Een gesprek gaande houden en doorvragen
Ik kan doorvragen, iets bevestigen en laten merken dat ik het eens ben of in dezelfde situatie zit.
Opgegeven kerntijd. Twee van de kernblokken hebben geen tijdsaanduiding, dus de echte les duurt langer dan deze som.
Grammatica
18 minEen levendig gesprek draait op korte reacties: ‘echt?’, ‘o ja?’, ‘ik ook’, ‘toch?’. Het Nederlands redt zich daarbij met een paar woordjes die nooit veranderen. Het Engels bouwt ze uit één materiaal: het hulpwerkwoord van de zin waarop je reageert. Dat wordt herhaald als een echo: in het staartje van een vraag, in een reactievraag, in ‘ik ook’. De eerste stap is dus altijd dezelfde: zoek dat werkwoord.
Waar haal je het hulpwerkwoord vandaan? Staat er in de zin be, have (in de voltooide tijd), can, will of een ander modaal werkwoord, dan is dat de echo. Zo niet — in de Present Simple en de Past Simple —, dan neemt do, does of did die rol over, net als in een gewone vraag.
| in de zin | echo |
|---|---|
| You're tired. | are |
| They've finished. | have |
| She can swim. | can |
| You work here. | do |
| He lost his keys. | did |
Het vraagstaartje. Een bewering, een komma en een korte vraag — ‘…, toch?’, ‘…, hè?’. Het staartje is het tegendeel van de zin: na een bevestigende zin een ontkennend staartje, na een ontkenning een bevestigend. In het staartje staan alleen het hulpwerkwoord en een persoonlijk voornaamwoord.
| You're from Leeds, aren't you? | Je komt toch uit Leeds? |
| She works here, doesn't she? | Ze werkt hier toch? |
| They've finished, haven't they? | Ze zijn toch klaar? |
| It was a great film, wasn't it? | Geweldige film, hè? |
| You didn't call him, did you? | Je hebt hem toch niet gebeld? |
| He can't drive, can he? | Hij kan toch niet autorijden? |
| There's a cash machine near here, isn't there? | Er is hier toch een geldautomaat in de buurt? |
Bijzondere gevallen. Bij I am is het staartje aren't I: I'm late, aren't I? De woorden never, hardly en nobody zijn al ontkennend (B1 #12), dus daarna volgt een bevestigend staartje: You've never been to Wales, have you? Na Let's… is het staartje shall we: Let's have a break, shall we?
De intonatie beslist of je iets vraagt. Daalt de stem op het staartje ↘, dan ben je zeker en verwacht je instemming: Lovely day, isn't it? Zo begin je meestal een gesprek met een onbekende. Gaat de stem omhoog ↗, dan weet je het echt niet en vraag je het: You're from Leeds, aren't you? — ‘…of vergis ik me?’.
Het korte antwoord. Op een staartje en op elke ja/nee-vraag antwoord je met dezelfde echo: — You're from Leeds, aren't you? — Yes, I am. / No, I'm not. I'm from York. Alleen Yes of No klinkt kortaf.
De reactievraag — ‘O ja? Echt?’. Het hulpwerkwoord en het voornaamwoord, met hetzelfde teken als bij de ander, en de stem omhoog. Zo laat je belangstelling of verbazing zien en vraag je om meer:
| — I've just got back from Peru. — Have you? How was it? | O ja? En, hoe was het? |
| — She's moving to Canada. — Is she? | Echt? |
| — I didn't sleep at all last night. — Didn't you? Why not? | Helemaal niet geslapen? |
| — We went to Iceland in January. — Did you? | Echt waar? |
Wil je een detail navragen dat je niet goed hebt gehoord, zet dan did you say in een gewone vraag: Sorry, where did you say she works? — ‘Sorry, waar zei je dat ze werkt?’. Of eenvoudiger: Sorry, what did you say?, Sorry, could you say that again?
So do I en Neither do I — ‘ik ook’ en ‘ik ook niet’. So + hulpwerkwoord + onderwerp — instemming met een bewering. Neither + hulpwerkwoord + onderwerp — instemming met een ontkenning. De volgorde is omgekeerd, zoals in een vraag.
| — I like jazz. — So do I. | Ik ook. |
| — I'm tired. — So am I. | Ik ook. |
| — I went to bed late. — So did I. | Ik ook. |
| — I don't eat meat. — Neither do I. | Ik ook niet. |
| — I can't swim. — Neither can I. | Ik ook niet. |
| — I haven't finished. — Neither have I. | Ik ook niet. |
Het werkwoord komt uit de zin van de ander — hetzelfde werkwoord, in dezelfde tijd. Na Neither is het bevestigend: de ontkenning zit al in neither, zoals in neither … nor (B1 #6). Nor do I betekent hetzelfde als Neither do I en hoor je in het Brits-Engels heel vaak. Het onderwerp kan van alles zijn: — Anna likes jazz. — So does her husband.
In een gesprek kan het eenvoudiger: Me too in plaats van So do I en Me neither in plaats van Neither do I. Die vormen veranderen niet, maar klinken losser; op schrift en in formele taal heb je de volledige vorm nodig.
Het niet eens zijn — dezelfde echo, zonder so en neither, met de klemtoon op het voornaamwoord: — I love winter. — Oh, I don't. — I can't stand jazz. — Really? I can. — I've never been to Paris. — I have.
Een ontkennende vraag drukt verbazing uit of verwacht instemming: Isn't it beautiful? — ‘Mooi, hè?’; Didn't you get my message? — ‘Heb je mijn bericht niet gekregen?’; Haven't we met before? — ‘Hebben we elkaar niet al eens ontmoet?’.
Het antwoord volgt de feiten, niet de vorm van de vraag. Bericht gekregen — Yes, I did. Niet gekregen — No, I didn't. Zo antwoord je ook op een staartje na een ontkenning: — You didn't call him, did you? — No, I didn't. (niet gebeld). Yes staat altijd met een bevestigend werkwoord, No met een ontkennend. Het Nederlands werkt hier grotendeels net zo: ‘Nee’ is niet gekregen, ‘Jawel’ is wel gekregen — en dat ‘jawel’ wordt in het Engels Yes, I did.
Vergelijk:
| You're coming, aren't you? | Je komt toch? — ik verwacht van wel |
| Aren't you coming? | Kom je niet? — verbaasd dat het erop lijkt van niet |
Zo zeg je het niet. ✗ I'm late, amn't I? → ✓ I'm late, aren't I? De vorm amn't bestaat niet in standaard-Engels.
Test jezelf. Welk staartje hoort bij She's never been here? Hoe ben je het eens met I can't sleep in hot weather? Je hebt de mail gekregen; wat antwoord je op Didn't you get my email?
toon de antwoorden
Fouten van Nederlandstaligen
geschreven voor jouw taal‘Toch?’ en ‘hè?’ letterlijk
✗ You work here, isn't it?
✓ You work here, don't you?
In het Nederlands past ‘toch?’ of ‘hè?’ achter elke zin, en dus zoek je één Engels staartje voor alles. Dat bestaat niet: het staartje verandert met het werkwoord van de zin. …, right? hoor je in een los gesprek; het gewone staartje heeft een werkwoord.
So do I voor alles
✗ — I'm tired. — So do I. → ✓ So am I. ✗ — I've been there. — So do I. → ✓ So have I. ‘Ik ook’ verandert nooit, dus leer je één formule. Maar het Engelse ‘ik ook’ herhaalt het werkwoord van de ander: am op am, have op have.
‘Ik ook niet’ woord voor woord
✗ Neither I do
✗ Neither don't I
✓ Neither do I
In ‘ik ook niet’ staat het onderwerp vooraan en is ‘niet’ verplicht. In het Engels is de volgorde omgekeerd en is not overbodig: neither betekent al ‘ook niet’.
Uitspraak
4 minHet staartje spreek je zonder pauze uit, samen met de zin: You're from Leeds, aren't you? /jɔː frəm ˈliːdz ˈɑːnt ju/. De klemtoon in het staartje ligt op het hulpwerkwoord. Oefen beide intonaties op dezelfde zin: ↘ — ‘toch?’, ↗ — ‘of niet?’.
In staartjes, reactievragen en korte antwoorden klinkt het hulpwerkwoord volledig, niet zwak: Have you? /ˈhæv ju/, Yes, I can /kæn/, So was I /wɒz/. Midden in een zin zijn dezelfde woorden zwak: I can swim /kən/, I was tired /wəz/.
In So do I ligt de klemtoon op het onderwerp: /ˌsəʊ du ˈaɪ/. neither is in het Brits-Engels /ˈnaɪðə/ of /ˈniːðə/; beide uitspraken zijn normaal.
De reactievraag Have you?, Did she? — met een stijging ↗. Met een daling klinkt ze onverschillig: ‘o, oké’.
Tekst
5 minYou're Emma's brother, aren't you?
Yes, I am. And you must be Sam. Emma talks about you all the time.
Does she? Only good things, I hope. You live in Bristol, don't you?
I did, but I moved to Glasgow last spring.
Did you? I've never been to Glasgow. It rains a lot there, doesn't it?
It does, but I don't mind. Haven't you got friends there? I'm sure Emma mentioned it.
No, I haven't. That was my cousin. She studied there.
Ah, sorry. Anyway, isn't this food amazing? I've already had three plates.
So have I. I didn't have lunch today.
Neither did I. I was at work all morning.
On a Saturday? You work in a hospital, don't you?
No, I don't — I'm a teacher. But it's exam season, and I can't say no to extra classes.
Neither can I. That's why I never have a free weekend.
Well, you've got one now, haven't you?
I have. Shall we get some more food? You don't eat meat, do you?
No, I don't. But I eat everything else!
Oefeningen
32 min1. Vul het staartje in.
- You're from Bristol, ?
- She works in a bank, ?
- They didn't come to the party, ?
- You've seen this film, ?
- He can't drive, ?
- I'm late again, ?
- You've never been to Scotland, ?
- Let's take a taxi, ?
Toon de antwoorden
2. Stem in: vul So … I of Neither … I in
- — I'm hungry. —
- — I don't like horror films. —
- — I've lost my umbrella. —
- — I can't find my keys. —
- — I went to bed very late. —
- — I wasn't at work yesterday. —
- — I'd love a cup of tea. —
Toon de antwoorden
3. Zeg dat het bij jou anders is: vul het hulpwerkwoord in.
- — I love winter. — Really? I
- — I can't swim. — Oh, I
- — I've never been to Paris. — I
- — I didn't like the film. — Really? I
Toon de antwoorden
4. Vul de reactievraag in:
- — I've just got back from Peru. — ? How was it?
- — My sister is getting married. — ? Who's she marrying?
- — Tom didn't come to work today. — ? Is he ill?
- — I can play the piano. — ? I didn't know that
Toon de antwoorden
5. Antwoord volgens de feiten: vul Yes of No en een kort antwoord in.
- — Didn't you get my message? (niet gekregen) —
- — Haven't you met my wife? (wel ontmoet) —
- — Aren't you hungry? (geen honger) —
- — You didn't lock the door, did you? (wel op slot gedaan) —
- — You aren't from London, are you? (wel uit Londen) —
Toon de antwoorden
6. Foutopsporing.
- You work here, isn't it?
- — I'm tired. — So do I.
- — I don't eat meat. — Neither I do.
- — Didn't you see him? — Yes, I didn't. (niet gezien)
- She's never been late, hasn't she?
- I'm right, amn't I?
Toon de antwoorden
7. Vertaal naar het Engels.
1) Je bent toch leraar? 2) — Ik vlieg niet graag. — Ik ook niet. 3) Heb je mijn briefje niet gezien? 4) — Ik ben net terug uit Rome. — O ja? Hoe was het? 5) We hebben elkaar toch al eens ontmoet?
Toon de antwoorden
8. Houd het gesprek gaande.
Reageer op elke zin over jezelf: ‘ik ook’, ‘ik niet’ of een reactievraag — en voeg er één zin aan toe. 1) — I've never been to Scotland. 2) — I can't stand cold weather. 3) — I started learning the guitar last month.
Toon de antwoorden
Samenvatting
Behandeld: het hulpwerkwoord als echo; vraagstaartjes, ook aren't I, het staartje na never, shall we na Let's, en hun intonatie; het korte antwoord en de reactievraag Have you?; did you say om iets na te vragen; So do I, Neither do I, Nor do I, Me too, Me neither; het niet eens zijn met I don't; de ontkennende vraag en het antwoord volgens de feiten. Volgende: les 21 — gewoontes en studie.
Einde van de kern
De les telt als voltooid zodra de oefeningen zijn gedaan. Alles daarna is optioneel.
optioneel
Woordenschat voor de kaartenset
14 woorden- So do I /ˌsəʊ du ˈaɪ/ ik ook
- Neither do I /ˌnaɪðə du ˈaɪ/ ik ook niet
- Nor do I /ˌnɔː du ˈaɪ/ ik ook niet
- Me too /ˌmiː ˈtuː/ ik ook (spreektaal)
- Me neither /ˌmiː ˈnaɪðə/ ik ook niet (spreektaal)
- cousin /ˈkʌzn/ neef, nicht (kind van een oom of tante)
- amazing /əˈmeɪzɪŋ/ geweldig, verbluffend
- plate /pleɪt/ bord
- extra /ˈekstrə/ extra
- exam season /ɪɡˈzæm ˌsiːzn/ examentijd
- can't stand /ˌkɑːnt ˈstænd/ niet kunnen uitstaan
- get married /ˌɡet ˈmærid/ trouwen
- note /nəʊt/ briefje
- say no to /ˌseɪ ˈnəʊ tə/ nee zeggen tegen
Schrijven
Een dialoog van acht à tien beurten: je leert op een feestje een vriend van een vriend kennen. Minstens twee staartjes, één reactievraag, één So … I en één Neither … I.
Voorbeeld
— You work with Mark, don't you? — Yes, I do. We're in the same team. — Are you? He never talks about work. — Neither do I, at weekends! — I've just moved here from Cardiff. — Have you? So have I — well, from Swansea. — It's a lovely city, isn't it? — It is. I didn't want to leave. — Neither did I.
Checklist
Oefen deze les in de andere secties
Heb je een idee voor een functie?
⚑ optioneel