Herhaling 4 (lessen 19–23)
Opgegeven kerntijd. Twee van de kernblokken hebben geen tijdsaanduiding, dus de echte les duurt langer dan deze som.
Lastig punt
10 minIn A2 #18 leerde je zeggen dat iets is opgehouden: I don't work there any more — ‘Ik werk daar niet meer’. Van dat not … any more bestaat een formelere variant waarin de ontkenning er al in zit: no longer. Het werkt net als hardly (B1 #12): het woord is zelf ontkennend, en een tweede not zet je er niet naast.
| I no longer work there. | Ik werk daar niet meer. |
| = I don't work there any more. | hetzelfde, informeler |
| She's no longer a child. | Ze is geen kind meer. |
| The shop is no longer open on Sundays. | De winkel is op zondag niet meer open. |
| You can no longer pay by cheque. | Met een cheque betalen kan niet meer. |
| We no longer have a car. | We hebben geen auto meer. |
Plaats. no longer staat op dezelfde plaats als de bijwoorden van frequentie (A1 #11) en hardly: vóór het hoofdwerkwoord (I no longer work), maar na be (She's no longer) en na een hulpwerkwoord of modaal werkwoord (You can no longer pay). any more staat helemaal aan het eind van de zin.
not … any longer betekent hetzelfde als not … any more en staat ook aan het eind: I can't wait any longer. — ‘Ik kan niet langer wachten.’ Met wait en stay is deze vorm heel gewoon: We couldn't stay any longer.
Waar hoor je wat. In een gesprek bijna altijd not … any more. no longer — op schrift, in mededelingen, in het nieuws en in officiële brieven: This service is no longer available. — ‘Deze dienst is niet meer beschikbaar.’ In gesproken taal klinkt no longer strenger en benadrukt het de verandering.
In een vraag en een kort antwoord — still en any more: — Do you still live in Bath? — No, not any more. Het antwoord No longer zonder meer klinkt stijf, als schrijftaal.
Verwar no longer niet met no more. In het Nederlands staat ‘meer’ in allebei: ‘niet meer’ en ‘geen koffie meer’. Het Engels maakt het onderscheid. no longer gaat over tijd: vroeger wel, nu niet meer. no more + zelfstandig naamwoord gaat over hoeveelheid: There's no more coffee. — ‘Er is geen koffie meer, hij is op.’ ✗ I no more work there → ✓ I no longer work there.
Vergelijk met still:
| He still lives with his parents. | woont er nog steeds |
| He no longer lives with his parents. | woont er niet meer |
Hoe vertaal je. Het Nederlandse ‘niet meer’, ‘geen … meer’, ‘niet langer’ in een verhaal over een verandering is no longer of not … any more. ‘Hij is niet meer dezelfde’ — He's no longer the same. ‘Het is geen geheim meer’ — It's no longer a secret. ‘Ik heb het niet meer nodig’ — I no longer need it of I don't need it any more. Zet het ‘niet’ niet apart in de Engelse zin: in no longer zit het al, net als in hardly. Betekent ‘niet meer’ echter ‘geen seconde langer’, ‘genoeg’, neem dan not … any longer: ‘Ik kan dit niet langer verdragen’ — I can't stand it any longer.
Spelling. In het Brits-Engels schrijf je meestal los — any more; het aaneengeschreven anymore komt uit het Amerikaans en zie je ook in Groot-Brittannië steeds vaker. Fout is geen van beide; in deze cursus schrijven we het los, zoals in A2 #18. no longer schrijf je altijd los.
Zo zeg je het niet. ✗ I don't no longer work there → ✓ I no longer work there. In no longer zit de ontkenning al; een tweede maakt er een dubbele ontkenning van, en die bestaat in standaard-Engels niet.
Test jezelf. Hoe zeg je formeel She doesn't live here any more? Wat klopt er niet aan I can't wait no longer? Wat is het verschil tussen There's no more milk en We no longer buy milk?
toon de antwoorden
Oefeningen bij de lessen 19–23
35 min1. Gemengde invuloefening.
- Could you tell me where the nearest bus stop ? (be)
- You're from Leeds, ?
- — I can't sleep in hot weather. — can I
- He stopped (smoke) last year
- Remember (switch off) the lights
- My boss wants me (work) on Saturday
- They didn't let us (take) photos
- Did you make this cake ?
- I don't eat meat, but fish in this restaurant is wonderful
- She lives here — she moved to Bath. (niet meer, formeel)
Toon de antwoorden
2. Foutopsporing.
- Do you know where does she live?
- Could you tell me is the museum open?
- — I'm tired. — So do I.
- She's never been late, hasn't she?
- I remember to see him at the station yesterday.
- I want that you stay.
- The teacher made us to read aloud.
- I don't no longer go there.
- The life in London is expensive.
Toon de antwoorden
3. Omzetoefening.
- Where is the post office? (Could you tell me …)
- I don't know what I should say. (maak het korter: vraagwoord + to)
- You're coming to the party. (voeg een staartje toe)
- I don't smoke any more. (stop, Present Perfect)
- I had to wait outside. My boss insisted. (make)
- I don't live there any more. (no longer)
- Nobody helped me. I painted the room. (by myself)
Toon de antwoorden
4. Koppeloefening.
- I love this song.
- I don't like spicy food.
- I've just got engaged!
- Didn't you get my email?
- You're Anna's sister, aren't you?
Toon de antwoorden
5. Vertaal naar het Engels.
1) Weet u hoe laat de bank dichtgaat? 2) — Ik ben niet in Schotland geweest. — Ik ook niet. 3) Ik weet nog dat ik het raam heb dichtgedaan. 4) Mijn ouders wilden dat ik advocaat werd. 5) De boeken in deze bibliotheek zijn heel oud. 6) Hij werkt hier niet meer.
Toon de antwoorden
Samenvatting
Behandeld
- de lessen 19–23 in hun geheel en no longer
- not … any longer
Volgende: les 25 — een groep beschrijven.
Einde van de kern
De les telt als voltooid zodra de oefeningen zijn gedaan. Alles daarna is optioneel.
optioneel
Miniproductie
Vertel hardop en schrijf daarna tien zinnen op: twee beleefde vragen aan een onbekende en één keer ‘ik weet het niet’; een kort gesprek met een staartje en So … I of Neither … I; een gewoonte waarmee je gestopt bent en iets wat je je herinnert uit je jeugd; wat men op je werk of thuis van je wil en wat je zelf doet; een plek waar je vaak komt — met alle drie de soorten lidwoorden. Minstens één zin met no longer.
Checklist voor les 25:
- in een indirecte vraag de gewone woordvolgorde, geen do, een ja/nee-vraag met if?
- het staartje met het tegengestelde teken, in So … I het werkwoord van de ander en de omgekeerde volgorde?
- ‘gestopt met’ — stopped + -ing, een herinnering — remember + -ing, iets wat je moet doen — remember to?
- na want — wie + to, na make en let — zonder to?
- een algemeen begrip zonder lidwoord, iets specifieks met the?
- naast no longer geen tweede not?
Oefen deze les in de andere secties
Heb je een idee voor een functie?
⚑ optioneel