Over het algemene en het specifieke praten
Ik kan bewust een lidwoord kiezen — ook waar er geen hoort te staan.
Opgegeven kerntijd. Twee van de kernblokken hebben geen tijdsaanduiding, dus de echte les duurt langer dan deze som.
Grammatica
18 minLidwoorden kwam je al vanaf de eerste lessen tegen: a en an (A1 #2), a en the (A1 #14), het lidwoord bij namen en go to school (A2 #16). Telkens een stukje. Hier komen ze samen in een systeem dat bijna elk geval oplost.
Het Nederlands heeft ook lidwoorden, en grotendeels werken ze hetzelfde: a car en the car zijn twee verschillende boodschappen, net als ‘een auto’ en ‘de auto’. Het eerste is ‘een of andere auto, je hebt er nog niet van gehoord’, het tweede ‘die ene, je weet welke’. De verschillen zitten in de details: waar het Nederlands een lidwoord zet en het Engels niet, en andersom.
Drie vragen — op volgorde.
| vraag | als het antwoord ‘ja’ is |
|---|---|
| Begrijpt de luisteraar welk voorwerp precies bedoeld is? | the |
| Nee. Is het één telbaar voorwerp — ‘een of ander’, ‘een van de’? | a / an |
| Nee. Is het een meervoud of een ontelbaar woord, in algemene zin? | geen lidwoord |
Als de luisteraar weet welk. Het voorwerp is al genoemd: I bought a jacket and a scarf. The jacket is blue. Het is het enige in deze situatie: Could you close the door?, the kitchen (in deze woning), the station (in deze stad). Het is voor iedereen hetzelfde: the sun, the sea, the government. Woorden erna maken duidelijk welk: the man in the grey coat, the book I'm reading, the history of Wales.
Wanneer a of an. Het voorwerp wordt voor het eerst genoemd: There's a new café in our street. Het is één van vele: She works in a bank. Het is een beroep of een beschrijving: She's a nurse. It's a lovely day. What a surprise! En in de betekenis ‘per’: twice a week, £12 an hour.
Algemeen tegenover specifiek — het belangrijkste paar van de les. Bij meervouden doet het Nederlands vaak hetzelfde: ‘boeken zijn duur’, maar ‘de boeken op mijn bureau zijn van de bibliotheek’. Bij abstracte woorden niet: ‘het leven is kort’ heeft een lidwoord, ook al gaat het over het leven in het algemeen. Het Engels is hier strikt. Over iets in het algemeen, over de hele soort, spreek je zonder lidwoord — in het meervoud of met een ontelbaar woord. Over specifieke dingen — met the.
| algemeen — zonder lidwoord | specifiek — met the |
|---|---|
| Books are expensive. | The books on my desk are from the library. |
| I like coffee. | The coffee in this café is terrible. |
| Children learn languages fast. | The children next door are very loud. |
| Life is short. | The life of a nurse is hard. |
| Music helps me relax. | The music at the wedding was great. |
Een bijvoeglijk naamwoord maakt het voorwerp niet specifiek: modern art, British history, fresh bread — nog steeds algemeen, zonder lidwoord, ook al zegt het Nederlands vaak ‘de moderne kunst’, ‘de Britse geschiedenis’. Een bepaling na het woord — met of, met in, een bijzin — maakt het wel bijna altijd specifiek: the art of the Renaissance, the bread you bought. Maar life in London, life in a big city is het leven daar in het algemeen, dus nog steeds zonder lidwoord.
Uit gewoonte zonder lidwoord.
| eten, drinken, stoffen in het algemeen | I don't eat meat. |
| talen, schoolvakken, sporten | She speaks German. I play tennis. |
| maaltijden | We had lunch at one. |
| vervoer na by | We went by train. |
| plaatsen naar hun functie (A2 #16) | go to work, school, bed; be in hospital |
| landen, steden, straten | Spain, Edinburgh, Oxford Street |
| next, last — vanaf vandaag gerekend | next week, last year |
Altijd met the. De overtreffende trap en rangtelwoorden: the best film, the first time. De woorden the same, the only. Muziekinstrumenten: play the piano (in het Nederlands ‘piano spelen’, zonder lidwoord) — maar sporten zonder lidwoord: play football. Vaste uitgaansplekken: go to the cinema, go to the theatre, listen to the radio — maar watch TV. Delen van de dag: in the morning, in the evening — maar at night. Een volk als geheel: the British, the Romans.
another, the other, others — hetzelfde systeem. Het Nederlandse ‘ander(e)’, ‘nog een’ en ‘de rest’ verdelen zich in het Engels over meerdere vormen. Bij de keuze helpen dezelfde drie vragen als bij het lidwoord: in deze woorden zit het lidwoord er al in, of het ontbreekt om dezelfde redenen.
| vorm | wat erin zit | betekenis | voorbeeld |
|---|---|---|---|
| another + enkelvoud | an + other | nog een; een andere (welke dan ook) | Can I have another coffee? |
| the other + enkelvoud | the + other | de tweede van twee, de overgebleven | One shoe is here. Where's the other one? |
| other + meervoud | geen lidwoord | andere in het algemeen, nog meer | Other people think differently. |
| the other + meervoud | the + other | de rest van een bekende groep | Tom is here. The other guests are in the garden. |
| others | zonder zelfstandig naamwoord | anderen in het algemeen | Some people like it; others don't. |
| the others | zonder zelfstandig naamwoord | alle anderen uit een bekende groep | Two of us came by car, and the others walked. |
another is an + other, daarom schrijf je het aan elkaar en betekent het, net als a, ‘één van vele, welke dan ook’. Met een meervoud staat het niet; de uitzondering is met een getal: another two days — ‘nog twee dagen’. the other werkt als the: de luisteraar weet welke, want alleen die is over (of alleen die). other zonder lidwoord voor een meervoud is als een algemeen begrip zonder lidwoord: ‘andere in het algemeen’, welke precies doet er niet toe. others en the others betekenen hetzelfde, maar staan in plaats van het zelfstandig naamwoord: de uitgang -s krijgt alleen het woord dat alleen staat. Dus other people of gewoon others, maar niet others people. En the another bestaat niet: in another zit het lidwoord al. each other — ‘elkaar’ (A2 #24) — is een aparte combinatie.
Vergelijk:
| I've got two sisters. One lives in York, and the other lives in Cardiff. | twee zussen — de tweede is bekend |
| I've got three sisters. One lives in York, and the others live in Cardiff. | de rest — iedereen die overblijft |
| I've got five sisters. One lives in York, and another lives in Cardiff. | nog een, één van meerdere |
Hoe vertaal je. Meestal kun je op het Nederlandse lidwoord vertrouwen: ‘een’ is a, ‘de’ of ‘het’ in de betekenis ‘die bekende’ is the. ‘Deze’, ‘die’, ‘precies die’ — dat is the. ‘Eén’, ‘een of ander’, ‘een van de’ — dat is a. Uitzonderingen zijn er bij een algemeen begrip (‘het leven’ — life), bij een beroep (‘ze is arts’ — she's a doctor) en in vaste combinaties (‘naar het werk’ — to work, ‘met de trein’ — by train). En onthoud: my, your, this, that, Tom's nemen de plaats van het lidwoord in, dus staan ze er niet samen mee — my car, niet the my car.
Zo zeg je het niet. ✗ What nice surprise! → ✓ What a nice surprise! Na What met een telbaar woord in het enkelvoud is a nodig, net als ‘een’ in ‘wat een verrassing’.
Test jezelf. Hoe zeg je ‘Ik hou van honden’ en ‘De honden in onze straat blaffen de hele nacht’? Is er een lidwoord nodig in ___ British history? Hoe zeg je ‘Ik heb twee auto's: de ene is blauw, de andere is rood’?
toon de antwoorden
Fouten van Nederlandstaligen
geschreven voor jouw taalEen beroep zonder lidwoord
✗ She is teacher
✗ My brother is engineer
✓ She's a teacher
My brother is an engineer. ‘Ze is lerares’, ‘mijn broer is ingenieur’ — het Nederlands zegt het zonder lidwoord. In het Engels krijgt een beroep in het enkelvoud altijd a of an.
the bij een algemeen begrip
✗ The life is short → ✓ Life is short. ✗ I love the nature → ✓ I love nature. ‘Het leven’, ‘de natuur’, ‘de moderne kunst’ — het Nederlands zet ook in algemene zin vaak een lidwoord, en dat gaat mee. In het Engels staat een algemeen begrip zonder the.
an advice
✗ She gave me a good advice
✓ She gave me some good advice
‘Een goed advies’ is in het Nederlands telbaar; advice is dat niet (B1 #16), net zomin als information en news: zonder a, eventueel met some.
Het lidwoord uit ‘met de trein’ en ‘naar het werk’
✗ We went with the train → ✓ We went by train. ✗ I go to the work at eight → ✓ I go to work at eight. In ‘met de trein’ en ‘naar het werk’ zit een lidwoord, en het gaat mee. Vervoer na by en plaatsen naar hun functie staan zonder lidwoord.
‘Andere’ als another
✗ another people → ✓ other people. ✗ the another one → ✓ the other one. Het Nederlandse ‘andere’ (‘andere mensen’, ‘de andere’) lijkt op another en schuift ertussen. Maar another is an + other: alleen bij een enkelvoud en nooit na the.
Uitspraak
4 minBeide lidwoorden zijn onbeklemtoond en bijna onhoorbaar: a /ə/ — nooit /eɪ/ zoals in het alfabet; an /ən/.
the voor een medeklinker klinkt /ðə/, voor een klinker /ði/. De klank beslist, niet de letter: the university /ðə ˌjuːnɪˈvɜːsəti/ — het woord begint met de klank /j/; the hour /ði ˈaʊə/ — de h is stom. Zo ook a university, maar an hour (A1 #12).
Het lidwoord smelt samen met het volgende woord: an apple /ənˈæpl/, the end /ðiˈend/.
another en others: /əˈnʌðə/ — de klemtoon op de tweede lettergreep, het begin zwak, zoals het lidwoord an; /ˈʌðəz/ — een stemhebbende /ð/ en /z/.
Een beklemtoond the /ðiː/ — alleen als je iets benadrukt: He's the expert on this. — ‘Hij is dé specialist hierin.’ In alle andere gevallen is the zwak.
Tekst
5 minBooks are expensive, so I hardly ever buy them. Instead, I go to the library near my office twice a week. It's an old building — it was built in 1910 — and it has two reading rooms. One is for children, and the other is on the first floor. It's the quietest place I know.
The library has a good collection of history books. History was my favourite subject at school, and I still read about the past more than anything else. At the moment I'm reading a book about the Romans in Britain. The book is huge, and I can only keep it for three weeks, so I'm reading it on the train every morning. Next week I'll ask for another three weeks.
The staff are very friendly. There's a librarian called Mr Hughes who always recommends something new. Last month he gave me a novel by a Welsh writer I had never heard of. The novel was strange but beautiful, and I finished it in a weekend.
People say that libraries are dying. I'm not sure that's true. On a Saturday morning the library is full: students, children with their parents, old men reading the newspapers. Some people come to study; others just want a warm, quiet place to sit. Libraries are still the best free places in town.
Oefeningen
32 min1. Vul a, an, the in
- I bought new jacket yesterday. jacket is dark blue
- children learn languages faster than adults
- Could you close window, please?
- I don't eat meat, but I eat fish
- We usually go to bed at eleven
- It was best holiday of my life
- My brother plays guitar, and I play tennis
- We go to the cinema twice month
Toon de antwoorden
2. Koppeloefening.
- I love dogs.
- Life is short.
- The dogs in our street bark all night.
- The life of a nurse is hard.
Toon de antwoorden
3. Foutopsporing.
- She is teacher at my son's school.
- The life is too short for bad coffee.
- I have a good advice for you.
- We had a lunch in a small café.
- You should ask another people about it.
- Can you give me an information about the trains?
- My sister plays the piano and I play the football.
- I usually go to work with the bus.
Toon de antwoorden
4. Herschrijf het als iets specifieks:
- I like coffee. (in this café)
- Children are noisy. (next door)
- Flowers are beautiful. (in your garden)
- History is interesting. (of this town)
- Cheese is expensive. (in this shop)
- Students work hard. (in my class)
Toon de antwoorden
5. Verbeter: zet de ontbrekende lidwoorden terug.
- Man in grey coat is our new teacher.
- I've got idea: let's go to cinema.
- Sun was shining, so we had lunch in garden.
- My brother is engineer and plays guitar in band.
- Moon was very bright last night.
Toon de antwoorden
6. Vul another, other, the other, others of the others in.
- This cake is delicious. Can I have piece?
- Some people love working from home; hate it
- I've got two sisters. One lives in York, and lives in Cardiff
- Tom is here, but where are ? The film starts in five minutes
- Don't just ask me — ask people what they think
Toon de antwoorden
7. Vertaal naar het Engels.
1) Ik hou niet van koffie, maar de koffie in dit café is uitstekend. 2) Mijn zus is arts. 3) Het leven in een grote stad is duur. 4) We gaan met de trein naar ons werk. 5) Het was de beste dag van mijn leven. 6) Mag ik nog een kopje thee?
Toon de antwoorden
Samenvatting
Behandeld: drie vragen om een lidwoord te kiezen; hoe de luisteraar weet welk voorwerp bedoeld is; a bij de eerste keer, ‘een van de’, een beroep, twice a week; algemeen zonder lidwoord tegenover specifiek met the; een bijvoeglijk naamwoord maakt een voorwerp niet specifiek; vaste gevallen zonder lidwoord en altijd met the; another, other, the other, others, the others als deel van hetzelfde systeem. Volgende: les 24 — herhaling van de lessen 19–23.
Einde van de kern
De les telt als voltooid zodra de oefeningen zijn gedaan. Alles daarna is optioneel.
optioneel
Woordenschat voor de kaartenset
17 woorden- library /ˈlaɪbrəri/ bibliotheek
- reading room /ˈriːdɪŋ ruːm/ leeszaal
- librarian /laɪˈbreəriən/ bibliothecaris
- collection /kəˈlekʃn/ collectie, verzameling
- subject /ˈsʌbdʒɪkt/ schoolvak
- the past /ðə ˈpɑːst/ het verleden
- huge /hjuːdʒ/ enorm
- Welsh /welʃ/ uit Wales, Welsh
- government /ˈɡʌvənmənt/ regering
- scarf /skɑːf/ sjaal
- news /njuːz/ nieuws
- modern art /ˌmɒdn ˈɑːt/ moderne kunst
- the moon /ðə ˈmuːn/ de maan
- free /friː/ gratis
- another /əˈnʌðə/ een ander, nog een
- others /ˈʌðəz/ anderen
- the others /ði ˈʌðəz/ de anderen, de rest
Schrijven
Zes zinnen over een plek waar je vaak komt: een bibliotheek, een café, een park, een sportschool. Gebruik alle drie de soorten lidwoorden, minstens één algemene uitspraak zonder lidwoord en één keer another, the other of others.
Voorbeeld
There's a small park near my flat. I go there every morning before work. The park has a pond and an old bench under a tree. The bench is my favourite place. People often say that parks are boring, but I think nature is the best medicine. In the evening some people come to run, and others just walk their dogs.
Checklist
Oefen deze les in de andere secties
Heb je een idee voor een functie?
⚑ optioneel