Grammatica ~53 min van de kern over

Een verhaal met een voorgeschiedenis vertellen

Na deze les kun je

Ik kan een verhaal opbouwen waarin een deel van de gebeurtenissen verklaart wat er daarna gebeurde.

Start de les Kern 53 min · stappen: 6 · optioneel: +2

Opgegeven kerntijd. Twee van de kernblokken hebben geen tijdsaanduiding, dus de echte les duurt langer dan deze som.

Grammatica

14 min

In B1 #1 stond de Past Perfect in één zin naast de Past Simple. Een echt verhaal is langer, en daarin werken drie verleden tijden tegelijk. Elke tijd heeft een eigen rol, en als je ze door elkaar haalt, weet de luisteraar niet meer wat na wat gebeurde.

De vorm — allemaal bekend. Past Simple (A2 #1): I left, I didn't leave. Past Continuous (A2 #2): I was leaving, They were talking. Past Perfect (B1 #1): I had left.

Wie doet wat:

tijd rol op welke vraag geeft hij antwoord voorbeeld
Past Simple de keten van gebeurtenissen wat gebeurde er daarna? I got up, had breakfast and left.
Past Continuous achtergrond, wat op dat moment bezig was wat gebeurde er om je heen? It was raining, people were hurrying to work.
Past Perfect voorgeschiedenis wat was er daarvoor gebeurd? I had forgotten my umbrella.

Een verhaal kun je je voorstellen als een film. De Past Simple brengt de handeling vooruit: elke nieuwe gebeurtenis is het volgende shot. De Past Continuous is het decor, wat al bezig was toen het shot begon. De Past Perfect is een korte blik terug: wat er vóór deze scène gebeurd was en waarom ze zo is.

Hoe vind je het vertelpunt. Vraag jezelf: over welk moment vertel ik nu? Alles wat op dat moment en daarna gebeurde — Past Simple. Alles wat op dat moment al bezig was — Past Continuous. Alles wat daarvóór afgelopen was — Past Perfect. Het punt schuift mee met het verhaal; daarom staat dezelfde gebeurtenis aan het begin van het verhaal in de Past Simple, en een alinea later, als je er nog eens aan terugdenkt, in de Past Perfect.

Voegwoorden die de volgorde bewaken:

voegwoord betekenis voorbeeld
when toen, wanneer When I got home, my sister had made dinner.
after nadat After I had finished the report, I went home.
before voordat I checked the windows before I left.
as soon as zodra As soon as I saw the time, I jumped up.
by the time tegen de tijd dat By the time we arrived, the shop had closed.

Na after en before is de Past Perfect niet verplicht: het voegwoord zegt zelf al wat eerder was. After I finished the report, I went home — net zo goed als met had finished. Bij as soon as staan meestal beide werkwoorden in de Past Simple: de ene gebeurtenis volgt meteen op de andere.

by the time vraagt bijna altijd de Past Perfect in de hoofdzin. Het betekent ‘tegen het moment dat…’, en de hoofdgebeurtenis was op dat moment al afgelopen: By the time we arrived, everyone had left.

Vergelijk drie antwoorden op de vraag wat mijn zus deed toen ik thuiskwam:

When I got home, my sister made dinner. Ik kwam thuis — en zij begon te koken.
When I got home, my sister was making dinner. Ze was net aan het koken.
When I got home, my sister had made dinner. Het eten was al klaar.

Hetzelfde begin, maar drie verhalen. Het verschil zit alleen in de tijd van het werkwoord.

De regel van de maat. De Past Perfect is er om een stap terug te zetten, niet om daar te blijven. In een lange voorgeschiedenis staat hij in de eerste of tweede zin, en daarna ga je over op de Past Simple — de volgorde is dan al duidelijk:

I had met Anna years before, in Edinburgh. We worked in the same café and shared a flat. Then she moved to Canada, and we lost touch.

De volgorde van de delen is vrij. Het Engels begint vaak met het gevolg en legt daarna de oorzaak uit: I couldn't get in because I had lost my keys. Staat het deel met het voegwoord vooraan, dan komt er een komma achter: By the time we arrived, the shop had closed.

Zo zeg je het niet. ✗ After I had finished, I had gone home → ✓ After I had finished, I went home. De latere gebeurtenis is juist het vertelpunt, en die krijgt de Past Simple.

Test jezelf. Wat betekent When I got home, my sister had made dinner: begon ze te koken toen jij er was, of stond het eten al op tafel? Is de Past Perfect nodig in After I ___ (finish), I went home? Welke tijd staat er na by the time meestal in de hoofdzin?

toon de antwoorden
het eten was al klaar; niet verplicht — zowel finished als had finished is goed; de Past Perfect: By the time we arrived, the shop had closed.
Advertentie

Fouten van Nederlandstaligen

geschreven voor jouw taal
1

Achtergrond in de Past Simple

When I came in, everybody sat at the table and talked betekent in het Engels: ik kwam binnen, en toen gingen ze aan tafel zitten en begonnen te praten. Bedoel je dat ze al zaten te praten, dan is het ✓ everybody was sitting at the table and talking. Het Nederlands vertelt achtergrond en gebeurtenis allebei in de gewone verleden tijd (‘iedereen zat aan tafel en praatte’); in het Engels krijgt de achtergrond de Past Continuous.

2

Het werkwoord direct na de komma

‘Tegen de tijd dat we aankwamen, was de winkel al dicht’ → ✗ By the time we arrived, had the shop closed → ✓ By the time we arrived, the shop had closed. In het Nederlands komt na een bijzin vooraan meteen het werkwoord. In het Engels staat ook na de komma eerst het onderwerp — anders klinkt het als een vraag.

3

‘Toen’ als then

‘Toen ik thuiskwam, had mijn zus gekookt’ → ✗ Then I got home, my sister had made dinner → ✓ When I got home, my sister had made dinner. Het Nederlandse ‘toen’ betekent zowel ‘daarna’ als ‘op het moment dat’. Het Engels heeft er twee woorden voor: then — daarna, when — toen, aan het begin van een bijzin.

Uitspraak

4 min

Een lange zin valt uiteen in betekenisgroepen, met daartussen een korte pauze:

By the time I got to the office ‖ the meeting had already started. I had set my alarm for half past six ‖ but I hadn't heard it.

De pauze valt op de grens tussen de delen, meestal waar op papier een komma of een voegwoord staat. Tussen onderwerp en werkwoord pauzeer je niet.

Aan het eind van het eerste deel gaat de stem iets omhoog — dat is het teken ‘wordt vervolgd’. Pas aan het eind van de hele zin gaat hij omlaag. Laat je de stem zakken na By the time I got to the office, dan denkt de luisteraar dat je klaar bent.

had in de voorgeschiedenis is zwak — /həd/, na een voornaamwoord gewoon /d/: I'd set my alarm /aɪd ˈset maɪ əˈlɑːm/.

Advertentie

Tekst

5 min

By the time I got to the office on Monday, the meeting had already started. It was not a good beginning to my first week in a new job.

I had set my alarm for half past six, but I hadn't heard it. The night before, I had worked on my presentation until two in the morning and had fallen asleep on the sofa with my laptop on my knees. When I finally woke up, the sun was shining and the birds were singing. It was ten to nine.

As soon as I saw the time, I jumped up, put on yesterday's shirt and ran to the bus stop. It was raining hard, and of course I had left my umbrella at the office on Friday.

When I opened the door of the meeting room, everyone turned round. My new manager was standing by the board, and somebody had already written half of the plan on it. I said sorry and sat down.

After the meeting had finished, my manager asked me to stay. I expected the worst. But she just smiled and said, "Don't worry. On my first day here, I came to work in my slippers."

Hardop lezen

Oefeningen

30 min

1. Invuloefening.

  1. By the time I (get) to the office, the meeting (start)
  2. When I came in, my colleagues (discuss) the new project
  3. I (not / hear) my alarm because I (work) until two
  4. It (rain) hard, and I (leave) my umbrella at the office the day before
  5. As soon as she (see) the time, she (jump) up
  6. When we got to the party, most of the guests (already / go) home
  7. While I (wait) for the bus, I (realise) that I (leave) my phone at home
Toon de antwoorden
got / had started; were discussing; didn't hear / had worked; was raining / had left; saw / jumped; had already gone; was waiting / realised / had left

2. Meerkeuze.

  1. we got to the cinema, the film had already started. (by the time / as soon as)
  2. I saw the message, I called her back. (as soon as / by the time)
  3. I always check the windows I leave the house. (before / after)
  4. she had paid the bill, she left the restaurant. (after / before)
  5. I opened the door, the dog ran out into the street. (when / by the time)
Toon de antwoorden
By the time; As soon as; before; After; When

3. Maak er één zin van

  1. The shop closed. + We arrived. (by the time)
  2. I finished the report. + I went home. (after)
  3. Everyone left. + The police came. (by the time)
  4. She read the instructions twice. + She started. (before)
  5. The guests went home. + I finished the washing-up. (by the time)
Toon de antwoorden
By the time we arrived, the shop had closed / The shop had closed by the time we arrived; After I had finished the report, I went home / I went home after I had finished the report; By the time the police came, everyone had left / Everyone had left by the time the police came; She had read the instructions twice before she started / Before she started, she had read the instructions twice; By the time I finished the washing-up, the guests had gone home / The guests had gone home by the time I finished the washing-up

4. Foutopsporing.

  1. By the time we arrived, had the shop closed.
  2. After I had finished, I had gone home.
  3. When I came in, she was cooked dinner.
  4. I couldn't get in because I have lost my keys.
  5. By the time we got there, the shop has closed.
Toon de antwoorden
By the time we arrived, the shop had closed; After I had finished, I went home / After I finished, I went home; When I came in, she was cooking dinner / When I came in, she cooked dinner / When I came in, she had cooked dinner; I couldn't get in because I had lost my keys / I couldn't get in because I lost my keys; By the time we got there, the shop had closed

5. Herschrijf en begin met het gevolg.

  1. I lost my keys, so I couldn't get in.
  2. She forgot her passport, so she missed the flight.
  3. We didn't book a table, so we had to wait.
  4. He worked all night, so he was exhausted.
Toon de antwoorden
I couldn't get in because I had lost my keys; She missed the flight because she had forgotten her passport; We had to wait because we hadn't booked a table; He was exhausted because he had worked all night

6. Maak van de hint een volledig antwoord

  1. Why was the street wet? (it / rain / in the night)
  2. Why didn't you recognise Tom? (he / grow / a beard)
  3. Why was Anna so happy? (she / pass / her driving test)
  4. Why were you late for the meeting? (I / miss / the bus)
Toon de antwoorden
Because it had rained in the night / The street was wet because it had rained in the night; Because he had grown a beard / I didn't recognise him because he had grown a beard; Because she had passed her driving test / She was so happy because she had passed her driving test; Because I had missed the bus / I was late because I had missed the bus

7. Vertaal naar het Engels.

1) Tegen de tijd dat we aankwamen, was iedereen al weg. 2) Toen ik binnenkwam, zat iedereen aan tafel te praten. 3) Zodra ik het bericht zag, belde ik hem. 4) Ik hoorde de wekker niet, omdat ik tot twee uur 's nachts had gewerkt.

Toon de antwoorden
By the time we arrived, everyone had left / By the time we arrived, everybody had gone; When I came in, everyone was sitting at the table and talking; As soon as I saw the message, I called him; I didn't hear my alarm because I had worked until two in the morning
Advertentie

Samenvatting

Behandeld: drie verleden tijden in één verhaal, when, after, before, as soon as, by the time, de regel van de maat, de volgorde ‘gevolg — oorzaak’. Volgende: les 3 — de precieze grens van de Present Perfect.

Einde van de kern

De les telt als voltooid zodra de oefeningen zijn gedaan. Alles daarna is optioneel.

Les 75

optioneel

Woordenschat voor de kaartenset

15 woorden
  • alarm /əˈlɑːm/ wekker
  • set /set/ zetten, instellen
  • presentation /ˌpreznˈteɪʃn/ presentatie
  • fall asleep /ˌfɔːl əˈsliːp/ in slaap vallen
  • wake up /ˌweɪk ˈʌp/ wakker worden
  • jump up /ˌdʒʌmp ˈʌp/ opspringen
  • umbrella /ʌmˈbrelə/ paraplu
  • turn round /ˌtɜːn ˈraʊnd/ zich omdraaien
  • board /bɔːd/ bord
  • colleague /ˈkɒliːɡ/ collega
  • manager /ˈmænɪdʒə/ manager, leidinggevende
  • as soon as /əz ˈsuːn əz/ zodra
  • finally /ˈfaɪnəli/ eindelijk, ten slotte
  • expect the worst /ɪkˌspekt ðə ˈwɜːst/ het ergste verwachten
  • lose touch /ˌluːz ˈtʌtʃ/ het contact verliezen

Schrijven

Zes tot acht zinnen — een verhaal over een ochtend of een dag die misliep. Alle drie de tijden zijn nodig: de keten van gebeurtenissen, de achtergrond en de voorgeschiedenis.

Voorbeeld

By the time I got to the airport, they had closed the check-in desk. I had left home early, but there had been an accident on the motorway. While we were sitting in the traffic, I was checking the time every minute. When I finally ran into the terminal, the screen said "Gate closed". As soon as I saw it, I called my sister. She laughed and said, "Come and stay with us instead."

Checklist

Het concept is opgeslagen op dit apparaat
Advertentie

Heb je een idee voor een functie?

Idee versturen
Advertentie
Advertentie