Zeggen wanneer en hoe vaak iets gebeurt
Ik kan een zin over de toekomst bouwen met een bijzin van tijd en precies zeggen hoe vaak iets terugkomt.
Opgegeven kerntijd. Twee van de kernblokken hebben geen tijdsaanduiding, dus de echte les duurt langer dan deze som.
Grammatica
18 minIn A2 #27 heb je de regel van de voorwaardelijke zinnen geleerd: na if staat over de toekomst de tegenwoordige tijd — If it rains, I'll stay at home, en niet ✗ If it will rain. De toekomst is al genoemd in de hoofdzin (I'll stay), en het deel met if zegt alleen onder welke voorwaarde ze werkelijkheid wordt.
Precies zo werken de voegwoorden van tijd. Het deel met when, as soon as, until, before, after, by the time zegt op welk moment iets gebeurt, en daarin staat geen toekomende tijd — net als in het Nederlands: ‘ik bel je als ik er ben’ — I'll call you when I get there. Het verschil zit in de hoofdzin: het Nederlands zegt ook daar vaak gewoon ‘ik bel’, het Engels zegt I'll call. Eén will is genoeg voor de hele zin: de hoofdzin heeft al gezegd dat het over de toekomst gaat.
Vorm. In de hoofdzin staat will, going to, de gebiedende wijs of een modaal werkwoord. In het deel met het voegwoord — de Present Simple.
| voegwoord | betekenis | voorbeeld |
|---|---|---|
| when | als, wanneer | I'll call you when I get home. |
| as soon as | zodra | We'll start as soon as everyone arrives. |
| once | zodra, als … eenmaal | Once you pay, you'll get an email with the tickets. |
| until / till | tot, totdat | Wait here until I come back. |
| before | voordat | Switch off the lights before you leave. |
| after | nadat | I'll ring you after the meeting finishes. |
| while | terwijl | I'll make dinner while you're having a shower. |
| by the time | tegen de tijd dat | By the time you arrive, the food will be ready. |
till is de spreektaalvariant van until en betekent hetzelfde. Na while staat meestal de Present Continuous: while gaat over een proces dat bezig is — en ook dat is een tegenwoordige tijd.
Ontkenning en vraag bouw je volgens de gewone regels, en de tijd blijft dezelfde: de toekomst in de hoofdzin, de tegenwoordige tijd na het voegwoord. I won't leave until you get back. What will you do when you finish university? Will you call me as soon as you hear something?
De volgorde van de delen is vrij. Staat het deel met het voegwoord voorop, dan volgt er een komma: When I get home, I'll call you. Staat het achteraan, dan is er geen komma: I'll call you when I get home. Dat is dezelfde regel als in een verhaal over het verleden (B1 #2).
‘Als ik klaar ben’ — Present Perfect. Is het belangrijk dat het ene werk helemaal af is voordat het andere begint, dan staat na het voegwoord de Present Perfect: I'll send you the report when I've finished it. — ‘ik stuur het je als ik ermee klaar ben (helemaal)’. As soon as I've read the book, I'll give it back. Zo zeg je het het vaakst na when, after, as soon as, once, until. De Present Simple is hier ook goed; de Present Perfect benadrukt dat het werk gedaan zal zijn. Een toekomende tijd is er ook hier niet.
Wanneer gebruik je het. Drie typische situaties:
- iets afspreken en beloven: I'll text you as soon as I land. — ‘Ik stuur je een berichtje zodra ik geland ben’;
- een instructie geven: Don't open the door until the light goes green. — ‘Doe de deur niet open voordat het lampje groen wordt’;
- een plan stap voor stap uitstippelen: After we've had lunch, we'll go to the museum.
until — ‘tot’. Net als het Nederlandse ‘tot’ staat until zonder ontkenning: Wait until I come back. — ‘Wacht tot ik terugkom.’ Staat er een ontkenning in de hoofdzin, dan krijg je ‘pas als’, ‘niet voordat’: I won't pay until I see the car. — ‘Ik betaal pas als ik de auto zie.’
Vergelijk met if en met een vraag. when heeft twee buren, en met allebei wordt het verward. Het Nederlandse ‘als’ kan zowel when als if zijn; het Engels kiest:
| I'll call you when I see her. | Ik zie haar zeker, de vraag is alleen wanneer. |
| I'll call you if I see her. | Misschien zie ik haar, misschien niet. |
| When will you be back? | Een vraag ‘wanneer?’ — de toekomst is nodig. |
| I don't know when he'll be back. | Een indirecte vraag (B1 #19) — de toekomst is nodig. |
| I'll call you when he gets back. | Een voegwoord van tijd — de tegenwoordige tijd. |
De controle is eenvoudig. Vraag je ‘wanneer?’ of zeg je dat je niet weet wanneer, dan is het een vraag, en daarin staat will, zoals in elke vraag over de toekomst. Noemt when het moment waarop de hoofdhandeling gebeurt, dan is het een voegwoord, en daarna staat de tegenwoordige tijd.
Hoe vaak: every. every + een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud noemt een regelmaat: every day, every Monday, every summer. Met een getal krijg je een tussenpoos: every two weeks — ‘om de twee weken’, every three hours — ‘om de drie uur’. Het zelfstandig naamwoord staat hier in het meervoud, omdat every bij de hele groep ‘twee weken’ hoort. every other day — ‘om de dag’: elke tweede dag. Samen met once a week, twice a month (A1) heb je zo twee manieren om iets over de frequentie te zeggen: once a week — hoeveel keer per periode, every two weeks — hoe lang de tussenpoos is.
every time en whenever — ‘elke keer als’. Ook dat zijn voegwoorden van tijd, en de regel is dezelfde: over de toekomst staat erna de tegenwoordige tijd. Every time I see him, he's on the phone. — over iets wat altijd zo gaat. Whenever you're in Leeds, come and see us. — over de toekomst, maar you're, en niet ✗ you'll be.
every en each. Allebei betekenen ze ‘elk, ieder’, allebei staan ze vóór een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud, en ook het werkwoord erna staat in het enkelvoud: Every room has a TV. Each room has a TV. Het verschil zit in hoe de spreker naar de groep kijkt:
| every — naar de hele groep tegelijk, ‘allemaal, zonder uitzondering’ | Every student passed the exam. |
| each — naar ieder afzonderlijk, de een na de ander | The teacher spoke to each student. |
Ze verschillen ook in vorm:
- each kan ook over twee gaan: She had a bag in each hand. every — alleen over drie of meer.
- each staat ook zelfstandig en met of: each of us, each of the rooms, We each got a copy. every kan dat niet: ✗ every of us → ✓ each of us of every one of us.
- Met almost, nearly, not past alleen every: almost every day, Not every hotel has a lift.
Waar allebei kunnen, hoor je het verschil nauwelijks: every time en each time betekenen hetzelfde.
Meer voorbeelden:
| I'll let you know as soon as I hear anything. | Ik laat het je weten zodra ik iets hoor. |
| We won't start until everyone is here. | We beginnen pas als iedereen er is. |
| Before you go, could you close the window? | Wil je het raam dichtdoen voordat je weggaat? |
| By the time you get there, the shop will be closed. | Tegen de tijd dat je er bent, is de winkel al dicht. |
| I'll read the news while you're driving. | Ik lees het nieuws terwijl jij rijdt. |
| The bus comes every twenty minutes. | De bus komt om de twintig minuten. |
| Each of the rooms has its own bathroom. | Elke kamer heeft een eigen badkamer. |
| Each of you will get a copy when the meeting starts. | Ieder van jullie krijgt een exemplaar als de vergadering begint. |
Zo zeg je het niet. ✗ every days → ✓ every day. Na every zonder getal staat het zelfstandig naamwoord altijd in het enkelvoud.
Test jezelf. Hoe zeg je ‘Bel me zodra je er bent’? Waarom staat er will in I don't know when she'll arrive? each of every: She wore a ring on ___ hand?
toon de antwoorden
Fouten van Nederlandstaligen
geschreven voor jouw taalDe tegenwoordige tijd ook in de hoofdzin
✗ I call you tomorrow when I get home → ✓ I'll call you tomorrow when I get home. ‘Ik bel je morgen als ik thuis ben’: het Nederlands heeft in beide delen de tegenwoordige tijd. Na when klopt dat ook in het Engels, maar een belofte of plan in de hoofdzin krijgt will. Na het voegwoord juist geen will: ✗ as soon as I will know → ✓ as soon as I know.
Het werkwoord direct na de komma
✗ When I get home, will I call you
✓ When I get home, I'll call you
‘Als ik thuis ben, bel ik je’: in het Nederlands komt na een bijzin vooraan meteen het werkwoord. In het Engels staat ook na de komma eerst het onderwerp; anders klinkt het als een vraag.
‘Als’ altijd als if
‘Ik bel je als ik haar zie’ — weet je dat je haar ziet, dan is het ✓ I'll call you when I see her. I'll call you if I see her zegt dat je haar misschien niet ziet.
Het enkelvoud na een getal
✗ every two hour, ✗ every three year → ✓ every two hours, every three years. ‘Om de twee uur’, ‘om de drie jaar’: in het Nederlands blijven ‘uur’ en ‘jaar’ na een getal enkelvoud, in het Engels niet. En ‘ieder van ons’ is ✓ each of us, niet ✗ every of us.
Uitspraak
4 minVoegwoorden zijn onbeklemtoond, de klemtoon ligt op het hoofdwerkwoord:
| I'll call you when I get home. | /aɪl ˈkɔːl jə wen aɪ ɡet ˈhəʊm/ — when zwak |
| as soon as I know | /əz ˈsuːn əz aɪ ˈnəʊ/ — beide as klinken als /əz/ |
| until I come back | /ənˈtɪl aɪ kʌm ˈbæk/ — until I als één woord |
until heeft de klemtoon op de tweede lettergreep: /ənˈtɪl/, niet ‘ÚN-til’. De /l/ aan het eind smelt samen met de klinker van het volgende woord: until I klinkt als één geheel.
Intonatie van een zin met twee delen. Staat het deel met het voegwoord voorop, dan gaat de stem aan het eind ervan omhoog — ‘wordt vervolgd’ — en aan het eind van de hoofdzin omlaag: When I get home ↗, I'll call you ↘.
each en every: each /iːtʃ/ — lange /iː/, niet te verwarren met itch /ɪtʃ/ — ‘jeuken’. every /ˈevri/ — twee lettergrepen: de middelste e spreek je niet uit.
Tekst
5 minHi Sam,
Here's the plan for Friday. I'll get to the venue at eight, and I'll text you as soon as I arrive. Please don't let anyone in until I've checked the room — the projector didn't work last time.
When the participants arrive, each of them will get a badge and a printed programme. Every badge has a name and a group number on it. There are forty people, so we'll need two tables: one for groups one to three and the other for groups four and five.
The first session starts at half past nine. Before it begins, could you check that every chair has a pen and a feedback form? While I'm giving the introduction, you can look after the late arrivals.
We'll have a short break every hour and a half. After lunch, the groups will swap rooms, so some people will stay where they are and others will move upstairs.
By the time we finish, everyone will be tired, so let's keep the closing short. I'll send you the photos once I get home.
One other thing: could you bring another extension lead? We never have enough. If you have any questions, call me — I'll be in the office until six on Thursday.
Thanks! Jo
Oefeningen
32 min1. Invuloefening:
- I'll text you as soon as the train (leave)
- We (not / start) until everyone is here
- When you (see) Anna, say hello from me
- Don't forget to lock the door before you (go) out
- I (make) dinner while you're having a shower
- By the time we (get) there, the museum will be closed
- I don't know when the results (be) ready
- After I (finish) university, I'm going to look for a job abroad
Toon de antwoorden
2. Vul every of each in.
- The buses run ten minutes
- She had a heavy bag in hand
- of the guests got a small present
- room in the hotel has a balcony
- The tickets cost twenty pounds
- I go to the gym other day
- Not hotel in the town has a car park
- time I see him, he's on the phone
Toon de antwoorden
3. Maak van twee zinnen één zin
- I'll get to the station. Then I'll call you. (as soon as)
- You'll come back. I'll wait here till then. (until)
- We'll have dinner. Then we'll watch the film. (after)
- You'll leave. Turn off the heating first. (before)
- The guests will arrive. The room will be ready by then. (by the time)
- You'll be in Bath next month. Come and see us. (when)
- I'll be at work. You can use my car. (while)
- I'll finish this email. Then I'll help you. (when)
Toon de antwoorden
4. Foutopsporing.
- I'll phone you when I will arrive.
- When I get home, will I call you.
- Every of us got a certificate.
- She wore a ring on every hand.
- We have a break every two hour.
- As soon as I will hear anything, I'll let you know.
- We won't leave until the rain will stop.
Toon de antwoorden
5. Vertaal naar het Engels.
1) Ik bel je zodra ik de uitslag weet. 2) We gaan niet weg tot het ophoudt met regenen. 3) Als je klaar bent met het verslag, stuur het me dan. 4) Ik ga om de dag zwemmen. 5) Ieder van ons kreeg een sleutel. 6) Begin niet voordat ik terug ben.
Toon de antwoorden
6. Beantwoord in volledige zinnen
— over jezelf. De antwoorden hieronder zijn een voorbeeld. 1) What will you do as soon as you get home today? 2) What do you do every week, and what do you do every other week? 3) What are you going to do when you finish this course?
Toon de antwoorden
Samenvatting
Behandeld: de tegenwoordige tijd over de toekomst na acht voegwoorden van tijd, de Present Perfect erna voor een afgerond werk, until zonder ontkenning, when als voegwoord en als vraagwoord; every voor de frequentie en every other day, every time en whenever; every tegenover each. Volgende: les 32 — een besluit uitleggen.
Einde van de kern
De les telt als voltooid zodra de oefeningen zijn gedaan. Alles daarna is optioneel.
optioneel
Woordenschat voor de kaartenset
14 woorden- once /wʌns/ zodra (voegwoord)
- whenever /wenˈevə/ telkens als, wanneer ook
- every other day /ˌevri ˌʌðə ˈdeɪ/ om de dag
- each /iːtʃ/ elk (afzonderlijk)
- till /tɪl/ tot (spreektaal)
- venue /ˈvenjuː/ locatie (van een evenement)
- participant /pɑːˈtɪsɪpənt/ deelnemer
- badge /bædʒ/ badge, naamplaatje
- programme /ˈprəʊɡræm/ programma
- session /ˈseʃn/ sessie, onderdeel van het programma
- feedback form /ˈfiːdbæk fɔːm/ evaluatieformulier
- projector /prəˈdʒektə/ projector, beamer
- swap /swɒp/ ruilen, wisselen
- extension lead /ɪkˈstenʃn liːd/ verlengsnoer
Schrijven
Vijf à zes zinnen — een briefje voor een collega of een buur over wat er morgen gebeurt terwijl je er niet bent: wat er moet gebeuren als iets gebeurt, tot welk moment iemand moet wachten, wat ieder krijgt. Minstens drie verschillende voegwoorden van tijd en één every of each.
Voorbeeld
I'm leaving early tomorrow, so here's the plan. When the plumber arrives, please show him the kitchen. Don't pay him until he has finished. As soon as he leaves, could you text me? The cat needs food every morning and every evening. I'll be back by the time you get home from work.
Checklist
Oefen deze les in de andere secties
Heb je een idee voor een functie?
⚑ optioneel