Vragen waar iets is
Ik kan vragen waar een plek is die ik zoek, en het antwoord begrijpen.
Opgegeven kerntijd. Twee van de kernblokken hebben geen tijdsaanduiding, dus de echte les duurt langer dan deze som.
Grammatica
4 minEen vraag naar een plaats bouw je met het werkwoord be, en de volgorde ligt daarin vast:
| Where is the station? | Waar is het station? |
| Where are the shops? | Waar zijn de winkels? |
| Is there a bank near here? | Is er hier in de buurt een bank? |
| Yes, there is. It's next to the post office. | Ja. Naast het postkantoor. |
Excuse me — daarmee begin je een vraag aan iemand die je niet kent. Zonder klinkt de vraag bot. Sorry uit les 1 is voor ‘niet goed verstaan’; Excuse me — voor ‘ik spreek je aan’.
the bij plekken waarvan er in deze stad maar één is: the station, the post office, the airport, the centre. Dit is dezelfde regel als in les 14 — er is in de situatie maar één van, en beide gesprekspartners weten welke.
Fouten van Nederlandstaligen
geschreven voor jouw taalhere in plaats van there
✗ Is here a bank?
✗ Is there here a bank?
✓ Is there a bank near here?
In het Nederlands zeg je ‘Is hier een bank?’ of ‘Is er hier een bank?’, met ‘hier’ in het midden van de zin. In het Engels is there alleen het woordje dat ‘er is’ aankondigt, en de plaats — near here — komt aan het eind.
Excuse me tegenover Sorry
✗ een voorbijganger aanspreken met Sorry, where is the park? → ✓ Excuse me, where is the park? In het Nederlands begin je zo’n vraag heel gewoon met ‘Sorry, …’ of ‘Pardon, …’. In het Engels klinkt Sorry dan als een excuus voor iets wat je fout hebt gedaan. Iemand aanspreken doe je met Excuse me.
De Nederlandse ‘w’ en ‘v’
✗ Where is the station? met de Nederlandse ‘w’, ✗ Thank you very much met een ‘f’ in very → ✓ /weə/ met geronde lippen, /ˈveri/ met een stemhebbende /v/. De Nederlandse ‘w’ maak je met de onderlip tegen de boventanden, en die klinkt voor een Engelstalige bijna als /v/; de Engelse /w/ maak je alleen met de lippen, zoals in ‘oe’. En de Nederlandse ‘v’ aan het begin van een woord wordt vaak een ‘f’, zodat very als ‘ferry’ klinkt.
Uitspraak
3 minTwee soorten vragen — twee verschillende intonaties.
| soort | voorbeeld | stem |
|---|---|---|
| ja/nee-vraag | Is there a bank near here? | omhoog ↗ |
| vraag met vraagwoord (waar, wat, wanneer) | Where is the station? | omlaag ↘ |
Ook in het Nederlands daalt een vraag met een vraagwoord meestal (‘Waar is het station?’) en stijgt een ja/nee-vraag meestal aan het eind (‘Is hier een bank?’), dus hier helpt je gewoonte. In het Engels stijgt de stem bij een ja/nee-vraag tot het allerlaatste eind van de zin. En laat je stem niet stijgen bij een vraag met een vraagwoord: dan klinkt die verbaasd of ongelovig.
Tekst
3 minExcuse me, where is the station?
It's next to the park. It isn't far — ten minutes on foot.
Is there a bank near here?
Yes, there is. There is a bank opposite the post office.
Thank you very much.
Oefeningen
8–10 min1. Woordvolgorde.
- [ is / where / the station / ? ]
- [ a bank / is / near here / there / ? ]
- [ are / where / the shops / ? ]
Toon de antwoorden
2. Invuloefening.
- Where the post office?
- Where the shops?
- there a café near here?
Toon de antwoorden
3. Foutopsporing.
- Where the bank is?
- Where is station?
- Sorry, where is the park? (je spreekt een voorbijganger aan)
Toon de antwoorden
4. Koppeloefening.
- opposite
- near
- far from
- between
Toon de antwoorden
Samenvatting
Behandeld
- Where is / Where are
- Is there…?
- Excuse me
- the bij een plek waarvan er in de stad maar één is
- de twee intonaties van een vraag
Volgende: les 22 — de weg uitleggen.
Einde van de kern
De les telt als voltooid zodra de oefeningen zijn gedaan. Alles daarna is optioneel.
optioneel
Woordenschat voor de kaartenset
13 woorden- station /ˈsteɪʃn/ station
- post office /ˈpəʊst ɒfɪs/ postkantoor
- bank /bæŋk/ bank
- park /pɑːk/ park
- centre /ˈsentə/ centrum
- airport /ˈeəpɔːt/ luchthaven, vliegveld
- far /fɑː/ ver
- opposite /ˈɒpəzɪt/ tegenover
- corner /ˈkɔːnə/ hoek
- minute /ˈmɪnɪt/ minuut
- excuse me /ɪkˈskjuːz miː/ pardon (als je iemand aanspreekt)
- on foot /ɒn ˈfʊt/ te voet, lopend
- very much /ˈveri mʌtʃ/ heel erg, zeer
Schrijven
Een dialoog van vier beurten: je vraagt de weg naar twee plekken.
Voorbeeld
— Excuse me, where is the station? — It's next to the park. — Is there a café near here? — Yes, opposite the bank.
Checklist
Oefen deze les in de andere secties
Heb je een idee voor een functie?
Vertel ons wat je hierna wilt zien — we lezen elk bericht.
⚑ optioneel