Beleefd vragen en zeggen dat je iets niet weet
Ik kan een onbekende iets vragen zonder dat het als een verhoor klinkt, en zeggen dat ik iets niet weet.
Opgegeven kerntijd. Twee van de kernblokken hebben geen tijdsaanduiding, dus de echte les duurt langer dan deze som.
Grammatica
16 minDe directe vraag aan een onbekende — Where is the station? — is goed gebouwd, maar klinkt bot, bijna als een eis, zelfs met Excuse me (A1 #21). Beleefder is het om de vraag in een inleiding te verpakken: Could you tell me…? — ‘kunt u me zeggen…?’, Do you know…? — ‘weet u…?’. Zo krijg je een indirecte vraag: een vraag die in een andere zin zit.
Hoe die in elkaar zit, zag je al bij de doorgegeven vraag (B1 #15): de gewone woordvolgorde, geen do, en bij een ja/nee-vraag if. Er is één verschil. In de indirecte rede vertelde je over een vraag die eerder gesteld was, en de tijd schoof terug. Hier stel je je eigen vraag nu, en daarom blijft de tijd dezelfde als in de directe vraag.
De vorm: inleiding + vraagwoord (of if) + onderwerp + werkwoord.
| directe vraag | indirecte vraag |
|---|---|
| Where is the station? | Could you tell me where the station is? |
| What time does the museum open? | Do you know what time the museum opens? |
| How much did the tickets cost? | Can you remember how much the tickets cost? |
| Is this seat free? | Could you tell me if this seat is free? |
| Does this bus go to the centre? | Do you know whether this bus goes to the centre? |
Er veranderen drie dingen tegelijk. De woordvolgorde wordt gewoon: eerst het onderwerp, dan het werkwoord — where the station is. De hulpwerkwoorden do, does, did verdwijnen, en hun uitgang gaat terug naar het hoofdwerkwoord: does … open → opens, did … cost → cost. Een vraag zonder vraagwoord, een ja/nee-vraag, krijgt if of whether — het Engelse ‘of’. Ook in het Nederlands verandert de volgorde: ‘Waar is het station?’ → ‘Weet u waar het station is?’
Als het vraagwoord het onderwerp is. In de vragen Who lives here? en What happened? is de volgorde al gewoon en is er geen do. In de inleiding verandert er dus niets: Do you know who lives here?, Could you tell me what happened? Maar in What is that building? is het onderwerp that building, en dat moet vóór het werkwoord: Do you know what that building is?
Inleidingen — van eenvoudig tot het zachtst:
| Do you know where the toilets are? | Weet u waar de wc is? — een gewone vraag aan een voorbijganger |
| Could you tell me how to get to the castle? | Kunt u me zeggen hoe ik bij het kasteel kom? — beleefd |
| Do you happen to know if the bank is open? | Weet u toevallig of de bank open is? |
| I was wondering if you could help me. | Zou u me misschien kunnen helpen? — het zachtste verzoek |
I was wondering if… betekent letterlijk ‘ik vroeg me af of…’, en de verleden tijd gaat hier niet over het verleden: hij maakt het verzoek zachter, zoals could in plaats van can. Het Nederlands doet hetzelfde met ‘ik wilde u even vragen…’. En I wonder… zonder verleden tijd is ‘ik vraag me af…’, een gedachte hardop: I wonder where she is. — ‘Ik vraag me af waar ze is.’
Het vraagteken hangt af van de inleiding. Is de inleiding een vraag (Do you know…, Could you tell me…), dan staat er aan het eind een vraagteken. Is ze een bewering (I don't know…, I wonder…, I was wondering…), dan een punt, ook al staat er binnenin een vraagwoord.
Zeggen dat je het niet weet. Dezelfde indirecte vragen staan na I don't know, I'm not sure, I can't remember, I have no idea:
| I don't know where she lives. | Ik weet niet waar ze woont. |
| I'm not sure if the shop is open on Sundays. | Ik weet niet zeker of de winkel op zondag open is. |
| I can't remember where I put my keys. | Ik weet niet meer waar ik mijn sleutels heb gelaten. |
| I have no idea what time it is. | Ik heb geen idee hoe laat het is. |
if of whether. Bijna altijd kan het allebei; whether is iets formeler. if betekent hier ‘of’, niet ‘als’, en daarom kan er een toekomende tijd na komen: I don't know if he'll come. — ‘Ik weet niet of hij komt.’ De regel ‘na if de tegenwoordige tijd in plaats van de toekomende’ (A2 #27) geldt alleen voor ‘als’.
Vergelijk met de indirecte rede:
| Do you know where he lives? | ik vraag het nu — de tijd verandert niet |
| She asked me where he lived. | ik vertel over een vraag van vroeger — de tijd schuift terug (B1 #15) |
Vraagwoord + to + werkwoord. Gaat het om wat je moet doen, dan kun je de bijzin inkorten: I don't know what I should do = I don't know what to do. Het Nederlands kent dat ook (‘ik weet niet wat te doen’), maar zegt meestal ‘wat ik moet doen’; in het Engels is de korte vorm heel gewoon. Zo werken what, where, how, who, which, when en whether:
| I don't know what to say. | Ik weet niet wat ik moet zeggen. |
| Could you show me how to use this machine? | Kunt u me laten zien hoe ik deze automaat gebruik? |
| I'm not sure where to park. | Ik weet niet goed waar ik moet parkeren. |
| Can you tell me which bus to take? | Kunt u me zeggen welke bus ik moet nemen? |
| We can't decide whether to stay or leave. | We kunnen niet beslissen of we blijven of gaan. |
De handeling in deze vorm doet dezelfde persoon als in het hoofddeel, of ‘wie dan ook’. Vóór to past alleen whether, niet if: whether to stay.
Zo zeg je het niet. ✗ I don't know why to go → ✓ I don't know why I should go. Met why bestaat de korte vorm niet — alleen de volledige bijzin.
Test jezelf. Hoe vraag je beleefd Where's the nearest cash machine? Waarom staat er een punt aan het eind van I wonder where he is? Hoe zeg je I don't know what I should say korter?
toon de antwoorden
Fouten van Nederlandstaligen
geschreven voor jouw taal‘Kunt u me zeggen’ met say
✗ Can you say me where the station is?
✓ Can you tell me where the station is?
‘Zeggen’ neemt de persoon gewoon mee (‘zeg me’), say niet: wie je iets vertelt, krijgt tell — tell me, could you tell me.
Het werkwoord aan het eind
‘Weet u of deze bus naar het centrum gaat?’ → ✗ Do you know if this bus to the centre goes? → ✓ Do you know if this bus goes to the centre? In een Nederlandse bijzin schuift het werkwoord naar achteren, en na ‘of’ en ‘waar’ glipt dat makkelijk mee. In het Engels volgt het werkwoord direct op het onderwerp.
‘Of hij morgen komt’ in de tegenwoordige tijd
✗ I don't know if he comes tomorrow
✓ I don't know if he'll come tomorrow
Het Nederlands gebruikt hier gewoon de tegenwoordige tijd. Maar dit if is ‘of’, niet ‘als’: de toekomst krijgt will.
Een vraagteken na I wonder
Ook in het Nederlands schrijf je vaak ten onrechte ‘Ik vraag me af of hij komt?’ → ✗ I wonder if he will come? → ✓ I wonder if he will come. Na een inleiding die een bewering is, staat een punt.
Uitspraak
4 minEen indirecte vraag is één zin met één intonatie, geen twee vragen na elkaar:
Could you tell me where the station is ↗
De vraag zit hier in de inleiding. Aan het eind gaat de stem meestal omhoog; een zachte daling is ook beleefd, die klinkt als een verzoek. Op where is er geen aparte stijging: het binnenste deel spreek je uit als een bewering. En I don't know where it is is helemaal geen vraag — de stem daalt ↘, zoals in de indirecte rede (B1 #15).
In snelle spraak smelten de inleidingen samen: Could you /ˈkʊdʒu/ — /d/ en /j/ geven /dʒ/; Do you know /djə ˈnəʊ/; I was wondering /aɪ wəz ˈwʌndərɪŋ/ — was is zwak.
wonder en wander. wonder /ˈwʌndə/ — ‘zich afvragen’, met /ʌ/, zoals in won. wander /ˈwɒndə/ — ‘rondlopen, dwalen’, met /ɒ/, zoals in want. En whether klinkt precies als weather: /ˈweðə/.
Tekst
5 minExcuse me, I'm sorry to bother you. Could you tell me where the ticket office is?
Of course. It's just over there, on the left, next to the café.
Thank you. And do you happen to know what time the last train to Leeds leaves?
I'm not sure, I'm afraid. I think it's at about eleven, but I don't know if it runs on Sundays. There's a timetable on the wall by the main entrance.
Great. One more thing. I was wondering if you could tell me how to get to the castle. I've got a map, but I can't work out which way to go.
It's about fifteen minutes on foot. Go out of the main entrance, cross the bridge and keep walking along the river. You'll see it on your right.
Do you know whether it's open today? I read somewhere that it was closed for repairs.
I've no idea, sorry. But there's a tourist information centre right next to the castle. Ask them what to see first. You can also walk along the old city walls — the views are wonderful.
Thank you so much. You've been really helpful.
Not at all. Enjoy York!
Oefeningen
32 min1. Omzetoefening.
- Where is the post office? (Could you tell me)
- What time does the bank close? (Do you know)
- Is this the train to Oxford? (Could you tell me)
- How much does a ticket cost? (Do you know)
- Where did you buy that coat? (Can you remember)
- Does this bus stop at the hospital? (Do you happen to know)
- Who lives in that house? (Do you know)
- When was this church built? (Do you know)
Toon de antwoorden
2. Herschrijf de vraag als antwoord ‘ik weet het niet’
- Where does Anna work? (I don't know)
- Is the museum open on Mondays? (I'm not sure)
- What time did the film start? (I can't remember)
- How old is their house? (I have no idea)
- Will it rain tomorrow? (I wonder)
Toon de antwoorden
3. Foutopsporing.
- Could you tell me where is the nearest bank?
- Do you know what time does the shop close?
- I don't know where does he live.
- Can you tell me is this seat free?
- I'm not sure what should I say.
- Do you know where did she go?
Toon de antwoorden
4. Maak de bijzin korter:
- I don't know what I should do.
- Could you show me how I can use this machine?
- I'm not sure where I should park.
- She didn't know who she should ask.
- We can't decide whether we should stay or leave.
- Can you tell me which bus I should take?
Toon de antwoorden
5. Vul if, where, what, how of whether in.
- Do you know the library is open today?
- Could you tell me the toilets are?
- I can't decide to buy the blue one or the black one
- I don't know to spell her surname
- Do you have any idea time it is?
Toon de antwoorden
6. Vertaal naar het Engels.
1) Kunt u me zeggen waar hier de apotheek is? 2) Weet u of deze trein naar Londen gaat? 3) Ik heb geen idee wat ik haar moet geven. 4) Ik vraag me af waarom hij niet gekomen is. 5) Kunt u me laten zien hoe ik deze automaat moet gebruiken?
Toon de antwoorden
7. Bedenk drie beleefde vragen
aan een voorbijganger in een onbekende stad — met verschillende inleidingen. 1) Je zoekt het station. 2) Je wilt weten hoe laat het museum dichtgaat. 3) Je weet niet welke bus naar het vliegveld gaat.
Toon de antwoorden
Samenvatting
Behandeld: de indirecte vraag — gewone woordvolgorde, geen do, if en whether bij een ja/nee-vraag; inleidingen van Do you know…? tot I was wondering if…; het vraagteken volgt de inleiding; I don't know, I'm not sure, I have no idea + indirecte vraag; vraagwoord + to. Volgende: les 20 — een gesprek gaande houden.
Einde van de kern
De les telt als voltooid zodra de oefeningen zijn gedaan. Alles daarna is optioneel.
optioneel
Woordenschat voor de kaartenset
14 woorden- bother /ˈbɒðə/ storen, lastigvallen
- wonder /ˈwʌndə/ zich afvragen
- happen to /ˈhæpən tə/ toevallig (weten, zijn)
- have no idea /ˌhæv nəʊ aɪˈdɪə/ geen idee hebben
- ticket office /ˈtɪkɪt ˌɒfɪs/ kaartjesloket
- main entrance /ˌmeɪn ˈentrəns/ hoofdingang
- cash machine /ˈkæʃ məˌʃiːn/ geldautomaat, pinautomaat
- chemist's /ˈkemɪsts/ apotheek, drogist
- which way /ˌwɪtʃ ˈweɪ/ welke kant op
- work out /ˌwɜːk ˈaʊt/ uitzoeken, snappen
- repairs /rɪˈpeəz/ reparatie, herstelwerkzaamheden
- city walls /ˌsɪti ˈwɔːlz/ stadsmuren
- surname /ˈsɜːneɪm/ achternaam
- view /vjuː/ uitzicht
Schrijven
Een dialoog van acht beurten: je bent in een onbekende stad en stelt een voorbijganger drie beleefde vragen; op één ervan weet hij het antwoord niet.
Voorbeeld
— Excuse me, could you tell me where the bus station is? — It's behind the cathedral, about five minutes from here. — Thank you. Do you happen to know which bus goes to the airport? — I'm not sure, I'm afraid. I think it's the number 7. — And I was wondering if you could recommend a good place for lunch. — There's a nice café by the river, but I don't know if it's open on Mondays. — Thanks a lot. — No problem. Have a nice day!
Checklist
Oefen deze les in de andere secties
Heb je een idee voor een functie?
⚑ optioneel