouw taal
1

here in plaats van there

✗ Is here a bank?

✗ Is there here a bank?

✓ Is there a bank near here?

In het Nederlands zeg je ‘Is hier een bank?’ of ‘Is er hier een bank?’, met ‘hier’ in het midden van de zin. In het Engels is there alleen het woordje dat ‘er is’ aankondigt, en de plaats — near here — komt aan het eind.

2

Excuse me tegenover Sorry

✗ een voorbijganger aanspreken met Sorry, where is the park? → ✓ Excuse me, where is the park? In het Nederlands begin je zo’n vraag heel gewoon met ‘Sorry, …’ of ‘Pardon, …’. In het Engels klinkt Sorry dan als een excuus voor iets wat je fout hebt gedaan. Iemand aanspreken doe je met Excuse me.

3

De Nederlandse ‘w’ en ‘v’

✗ Where is the station? met de Nederlandse ‘w’, ✗ Thank you very much met een ‘f’ in very → ✓ /weə/ met geronde lippen, /ˈveri/ met een stemhebbende /v/. De Nederlandse ‘w’ maak je met de onderlip tegen de boventanden, en die klinkt voor een Engelstalige bijna als /v/; de Engelse /w/ maak je alleen met de lippen, zoals in ‘oe’. En de Nederlandse ‘v’ aan het begin van een woord wordt vaak een ‘f’, zodat very als ‘ferry’ klinkt.

Uitspraak

3 min

Twee soorten vragen — twee verschillende intonaties.

soort voorbeeld stem
ja/nee-vraag Is there a bank near here? omhoog ↗
vraag met vraagwoord (waar, wat, wanneer) Where is the station? omlaag ↘

Ook in het Nederlands daalt een vraag met een vraagwoord meestal (‘Waar is het station?’) en stijgt een ja/nee-vraag meestal aan het eind (‘Is hier een bank?’), dus hier helpt je gewoonte. In het Engels stijgt de stem bij een ja/nee-vraag tot het allerlaatste eind van de zin. En laat je stem niet stijgen bij een vraag met een vraagwoord: dan klinkt die verbaasd of ongelovig.

Advertentie

Tekst

3 min

Excuse me, where is the station?

It's next to the park. It isn't far — ten minutes on foot.

Is there a bank near here?

Yes, there is. There is a bank opposite the post office.

Thank you very much.

Hardop lezen

Oefeningen

8–10 min

1. Woordvolgorde.

  1. [ is / where / the station / ? ]
  2. [ a bank / is / near here / there / ? ]
  3. [ are / where / the shops / ? ]
Toon de antwoorden
Where is the station? Is there a bank near here? Where are the shops?

2. Invuloefening.

  1. Where the post office?
  2. Where the shops?
  3. there a café near here?
Toon de antwoorden
is, are, Is.

3. Foutopsporing.

  1. Where the bank is?
  2. Where is station?
  3. Sorry, where is the park? (je spreekt een voorbijganger aan)
Toon de antwoorden
Where is the bank? / Where is the station? / Excuse me, where is the park?

4. Koppeloefening.

  1. opposite
  2. near
  3. far from
  4. between
Toon de antwoorden
`opposite` — tegenover; `near` — dichtbij; `far from` — ver van; `between` — tussen.
Advertentie

Samenvatting

Behandeld

  • Where is / Where are
  • Is there…?
  • Excuse me
  • the bij een plek waarvan er in de stad maar één is
  • de twee intonaties van een vraag

Volgende: les 22 — de weg uitleggen.

Einde van de kern

De les telt als voltooid zodra de oefeningen zijn gedaan. Alles daarna is optioneel.

Les 22

optioneel

Woordenschat voor de kaartenset

13 woorden
  • station /ˈsteɪʃn/ station
  • post office /ˈpəʊst ɒfɪs/ postkantoor
  • bank /bæŋk/ bank
  • park /pɑːk/ park
  • centre /ˈsentə/ centrum
  • airport /ˈeəpɔːt/ luchthaven, vliegveld
  • far /fɑː/ ver
  • opposite /ˈɒpəzɪt/ tegenover
  • corner /ˈkɔːnə/ hoek
  • minute /ˈmɪnɪt/ minuut
  • excuse me /ɪkˈskjuːz miː/ pardon (als je iemand aanspreekt)
  • on foot /ɒn ˈfʊt/ te voet, lopend
  • very much /ˈveri mʌtʃ/ heel erg, zeer

Schrijven

Een dialoog van vier beurten: je vraagt de weg naar twee plekken.

Voorbeeld

— Excuse me, where is the station? — It's next to the park. — Is there a café near here? — Yes, opposite the bank.

Checklist

Het concept is opgeslagen op dit apparaat
Advertentie

Heb je een idee voor een functie?

Vertel ons wat je hierna wilt zien — we lezen elk bericht.

Idee versturen →
Advertentie
Advertentie