Precies zeggen hoe
Ik kan een handeling precies beschrijven: hoe, in welke mate en vergeleken met wie.
Opgegeven kerntijd. Twee van de kernblokken hebben geen tijdsaanduiding, dus de echte les duurt langer dan deze som.
Grammatica
16 minIn A2 #15 gaf het bijwoord antwoord op de vraag ‘hoe?’: slowly, carefully, well, hard. Nu komen er drie preciseringen bij: in welke mate (quite well, extremely carefully), vergeleken met wie (more carefully than my brother) en waar het bijwoord in de zin staat.
Bijwoorden van graad — ‘in welke mate’. Ze staan vóór een bijvoeglijk naamwoord of een ander bijwoord en geven aan hoe sterk een kenmerk is:
| sterkte | woorden | voorbeeld |
|---|---|---|
| een beetje | a bit, slightly | I'm a bit tired. The soup is slightly salty. |
| redelijk | fairly, quite, rather, pretty | The test was fairly easy. |
| sterk | very, really, extremely | She speaks extremely well. |
| helemaal | completely, totally, absolutely | You're absolutely right. |
a bit is spreektaal en gaat bijna altijd over iets onaangenaams: a bit cold, a bit expensive, a bit late. Over iets goeds zeg je dat meestal niet: in plaats van ‘a bit good’ zeg je quite good.
Met quite moet je in het Brits-Engels opletten. Bij een gewoon bijvoeglijk naamwoord — good, big, tired, interesting — betekent het ‘vrij, redelijk’, vaak net iets minder dan je verwachtte: The film was quite good — ‘geen slechte film’, maar geen enthousiasme. Bij een bijvoeglijk naamwoord dat al ‘volledig’ is — right, sure, true, impossible — betekent quite ‘helemaal’: You're quite right — ‘u hebt helemaal gelijk’. I'm not quite sure — ‘ik weet het niet helemaal zeker’. In het Amerikaans-Engels klinkt quite good warmer, bijna ‘heel goed’.
rather betekent ook ‘vrij’, maar met de bijsmaak ‘meer dan je zou willen’ of ‘meer dan je verwachtte’: It's rather cold today. The exam was rather difficult. Met een positief woord drukt rather een aangename verrassing uit: The food was rather good — ‘het eten bleek eigenlijk best goed’.
fairly is het rustigste en zwakste ‘vrij’: I know him fairly well. pretty is een spreektalig ‘behoorlijk’: It's pretty expensive. Verwar het niet met het bijvoeglijk naamwoord pretty — ‘mooi, knap’.
completely en totally staan meestal bij een werkwoord, ervóór: I completely forgot. — ‘Ik was het helemaal vergeten.’ very staat daarentegen nooit bij een werkwoord: vóór het werkwoord komt really, na het lijdend voorwerp very much: I really like this city, I like this city very much.
De trappen van vergelijking van bijwoorden. Bijwoorden vergelijk je net als bijvoeglijke naamwoorden (A2 #7). Lange bijwoorden op -ly krijgen more en most, korte een uitgang:
| bijwoord | vergrotende trap | overtreffende trap |
|---|---|---|
| carefully | more carefully | most carefully |
| quickly | more quickly | most quickly |
| fast | faster | fastest |
| hard | harder | hardest |
| early | earlier | earliest |
| late | later | latest |
| well | better | best |
| badly | worse | worst |
| far | further | furthest |
Korte bijwoorden zonder -ly — fast, hard, late, early, soon — krijgen -er, net als bijvoeglijke naamwoorden. early eindigt op -ly, maar dat is geen achtervoegsel, het hoort bij het woord zelf; daarom earlier. well en badly zijn onregelmatig — zoals good en bad.
Je vergelijkt met than: She drives more carefully than her brother. Gelijkheid en ongelijkheid — as … as en not as … as, net als bij bijvoeglijke naamwoorden: He doesn't speak French as well as his wife.
Na than en as zeg je in de spreektaal me, him, her: She sings better than me. Iets zorgvuldiger is het met een werkwoord: than I do, as he does. Beide zijn goed.
In gesprekken hoor je vaak Can you speak slower? of Come quicker! — de korte vorm in plaats van more slowly, more quickly. Zo praten mensen, maar houd je op schrift en in verzorgde taal aan more slowly.
De plaats van het bijwoord. Een bijwoord heeft drie plaatsen in de zin, en de plaats bepaalt de nuance:
| plaats | wat daar komt | voorbeeld |
|---|---|---|
| aan het eind | hoe, waar, wanneer | He opened the door slowly. |
| in het midden | frequentie, already, just, really, almost | I really like it. She's already left. |
| aan het begin | tijd, oordeel van de spreker | Luckily, nobody was hurt. |
Aan het eind van de zin staan bijwoorden in de volgorde ‘hoe — waar — wanneer’: She sang beautifully at the concert last night. Een bijwoord van wijze kan ook in het midden staan, vóór het werkwoord: He slowly opened the door — dan klinkt de zin iets literairder. Aan het begin zet je woorden die een oordeel geven: Luckily, Unfortunately, Surprisingly, Honestly — ‘gelukkig’, ‘helaas’, ‘verrassend genoeg’, ‘eerlijk gezegd’. Op schrift volgt er een komma.
Het belangrijkste verbod blijft dat van A1 #7 en A2 #15: tussen werkwoord en lijdend voorwerp komt geen bijwoord. Goed is She speaks German well, niet ✗ She speaks well German.
Vergelijk paren waarin twee letters de betekenis veranderen:
| She works hard. | Ze werkt hard en ijverig. |
| She hardly works. | Ze werkt bijna niet (B1 #12). |
| The train arrived late. | De trein kwam laat aan. |
| I haven't seen him lately. | Ik heb hem de laatste tijd niet gezien. |
hardly en lately zijn geen bijwoorden van hard en late, maar aparte woorden met een eigen betekenis.
Meer voorbeelden:
| Could you speak more slowly, please? | Kunt u wat langzamer praten, alstublieft? |
| He drives more carefully than I do. | Hij rijdt voorzichtiger dan ik. |
| Who works the hardest in your team? | Wie werkt in jullie team het hardst? |
| I don't swim as well as my sister. | Ik zwem minder goed dan mijn zus. |
| The hotel was quite good, but the food was rather disappointing. | Het hotel was niet slecht, maar het eten viel eerder tegen. |
| Unfortunately, the museum was closed. | Helaas was het museum dicht. |
Zo zeg je het niet. ✗ The water wasn't enough warm → ✓ The water wasn't warm enough. enough staat na het bijvoeglijk naamwoord en na het bijwoord (A2 #13), net als ‘genoeg’ in ‘warm genoeg’: fast enough, well enough.
Test jezelf. Hoe vraag je ‘Praat wat langzamer, alstublieft’? Wat betekent in het Brits-Engels The hotel was quite good? Waar komt well in She speaks German?
toon de antwoorden
Fouten van Nederlandstaligen
geschreven voor jouw taalHet bijwoord tussen werkwoord en lijdend voorwerp
✗ He speaks well English
✗ I like very much tea
✓ He speaks English well
I like tea very much. In het Nederlands staat het bijwoord direct na het werkwoord: ‘hij spreekt goed Engels’, ‘ik drink graag thee’. In het Engels blijven werkwoord en lijdend voorwerp bij elkaar, en het bijwoord gaat naar het eind.
Een bijvoeglijk naamwoord in plaats van een bijwoord
✗ She drives very careful
✗ The water was extreme cold
✓ She drives very carefully
The water was extremely cold. In het Nederlands hebben bijwoord en bijvoeglijk naamwoord dezelfde vorm: ‘voorzichtig rijden’, ‘extreem koud’. In het Engels krijgt het bijwoord -ly, ook vóór een bijvoeglijk naamwoord.
De tijd vóór de plaats
✗ She sang last night beautifully at the concert
✓ She sang beautifully at the concert last night
Het Nederlands zet de tijd vooraan: ‘ze zong gisteravond prachtig op het concert’. Aan het eind van een Engelse zin is de volgorde ‘hoe — waar — wanneer’: de tijd komt als laatste.
as na de vergrotende trap
✗ She drives better as me
✓ She drives better than me
In de spreektaal hoor je ‘beter als ik’ (A2 #7). Maar as staat alleen in as … as: She drives as well as me.
Uitspraak
4 minquite en quiet zijn verschillende woorden: quite /kwaɪt/ — één lettergreep, ‘vrij, tamelijk’; quiet /ˈkwaɪət/ — twee lettergrepen, ‘stil, rustig’.
De klemtoon in quite good verandert de betekenis. Valt de stem op quite — It was QUITE good — dan is het ‘gaat wel, niets bijzonders’. Valt hij op het bijvoeglijk naamwoord — It was quite GOOD — dan is het een compliment: ‘echt goed’.
In more carefully ligt de klemtoon op het bijwoord: /mɔː ˈkeəfəli/. more is onbeklemtoond, than ook: /ðən/.
rather — /ˈrɑːðə/, met een lange /ɑː/, zoals in father. extremely — /ɪkˈstriːmli/, klemtoon op de tweede lettergreep.
Tekst
5 minMy sister Lucy and I took our driving tests in the same month, and the results surprised everyone.
Lucy usually learns things faster than I do. She had lessons twice a week and was driving quite well after a month. I was slower. I drove very carefully — too carefully, my instructor said. "You don't have to stop completely at every corner," he told me. "Just drive confidently."
On the day of the test I was extremely nervous, but luckily the examiner was friendly and the roads were fairly quiet. I made one small mistake: I parked rather badly outside the post office. Still, I passed.
Lucy did worse. She was driving too fast on a wet road and didn't see a cyclist in time. She stopped suddenly, and nobody was hurt, but she failed. Unfortunately, she had to wait six weeks for the next test.
The second time, she passed easily. Now she drives better than I do, honestly — more smoothly, more confidently and more often. But she still says that I park more carefully than anyone she knows. And that's quite true.
Oefeningen
30 min1. Zet het bijwoord tussen haakjes in de vergrotende trap.
- Could you speak (slowly), please?
- My sister sings (well) than I do
- He runs (fast) than anyone in his class
- I did (badly) in the second test than in the first
- We got up (early) than usual
- Please drive (carefully) — the roads are wet
- Which of you two lives (far) from the office?
Toon de antwoorden
2. Vul in:
- I'm tired, but I can carry on. (een beetje)
- The film was good — not great, but fine. (redelijk)
- I forgot about the meeting. (helemaal)
- She speaks Japanese well — better than anyone I know. (uiterst)
- The exam was difficult — harder than we'd expected. (meer dan je zou willen)
Toon de antwoorden
3. Woordvolgorde.
- English / he / well / speaks
- the door / opened / slowly / she
- really / I / this city / like
- nobody / luckily / was hurt
- she / at the concert / sang / last night / beautifully
- didn't / fast / he / enough / run
Toon de antwoorden
4. Foutopsporing.
- He speaks very well English.
- I like very much Italian food.
- She drives better as me.
- Could you speak slowlier, please?
- He works hardly — he's always the last to leave.
- The water was extreme cold, so we didn't swim.
Toon de antwoorden
5. Maak van twee zinnen één zin.
- Tom drives carefully. His brother drives less carefully. (than)
- Anna speaks French well. Her sister speaks it equally well. (as … as)
- I type fast. My colleague types faster. (not as … as)
- Kate arrived at nine. Mark arrived at ten. (than)
- I swim badly. My son swims well. (than)
Toon de antwoorden
6. Vertaal naar het Engels.
1) Praat alstublieft wat harder. 2) Hij rijdt beter dan ik. 3) Helaas ben ik de vergadering helemaal vergeten. 4) Ik vind deze stad echt heel leuk. 5) Het examen was vrij moeilijk, maar ik ben geslaagd.
Toon de antwoorden
7. Beantwoord in volledige zinnen
— over jezelf. De antwoorden hieronder zijn een voorbeeld. 1) Who in your family drives the most carefully? 2) What can you do better now than five years ago? 3) What do you do really well?
Toon de antwoorden
Samenvatting
Behandeld: bijwoorden van graad van a bit tot completely, het Britse quite en rather, de vergrotende en overtreffende trap van bijwoorden, than en as … as, drie plaatsen van het bijwoord en de volgorde ‘hoe — waar — wanneer’, hard en hardly, late en lately. Volgende: les 29 — een onbekend woord begrijpen aan de hand van zijn bouw.
Einde van de kern
De les telt als voltooid zodra de oefeningen zijn gedaan. Alles daarna is optioneel.
optioneel
Woordenschat voor de kaartenset
16 woorden- quite /kwaɪt/ vrij, tamelijk
- rather /ˈrɑːðə/ vrij, nogal (eerder)
- fairly /ˈfeəli/ redelijk, tamelijk
- slightly /ˈslaɪtli/ een beetje, enigszins
- extremely /ɪkˈstriːmli/ uiterst, extreem
- completely /kəmˈpliːtli/ helemaal, volledig
- confidently /ˈkɒnfɪdəntli/ zelfverzekerd
- luckily /ˈlʌkɪli/ gelukkig
- unfortunately /ʌnˈfɔːtʃənətli/ helaas
- suddenly /ˈsʌdnli/ plotseling, opeens
- smoothly /ˈsmuːðli/ soepel
- driving test /ˈdraɪvɪŋ test/ rijexamen
- instructor /ɪnˈstrʌktə/ instructeur
- examiner /ɪɡˈzæmɪnə/ examinator
- cyclist /ˈsaɪklɪst/ fietser
- in time /ɪn ˈtaɪm/ op tijd, nog net op tijd
Schrijven
Zes zinnen over iets wat je hebt geleerd: zwemmen, autorijden, een instrument bespelen, een taal spreken. Hoe het je afging, vergeleken met wie, wat je nu doet. Minstens twee bijwoorden van graad, één vergelijking met than en één met as … as.
Voorbeeld
I learnt to swim quite late, at the age of twelve. My younger brother learnt faster than I did, and he still swims better than me. At first I swam very slowly and rather badly. Luckily, our teacher was extremely patient. Now I swim fairly well, but I don't swim as fast as my brother. Honestly, I don't mind.
Checklist
Oefen deze les in de andere secties
Heb je een idee voor een functie?
⚑ optioneel