Grammatica ~57 min van de kern over

Praten zoals in een gesprek

Na deze les kun je

Ik kan phrasal verbs begrijpen en gebruiken zonder ze in stukjes uit elkaar te halen.

Start de les Kern 57 min · stappen: 6 · optioneel: +2

Opgegeven kerntijd. Twee van de kernblokken hebben geen tijdsaanduiding, dus de echte les duurt langer dan deze som.

Grammatica

16 min

In A2 #22 heb je geleerd wat een phrasal verb is: een werkwoord plus een klein woordje (on, up, off, out…), en samen betekenen ze iets nieuws — turn on ‘aanzetten’, hang up ‘ophangen (de telefoon)’. Daar stond ook de belangrijkste regel voor de woordvolgorde: een voornaamwoord gaat naar het midden — Turn it on. Nu bekijken we hoe verschillende phrasal verbs zich gedragen, waarom de regel ‘naar het midden’ niet bij allemaal werkt en waarom gesproken Engels zonder phrasal verbs klinkt als een officiële brief.

Type 1. Scheidbaar: het voorwerp kan in het midden of erachter staan.

Turn on the light. = Turn the light on. zelfstandig naamwoord — waar je wilt
Turn it on. voornaamwoord — alleen in het midden
Fill in the form that I sent you yesterday. lang voorwerp — erachter

Hierbij horen turn on / turn off, put on (aantrekken), take off (uittrekken), pick up (oprapen, ophalen), fill in (invullen), throw away (weggooien), give back (teruggeven), look up (opzoeken in een woordenboek of op internet), put off (uitstellen), turn down (afwijzen; zachter zetten).

Type 2. Onscheidbaar: het voorwerp staat altijd erachter, ook een voornaamwoord.

Who's going to look after the children? ✗ look the children after
Who's going to look after them? ✗ look them after
I ran into an old friend yesterday. toevallig tegengekomen
She's dealing with the problem. ze pakt het probleem aan

Hierbij horen ook look for (zoeken), get on / get off (instappen in de bus, uitstappen), look into (uitzoeken, onderzoeken), come across (stuiten op). De regel ‘voornaamwoord naar het midden’ geldt hier niet: het kleine woordje gedraagt zich als een voorzetsel en staat vóór het voorwerp.

Type 3. Zonder voorwerp: na het werkwoord is niets nodig.

The car broke down. ging kapot, kreeg pech
I grew up in a small town. ben opgegroeid
He turned up an hour late. kwam opdagen
We set off at six. vertrokken, gingen op weg
Students don't earn much, but they get by. redden zich, komen rond

Type 4. Uit drie delen: het werkwoord en twee kleine woordjes, altijd samen en altijd vóór het voorwerp.

I'm looking forward to the holidays. ik kijk uit naar
I can't put up with the noise. verdragen, uitstaan
We've run out of milk. is op, we zijn erdoorheen
I get on with my colleagues. goed opschieten met
She came up with a great idea. bedacht

look forward to + -ing. Hier is to een voorzetsel, zoals in be used to (B1 #33), daarom volgt erna een vorm op -ing of een zelfstandig naamwoord: I'm looking forward to seeing you. — ‘Ik kijk ernaar uit je te zien’. Niet ✗ to see you. In brieven is dit een vaste slotzin: I look forward to hearing from you.

Hoe herken je het type? Aan de betekenis zie je het niet — het type staat in het woordenboek. Meestal zo: turn something on (plaats voor het voorwerp in het midden — scheidbaar), look after somebody (het voorwerp erachter — onscheidbaar), break down (zonder voorwerp). Leer een phrasal verb meteen met dit schema, niet kaal.

Eén werkwoord — meerdere betekenissen en verschillende types. Dat is normaal, en het type verandert vaak mee met de betekenis:

Take off your shoes. — Take them off. uittrekken (type 1)
The plane took off at ten. opgestegen (type 3)
I'll pick you up at seven. ik haal je op (type 1)
Could you turn the music up? harder zetten (type 1)
Nobody turned up. er kwam niemand opdagen (type 3)

Het gesproken werkwoord en zijn formele tegenhanger. Veel phrasal verbs hebben een synoniem van één woord. Dat klinkt formeler — zo schrijf je in documenten en in het nieuws. In een gesprek kiest een Engelsman bijna altijd het phrasal verb:

in een gesprek in een officiële tekst betekenis
find out discover te weten komen
put off postpone uitstellen
turn down refuse, reject weigeren, afwijzen
go on continue doorgaan
come back return terugkomen
look into investigate uitzoeken, onderzoeken

In een café We have postponed the party zeggen is grammaticaal correct, maar het klinkt als een mededeling. We've put off the party — zo zeggen vrienden het.

Meer voorbeelden:

Can you look up his number? Zoek zijn nummer even op (op internet).
I threw the old newspapers away. Ik heb de oude kranten weggegooid.
The meeting has been put off until Friday. De vergadering is uitgesteld tot vrijdag.
How did you find out? Hoe ben je erachter gekomen?

Zo zeg je het niet. ✗ I'm looking for it forward — de delen van een phrasal verb uit drie delen gaan niet uit elkaar: ✓ I'm looking forward to it.

Test jezelf. Vervang the TV door een voornaamwoord: Switch off the TV. En nu the dog in Can you look after the dog? Hoe zeg je ‘Ik kijk uit naar onze ontmoeting’?

toon de antwoorden
Switch it off; Can you look after it? — het werkwoord is onscheidbaar, het voornaamwoord komt erachter; I'm looking forward to seeing you of I'm looking forward to our meeting.
Advertentie

Fouten van Nederlandstaligen

geschreven voor jouw taal
1

Het kleine woordje naar het eind, zoals in het Nederlands

✗ Who will look the children after?, ✗ I ran him into yesterday → ✓ Who will look after the children?, ✓ I ran into him yesterday. ‘Ik kwam hem gisteren tegen’: bij een scheidbaar werkwoord schuift het Nederlands het tweede deel naar achteren, en dat patroon belandt op elk phrasal verb. Bij turn it on klopt het, maar bij de onscheidbare (look after, run into, deal with) staat het kleine woordje altijd vóór het voorwerp.

2

look forward to + grondvorm

✗ I'm looking forward to see you, ✗ I look forward to hear from you → ✓ I'm looking forward to seeing you, ✓ I look forward to hearing from you. ‘Ik kijk ernaar uit je te zien’: in het Nederlands volgt ‘te’ + grondvorm, en to lijkt daarop. Maar hier is to een voorzetsel, zoals ‘naar’ in ‘uitkijken naar’, en erna komt -ing. In zakelijke e-mails is dit een heel bekende fout.

3

Het laatste deel vergeten

✗ I can't put up the noise → ✓ I can't put up with the noise; ✗ We've run out milk → ✓ We've run out of milk. ‘Het lawaai niet uitstaan’, ‘geen melk meer hebben’ — in het Nederlands zonder voorzetsel, dus het derde deel lijkt overbodig. Maar zonder dat deel betekent het werkwoord iets anders: put up is ‘ophangen’, ‘omhoog doen’.

Uitspraak

4 min

De klemtoon valt op het kleine woordje, niet op het werkwoord — net als in aanzetten, opzoeken:

Turn it off. I grew up in Leeds. He turned up late. The car broke down.

In phrasal verbs uit drie delen valt de klemtoon op het eerste van de twee kleine woordjes: in put up with op up, in run out of op out, in get on with op on. In look forward to op for: /lʊk ˈfɔːwəd tə/.

Zo onderscheid je een phrasal verb van een werkwoord met een voorzetsel: in I looked at the picture ligt de klemtoon op het hoofdwerkwoord looked, en at is onbeklemtoond. Maar in Look out! — ‘Pas op!’ — ligt de klemtoon op out, omdat het een phrasal verb is.

Aan elkaar lezen. De medeklinker aan het eind van het werkwoord smelt samen met de klinker van het woordje of het voornaamwoord: turn it on klinkt als /tɜːnɪˈtɒn/, pick it up als /pɪkɪˈtʌp/, fill it in als /fɪlɪˈtɪn/. Pauzeer niet tussen de delen: een phrasal verb spreek je uit als één woord.

Advertentie

Tekst

5 min

Last Monday our washing machine broke down in the middle of a wash. There was water everywhere, so I turned the machine off at the wall and looked up a repair service online. I filled in a form on their website, and they promised to send someone on Wednesday.

On Wednesday I waited all morning, but nobody turned up. I rang them, and a very polite woman said she would look into it. In the end the engineer came on Thursday. He found out what was wrong in five minutes, dealt with it in half an hour, and I paid him on the spot.

The washing machine isn't our only problem. We get on well with most of our neighbours, but I can't put up with the music from the flat above any longer. They turn it up every night at eleven. Last week I ran into the owner on the stairs and asked him to turn it down. He said he would, but nothing has changed.

So we've decided to move. Our contract runs out in September, and we've already found a little house near the park. I'm really looking forward to moving out — and to buying a new washing machine.

Hardop lezen

Oefeningen

32 min

1. Vervang

  1. Turn off the TV.
  2. Can you pick up the children at four?
  3. I'll look after your cat.
  4. Please fill in this form.
  5. I ran into Mark yesterday.
  6. Don't throw away those letters.
  7. She's dealing with the problem.
Toon de antwoorden
Turn it off; Can you pick them up at four?; I'll look after it; Please fill it in; I ran into him yesterday; Don't throw them away; She's dealing with it

2. Invuloefening:

  1. The car broke on the motorway
  2. We've run milk. Can you buy some?
  3. I'm looking forward seeing you
  4. I can't put up his jokes any longer
  5. He turned an hour late, as usual
  6. Could you turn the music ? It's too loud
  7. I grew in a small town near Bristol
  8. Who's going to look the dog while we're away?
Toon de antwoorden
down; out of; to; with; up; down; up; after

3. Koppeloefening.

  1. put off
  2. turn down
  3. find out
  4. come up with
  5. get on with
  6. run into
Toon de antwoorden
`put off` — uitstellen; `turn down` — afwijzen; `find out` — te weten komen; `come up with` — bedenken; `get on with` — goed opschieten met; `run into` — toevallig tegenkomen

4. Herschrijf als spreektaal:

  1. We've postponed the meeting until Friday. (put off)
  2. She refused the job offer. (turn down)
  3. Please continue. (go on)
  4. I discovered the truth last week. (find out)
  5. When will you return? (come back)
  6. The police are investigating the accident. (look into)
Toon de antwoorden
We've put off the meeting until Friday / We've put the meeting off until Friday; She turned down the job offer / She turned the job offer down; Please go on; I found out the truth last week; When will you come back?; The police are looking into the accident

5. Foutopsporing.

  1. Can you turn on it?
  2. I'm looking forward to see you.
  3. Who will look the children after?
  4. I can't put up the noise any more.
  5. We've run out milk.
  6. I'll pick up you at the station.
Toon de antwoorden
Can you turn it on?; I'm looking forward to seeing you; Who will look after the children?; I can't put up with the noise any more; We've run out of milk; I'll pick you up at the station

6. Vertaal naar het Engels.

1) Ik haal je om zeven uur op. 2) We kunnen heel goed opschieten met onze buren. 3) We zijn door het brood heen. 4) Ik kijk erg uit naar mijn vakantie. 5) Ze sloeg het aanbod af.

Toon de antwoorden
I'll pick you up at seven; We get on very well with our neighbours / We get on really well with our neighbours / We get on well with our neighbours; We've run out of bread; I'm really looking forward to my holiday / I'm really looking forward to the holiday / I'm looking forward to my holiday; She turned down the offer / She turned the offer down
Advertentie

Samenvatting

Behandeld: vier types phrasal verbs en de woordvolgorde bij elk type, het voornaamwoord in het midden van een scheidbaar en achter een onscheidbaar werkwoord, look forward to + -ing, het type herkennen aan het schema in het woordenboek, meerdere betekenissen van één werkwoord, het gesproken werkwoord tegenover zijn formele synoniem. Volgende: les 35 — ontwikkelingen laten zien en vergelijken.

Einde van de kern

De les telt als voltooid zodra de oefeningen zijn gedaan. Alles daarna is optioneel.

Les 107

optioneel

Woordenschat voor de kaartenset

16 woorden
  • break down /ˌbreɪk ˈdaʊn/ kapotgaan, pech krijgen
  • turn up /ˌtɜːn ˈʌp/ (komen) opdagen
  • fill in /ˌfɪl ˈɪn/ invullen
  • look up /ˌlʊk ˈʌp/ opzoeken (in een woordenboek, op internet)
  • deal with /ˈdiːl wɪð/ aanpakken, afhandelen
  • look into /ˌlʊk ˈɪntuː/ uitzoeken, onderzoeken
  • find out /ˌfaɪnd ˈaʊt/ te weten komen, erachter komen
  • put off /ˌpʊt ˈɒf/ uitstellen
  • turn down /ˌtɜːn ˈdaʊn/ afwijzen; zachter zetten
  • run into /ˌrʌn ˈɪntuː/ toevallig tegenkomen
  • put up with /ˌpʊt ˈʌp wɪð/ verdragen, uitstaan
  • get on with /ˌɡet ˈɒn wɪð/ goed opschieten met
  • come up with /ˌkʌm ˈʌp wɪð/ bedenken
  • look forward to /ˌlʊk ˈfɔːwəd tə/ uitkijken naar
  • run out /ˌrʌn ˈaʊt/ opraken, aflopen
  • on the spot /ˌɒn ðə ˈspɒt/ ter plekke, meteen

Schrijven

Zes zinnen over een probleem thuis en hoe je het hebt opgelost. Minstens vijf phrasal verbs, waaronder één onscheidbaar met een voornaamwoord en één uit drie delen.

Voorbeeld

Last month my laptop broke down. I looked up a repair shop and took it there. They said they would look into it, but nobody rang me for a week. In the end I went back and found out that they had lost my form. I filled it in again, and they dealt with the problem the next day. I can't put up with bad service, but they apologised, so I'm not angry.

Checklist

Het concept is opgeslagen op dit apparaat
Advertentie

Heb je een idee voor een functie?

Idee versturen
Advertentie
Advertentie