Herhaling 5 (lessen 25–29)
Opgegeven kerntijd. Twee van de kernblokken hebben geen tijdsaanduiding, dus de echte les duurt langer dan deze som.
Lastig punt
12 min‘Het was zo koud dat we thuisbleven.’ ‘Het was zo'n lange dag dat ik meteen in slaap viel.’ In het Nederlands staat in beide zinnen ‘zo’ — in de tweede verstopt in ‘zo'n’. Het Engels heeft er twee woorden voor: so en such. De keuze hangt niet af van de betekenis, maar van wat erna komt.
Vorm. so + bijvoeglijk naamwoord of bijwoord; such + zelfstandig naamwoord, met of zonder bijvoeglijk naamwoord. Het gevolg verbind je met that.
| It was so cold that we stayed at home. | so + bijvoeglijk naamwoord |
| He spoke so quickly that I couldn't follow. | so + bijwoord |
| It was such a cold day that we stayed at home. | such a + bijvoeglijk naamwoord + zelfstandig naamwoord |
| They were such nice people that we stayed all evening. | such + meervoud |
| We had such bad weather that we came home early. | such + ontelbaar |
De regel in één zin: staat er na ‘zo’ of ‘zo'n’ een zelfstandig naamwoord — such; alleen een bijvoeglijk naamwoord of bijwoord — so. Je kunt het ook in het Nederlands controleren: ‘zo koud’ — so, ‘zo'n koude dag’, ‘zulke aardige mensen’ — such. Maar ‘zo’ vóór een bijvoeglijk naamwoord met een zelfstandig naamwoord erachter — ‘we hadden zo slecht weer’ — is toch such: such bad weather. Beslissend is niet het Nederlandse woord, maar of er in het Engels een zelfstandig naamwoord volgt.
Lidwoord. Bij een telbaar zelfstandig naamwoord in het enkelvoud komt a na such: such a nice day, such an interesting book — net als in ‘zo'n’, dat is ‘zo een’. Vóór meervoud en ontelbare woorden staat geen lidwoord: such nice people, such good news, such bad weather.
so bij een hoeveelheid. Vóór much, many, few, little staat altijd so, ook al volgt er een zelfstandig naamwoord: There were so many people that we couldn't get in. I had so little time that I took a taxi. Dat komt doordat so hier vóór het woord voor de hoeveelheid staat, niet vóór het zelfstandig naamwoord. In plaats van so many en so much zeg je in de spreektaal ook such a lot of: There were such a lot of people…
that kan wegvallen. In de spreektaal valt that vaak weg: It was so cold we stayed in. It was such a good film I watched it twice.
In een vraag en een ontkenning geldt dezelfde regel: Why are you so tired? — ‘Waarom ben je zo moe?’ I've never seen such a beautiful garden. — ‘Ik heb nog nooit zo'n mooie tuin gezien.’ Vóór that zet je geen komma: het gevolg hoort nauw bij het eerste deel.
Uitspraak. so en such krijgen in deze zinnen klemtoon — de hele gedachte hangt eraan: It was SO cold…, It was SUCH a long day…. that is onbeklemtoond: /ðət/. Haal je de klemtoon weg, dan klinkt de zin als een gewone mededeling zonder nadruk.
Zonder gevolg — een uitroep. so en such versterken ook op zichzelf, zonder that: It's so cold today! She's such a nice person! Dat is emotioneler dan very: very deelt iets mee, so en such roepen uit.
Vergelijk met too (A1 #18) en enough (A2 #13):
| It was so cold that we didn't go out. | zo koud dat… — het gevolg wordt genoemd |
| It was too cold to go out. | te koud om… |
| It wasn't warm enough to go out. | niet warm genoeg om… |
De betekenis ligt dicht bij elkaar, maar so … that vertelt wat er gebeurde, en too … to wat je niet kon doen.
Meer voorbeelden:
| The coffee was so hot that I burnt my tongue. | De koffie was zo heet dat ik mijn tong brandde. |
| It was such a long journey that we stopped twice. | Het was zo'n lange reis dat we twee keer zijn gestopt. |
| The film was so boring that half the audience left. | De film was zo saai dat de halve zaal wegging. |
| She speaks such good English that people think she's British. | Ze spreekt zo goed Engels dat mensen denken dat ze een Britse is. |
| I was so tired that I fell asleep on the train. | Ik was zo moe dat ik in de trein in slaap viel. |
Zo zeg je het niet. ✗ It was so cold weather → ✓ It was such cold weather / The weather was so cold. ✗ a such nice day → ✓ such a nice day. ✗ so much people → ✓ so many people.
Test jezelf. so of such: It was ___ a good idea? Hoe zeg je ‘Er waren zo veel mensen dat we er niet in konden’? Wat klopt er niet aan It was a such boring film?
toon de antwoorden
Oefeningen bij de lessen 25–29
35 min1. Gemengde invuloefening.
- Most the people in my street have a car
- I've got friends here, so I'm never lonely. (een paar)
- The lecture was really (bore)
- She's very good languages
- It all depends the weather
- Could you speak (slowly), please?
- It's (possible) to park here. (met een ontkennend voorvoegsel)
- It was a nice day that we walked home
Toon de antwoorden
2. Vul so of such in.
- It was cold that the lake froze
- They're nice people!
- There were many cars that we couldn't park
- It was an interesting book that I read it in a day
- He drove fast that the police stopped him
- We had bad weather that the flight was cancelled
Toon de antwoorden
3. Foutopsporing.
- The most students in my group work.
- Nobody of them came.
- I was very interesting in the lecture.
- We discussed about the plan.
- Can you explain me this word?
- He speaks well English.
- There's a big different between them.
- It was so cold weather that we stayed at home.
Toon de antwoorden
4. Maak van twee zinnen één zin
- The coffee was very hot. I couldn't drink it.
- It was a very long film. I fell asleep.
- She spoke very quietly. Nobody heard her.
- They were very friendly people. We stayed all evening.
- There were a lot of people. We couldn't get in.
Toon de antwoorden
5. Omzetoefening.
- All the students passed. (none)
- I was bored by the film. (the film + een bijvoeglijk naamwoord op -ing)
- I'm waiting for Tom. (een vraag met who)
- The instructions were not clear. (één woord met een voorvoegsel)
Toon de antwoorden
6. Vertaal naar het Engels.
1) De meeste van mijn collega's wonen buiten de stad. 2) Ik verveelde me, omdat de lezing heel lang was. 3) Het hangt van de prijs af. 4) Ze rijdt voorzichtiger dan ik. 5) Het was zo'n fijne dag dat we niet naar huis wilden.
Toon de antwoorden
Samenvatting
Behandeld
- de lessen 25–29 in hun geheel en so … that
- such … that
Volgende: les 31 — zeggen wanneer en hoe vaak iets gebeurt.
Einde van de kern
De les telt als voltooid zodra de oefeningen zijn gedaan. Alles daarna is optioneel.
optioneel
Miniproductie
Vertel hardop en schrijf daarna tien zinnen op: over je groep of je team; een review van een recente aankoop; waar je zomerplannen van afhangen; hoe je iets doet vergeleken met anderen; een keer dat er iets misging. Minstens één zin met so … that en één met such … that.
Checklist voor les 31:
- of alleen vóór the, my, these of een voornaamwoord?
- na none en neither geen not, en neither alleen over twee?
- -ed over de persoon, -ing over wat het gevoel veroorzaakt?
- het voorzetsel uit de Engelse lijst, na discuss en enter geen voorzetsel, explain … to me?
- het bijwoord niet tussen werkwoord en lijdend voorwerp, lange bijwoorden met more?
- geven voorvoegsel en achtervoegsel het juiste woord, klopt de spelling op de grens?
- so vóór een bijvoeglijk naamwoord, such a vóór een zelfstandig naamwoord?
Oefen deze les in de andere secties
Heb je een idee voor een functie?
⚑ optioneel